Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Parkdieren

Alles over voeding, gezondheid, gedrag en meer

Parkdieren

Een parkdier is geen diersoort maar een verzamelnaam voor diverse diersoorten: herten, alpaca's, lama's, kangoeroes, loopvogels, zoals de emoe, de nandoe en de struisvogel, en kraanvogels.

De parkdieren die in Nederland gehouden mogen worden, staan op de    positieflijst. De gehele familie paardachtigen is toegestaan. Daartoe behoren ook de ezels.
Behalve een positieflijst is er ook een Besluit Aanwijzing voor productie te houden dieren. Aan dit besluit (zie bijlage) hangt ook een lijst met soorten en dieren, die gehouden mogen worden voor het vlees, de wol en de melk. Op deze lijst staan wel de herten, emoes, nadoes en struisvogels, maar niet de alpaca, de lama of de dromedaris. Deze laatste diersoort was aanleiding tot onderzoek. Dat onderzoek leidde tot aanbevelingen. Daarbij gaat het vooral om het bedrijfsmatig houden van deze dieren (zie bijlage).

Verder moeten de houders van parkdieren zich houden aan de Wet Dieren en het Besluit houders van dieren. Beide wetten gaan onder meer over de verzorging en ook het doden van dieren. Dan is er nog een Besluit diergeneeskundigen waaraan houders van parkdieren zich moeten houden. Dat gaat over het gebruik van diergeneesmiddelen en welke ingrepen er bij dieren mogen worden gedaan.

Identificatie- en registratieplicht
Voor hertachtigen en kameelachtigen geldt sinds de invoering van de Animal Health Law in 2021 een identificatieplicht.
Nederland doet nog wel een poging om een vrijstelling te krijgen. Indien dat lukt zal onderstaande tekst worden aangepast.
Toegestane identificatiemiddelen zijn:

  • een conventioneel oormerk in beide oren, met daarop een zichtbare, leesbare en onuitwisbare vermelding van de identificatiecode van het dier, of;
  • een injecteerbare transponder, met daarop een leesbare en onuitwisbare vermelding van de identificatiecode van het dier;
  • alleen in het geval van hertachtigen is als alternatief ook een tatoeage toegestaan, die op een dier is aangebracht en een onuitwisbare vermelding van de identificatiecode van het dier bevat;
  • alleen in het geval van rendieren mag de lidstaat een vrijstelling regelen en een door de bevoegde autoriteit van de lidstaat toegestane alternatieve methode toe staan.

Volgens de Europese regels geldt er ook een registratieplicht. Aan deze plicht kan voorlopig worden voldaan door een eigen administratie. Een houderij van kameel- of hertachtigen wordt gezien als een ''inrichting''.

Houders moeten het volgende vastleggen:
a) de soorten, de categorieën, het aantal en, in voorkomend geval, de identificatie van in hun inrichting gehouden landdieren;
b) de verplaatsingen van gehouden landdieren van en naar hun inrichting, naargelang het geval onder vermelding van:
i) de plaats van herkomst en de plaats van bestemming;
ii) de data waarop deze verplaatsingen plaatsvinden;

c) de documenten die gehouden landdieren die in hun inrichting aankomen of die verlaten, dienen te vergezellen;
d) het sterftecijfer van in hun inrichting gehouden landdieren;
e) biobeveiligingsmaatregelen, bewaking, behandelingen, testresultaten en ander relevante gegevens indien van toepassing voor:
i) de soorten en categorieën in de inrichting gehouden landdieren;
ii) het soort productie;
iii) het soort en de grootte van de inrichting
;
f) de resultaten van de diergezondheidsinspecties die op grond van artikel 25, lid 1 van de Animal Health Regulation, zijn vereist.

De documentatie wordt minimaal drie jaar bewaard en bijgehouden op papier of in elektronische vorm.
Inrichtingen die een gering risico op verspreiding van in de lijst opgenomen ziekten of nieuwe ziekten inhouden, kunnen door de betrokken lidstaat worden vrijgesteld van de verplichting om documentatie bij te houden van alle of een deel van de informatie als bedoeld in lid 1.

Houders van kameel- en hertachtigen kunnen worden vrijgesteld van de verplichte documentatie wanneer zij:
a) voor de desbetreffende soort toegang hebben tot het in artikel 109 bedoelde geautomatiseerde gegevensbestand en het gegevensbestand reeds de in de documentatie op te nemen informatie bevat; en
b) de bijgewerkte informatie rechtstreeks in het geautomatiseerde gegevensbestand laten opnemen.

Nederland ijvert nog in Brussel voor een vrijstelling van een centrale registratie van verblijfplaatsen van de zogeheten landdieren waartoe kameel- en hertachtigen behoren. Wanneer dit er niet door komt, kan het zijn dat houders van kameel- en hertachtigen ook een UBN aan moeten vragen. Meer info volgt hierover op deze website.

Heb je zelf parkdieren en heb je hier een vraag over? Stel ze in de vraagbaak

Informatie per diersoort:

Aanbevolen door Levende Have

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier