Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Alpaca

Alpaca huacaya

Het mannetje heet een hengst, het vrouwtje een merrie. Jongen worden veulens genoemd, of cria's. Ze eten graag gras. De alpaca is een kameelachtige, oorspronkelijk afkomstig uit het Andesgebergte. Een evenhoevige. Alpaca's maken een zacht kreunend geluid, hummen genoemd. De zachte wol van de alpaca is geliefd bij spinners en wevers.

Alpaca’s kunnen goed opschieten met andere dieren: kangoeroe, pauwen, kippen, duiven en eenden. Door ze rustig te benaderen, kunnen ze ook wel aanhankelijk worden. De training van de alpaca vergt veel tijd en geduld. Het is belangrijk om hun vertrouwen te winnen, vanwege onder meer het bekappen van de hoeven, die we eigenlijk nagels moeten noemen en de jaarlijkse scheerbeurt.

Met wat gras, hooi en ’s winters wat extra brok zijn ze tevreden, een dure omheining is overbodig. Een hekwerk van 1.20 m hoog voldoet het beste, schrikdraad is niet aan te bevelen. Als de alpaca een volle vacht draagt zal dit geen enkel effect hebben want de alpaca voelt de elektrische schokken dan niet.

(Advertentie)

alpacavoer


Identificatie en registratie
Voor hertachtigen en kameelachtigen geldt sinds de invoering van de Animal Health Law in 2021 een identificatieplicht.
Nederland doet nog wel een poging om een vrijstelling te krijgen. Indien dat lukt zal onderstaande tekst worden aangepast.

Toegestane identificatiemiddelen zijn:

  • een conventioneel oormerk in beide oren, met daarop een zichtbare, leesbare en onuitwisbare vermelding van de identificatiecode van het dier, of;
  • een injecteerbare transponder, met daarop een leesbare en onuitwisbare vermelding van de identificatiecode van het dier;
  • alleen in het geval van hertachtigen is als alternatief ook een tatoeage toegestaan, die op een dier is aangebracht en een onuitwisbare vermelding van de identificatiecode van het dier bevat;
  • alleen in het geval van rendieren mag de lidstaat een vrijstelling regelen en een door de bevoegde autoriteit van de lidstaat toegestane alternatieve methode toe staan.

    Het identificatiemiddel moet binnen een half jaar na geboorte worden aangebracht.

Volgens de Europese regels geldt er ook een registratieplicht. Aan deze plicht kan voorlopig worden voldaan door een eigen administratie bij de houden. Een houderij van kameel- of hertachtigen wordt gezien als een ''inrichting''.

Houders moeten het volgende vastleggen:
a) de soorten, de categorieën, het aantal en, in voorkomend geval, de identificatie van in hun inrichting gehouden landdieren;
b) de verplaatsingen van gehouden landdieren van en naar hun inrichting, naargelang het geval onder vermelding van:
i) de plaats van herkomst en de plaats van bestemming;
ii) de data waarop deze verplaatsingen plaatsvinden;
c) de documenten die gehouden landdieren die in hun inrichting aankomen of die verlaten, dienen te vergezellen;
d) het sterftecijfer van in hun inrichting gehouden landdieren;
e) biobeveiligingsmaatregelen, bewaking, behandelingen, testresultaten en ander relevante gegevens indien van toepassing voor:
i) de soorten en categorieën in de inrichting gehouden landdieren;
ii) het soort productie;
iii) het soort en de grootte van de inrichting;
f) de resultaten van de diergezondheidsinspecties die op grond van artikel 25, lid 1, zijn vereist.

De documentatie wordt minimaal drie jaar bewaard en bijgehouden op papier of in elektronische vorm.

Houders kunnen bovendien worden vrijgesteld, indien zij
a) voor de desbetreffende soort toegang hebben tot het in artikel 109 bedoelde geautomatiseerde gegevensbestand en het gegevensbestand reeds de in de documentatie op te nemen informatie bevat; en
b) de bijgewerkte informatie rechtstreeks in het geautomatiseerde gegevensbestand laten opnemen.

Nederland ijvert nog in Brussel voor een vrijstelling van een centrale registratie van verblijfplaatsen van de zogeheten landdieren waartoe kameel- en hertachtigen behoren. Wanneer dit er niet door komt, kan het zijn dat houders van kameel- en hertachtigen ook een UBN aan moeten vragen. Meer info volgt hierover op deze website.

Wol
Alpaca's mogen in Nederland officieel niet worden gehouden voor de productie van wol. Maar een hobbyist mag z'n alpaca uiteraard wel scheren en de wol verkopen. Een goede alpaca levert vier tot vijf kilo wol, bij een hobbyist weegt een vacht meestal drie tot vier kilo.

Scheren is niet alleen noodzakelijk om de alpaca van haar vacht te ontdoen, het is ook goed ter preventie van myiasis, veroorzaakt door de vlieg Lucilia sericata. Bovendien is het tijdens een scheerbeurt mogelijk het dier te inspecteren op infecties, schurft, teken en de algehele conditie.

Er zijn in Nederland vooral twee soorten alpaca's bekend: de Suri alpaca en de Huacaya alpaca. De laatste is de meest algemeen voorkomende alpaca.

Kenners adviseren om niet een stelletje (hengst en merrie) aan te schaffen, maar twee of meerdere merries. Wie jongen (cria's) wil, kan met de merrie naar een hengst. Wil je toch zelf fokken, houdt dan merries en hengsten gescheiden. Een merrie kan namelijk het hele jaar door bevrucht worden. Dat zou met een hengst erbij een hoop gedoe geven.

Wie echt een fokkerij met alpaca's wil opzetten, krijgt met allerlei regelgeving voor het bedrijfsmatig houden van dieren te maken. Er kan een milieuvergunning en een vakbekwaamheidsdiploma nodig zijn. Zie wiki over regelgeving.

Meer over alpaca's:

Terug naar:

Aanbevolen door Levende Have

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier