Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Kangoeroes

Wallaby kangoeroe

Van kangoeroes bestaan wel 55 soorten. De kleinere varianten worden ook wel wallabies genoemd. Op zich zijn kangoeroes eenvoudig in onderhoud en verzorging. Ze eten gras, hooi, paardenbrok, fruit en takken of bladeren. Vanwege hun gevoeligheid voor spierdystrofie hebben ze als speciale toevoeging maandelijks vitamine E nodig. Dat kan eenvoudig door het voer worden gemend.

Het klimaat in Nederland is goed voor de dieren. Van te hete zon houden ze niet en ze moeten dus altijd de beschikking hebben over schaduw. Het zijn echte schemerliefhebbers. Bij het vallen van de avond komen ze te voorschijn en worden ze actief. Dan eten ze ook het meest.

De draagtijd van de kangoeroe is slechts een maandje. Voor de geboorte is het vrouwtje druk bezig haar buidel schoon te likken. Als het jong er is, klimt het via de vacht kronkelend als een slangetje naar boven, om uiteindelijk in de buidel te komen. De klimpartij duurt drie minuten en de pasgeborene maakt deze eerste trip geheel zelfstandig. Het diertje meet nog geen twee centimeter en weegt slechts een paar gram. Verder is het blind, doof en haarloos. In niets lijkt het nog op zijn ouders. Na een maand of vijf ziet het over de buidelrand het eerste levenslicht. (1)

Kunstmelk voor de joey
De enige goede en meest succesvolle manier om jongen groot te brengen is de joey (kangoeroe jong) bij de moeder te laten. Het kan echter noodzakelijk zijn dat de mens de zorg over de joey overneemt, bijvoorbeeld als de moeder dood gaat. Gewone melk is niet geschikt. Belangrijk is dat de melk voor kangoeroes en wallabies niet teveel lactose bevat, maar wel een andere soort koolhydraat, genaamd maltodextrine. In Nederland is een speciale melk ontwikkeld, in samenwerking met diergaarde Blijdorp en voedingsdeskundigen uit Australië.

Stressgevoelig
De kangoeroe is allesbehalve een knuffeldier. De houders van deze dieren zullen hun genegenheid op een andere manier moeten uitdrukken dan bijvoorbeeld voor hun poes of hond. Ze zijn stressgevoelig. Zodra er vreemden bij zijn, laten de kangoeroes zich amper bekijken. Ze houden gepaste afstand of verstoppen zich in de hoog begroeide gedeelten van de wei.

Kangoeroes eten gras, hooi, wilgentakken, mixen van granen en vitamines, wortelen, witlof, andijvie en appels en hebben per koppel minimaal 100 m2 weiland nodig, De mondslijmvliezen van kangoeroes zijn vrij kwetsbaar en ze kunnen dan ook last krijgen van kaakontsteking. Dit .is eenvoudig te voorkomen door geen scherp ruwvoer zoals stro, graankaf of droog brood te geven. Zacht roggestro is een geschikt stalstrooisel.

  • Een dag nadat de jonge kangoeroe de buidel verlaat, zit er al een nieuw kleintje klaar. In die tijd maakt het vrouwtje dus twee soorten melk.
  • De meeste kangoeroes zijn groepsgewijs te houden.
  • Kangoeroes zijn erg bang voor honden. Dat stamt uit de tijd in Australië: hun natuurlijke vijanden, de Dingo’s.
  • Kangoeroes kunnen sprongen maken van wel 7,5 meter hoog.
  • Het zijn rustige dieren en eigenlijk nooit agressief.
  • Een kangoeroepaartje kost tussen de duizend en drieduizend euro.
  • Het is mogelijk het mannetje te laten castreren, hoewel een dergelijke operatie vanwege de narcose nooit zonder risico is.
  • Als er iets met een kangoeroe moet gebeuren (transport, dierenartsbezoek) doe het dier dan in een grote zak. Zo'n zak maakt het dier rustig, vanwege de gelijkenis met de buidel.

In Nederland leven naar schatting duizend kangoeroes. Er is geen registratiesysteem. De dieren kunnen worden aangemeld bij de Vereniging van Parkdierenliefhebbers (www.parkdierenvereniging.nl).

Incidenten met wallaby’s in Nederland roepen de vraag op of deze kangoeroesoort wel geschikt is als hobbydier. De discussie spitst zich vooral toe op de vraag of het praktisch mogelijk is wallaby’s te houden in Nederland en wat dat doet met het welzijn van deze dieren. Wallaby’s hebben vooral veel buitenruimte nodig, minimaal tweehonderd vierkante meter, met voldoende schuilgelegenheid en daaromheen een hek dat zeker twee meter hoog is. Op volle snelheid bewegen deze dieren zich immers voort met zo’n dertig kilometer per uur, afgelegd in sprongen van gemiddeld 5 meter. Een weitje van tien bij tien meter beperkt deze dieren dus ernstig in hun bewegingsvrijheid. In het land van herkomst – Australië - is het houden van wallaby’s als gezelschapsdier verboden (met uitzondering van de staten Victoria en South Australia waar een vergunning kan worden aangevraagd).

(1) Niets zo perfect geregeld als in de natuur, Levende Have oktober 2005
(2) Liefde op afstand voor de Bennett Wallabie, Levende Have oktober 2003
(3)Tweestrijd: wallaby's zijn geen hobbydieren, Levende Have oktober 2012

Terug naar: