Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Herten

herten

Het Damhert leent zich het beste voor de hobbyhouderij. Het edelhert, het Japans sikahert en het axishert zijn veel moeilijker te houden. Het edelhert heeft veel ruimte nodig en het axishert heeft vaak problemen met afkalven. Het axishert en het Japans sikahert staan op de lijst van niet aangewezen diersoorten. Zie wiki over positieflijst .

Nog moeilijker te houden dan edelherten en axisherten zijn reeën. In gevangenschap overleeft deze soort vaak niet. En de kleine muntjak, ook wel blafhert genoemd, mag zelfs niet meer gehouden worden vanwege faunavervalsing.

Hebben de herten voldoende weiland tot hun beschikking dan zorgen ze voor een mooi ''geschoren'' grasmat. Herten geven geen overschot aan mest. Het gras wordt automatisch bemest, wel is omweiden aan te raden. Zo krijgt de grasmat ook even tijd om bij te komen. Verder zijn herten gemakkelijk te houden en hebben ze weinig onderhoud nodig.

Gras lusten ze altijd. Net als hooi, bladeren en eikels. Het is aan te raden herten altijd brokken bij te voeren. Een hert is immers bijna het hele jaar drachtig of zogend en heeft hiervoor extra energie nodig. Er zijn speciale hertenbrokken, maar ze doen het ook goed op Rundvee A brok. Natuurlijk is ook schoon drinkwater onmisbaar.

Stalletje
Herten hebben voldoende aan een droge en beschutte plek in de wei. Een eenvoudig stalletje met een voer- en drinkbak, waar de dieren in en uit kunnen is voldoende. Dag en nacht, zomer en winter, lopen ze buiten. Wanneer het koud en nat is, of bij hevige wind, kunnen ze het hok in. Een laag stro maakt het verblijf comfortabel en makkelijk uit te mesten. In de stal kan ook voor eventualiteiten een ziekenboeg worden ingericht. Elektriciteit in het hok is onmisbaar. Dit geeft de mogelijkheid een warmtelamp te plaatsen om de kalfjes op temperatuur te houden.

Vaccineren is niet nodig, net zo min als klauwverzorging. De enige vaste ingreep is tweemaal per jaar ontwormen, bijvoorbeeld met flubanol. Dit ontwomingsmiddel is samen met het voer toe te dienen.

Zelfs tijdens de werpperiode is extra aandacht niet noodzakelijk. De hinden zonderen zich af en brengen de kalveren geheel op eigen kracht ter wereld. Wanneer er net een kalf geboren is, staat de moeder vaak helemaal aan de andere kant van de weide. Laat het kalf met rust en raak het niet aan.

Al kun je een hert best aanhalen met een stukje brood en soms zelfs aaien, helemaal tam krijg je de dieren nooit. Je kunt herten zo tam mogelijk maken door veel tussen de dieren aanwezig te zijn. In het begin zijn brood of brokken hierbij onmisbaar. Via dit voedsel en de aanwezigheid zul je langzaam het vertrouwen van je dier moeten winnen.

Wanneer een hert toch behandeld of vervoerd moet worden, dan is het bijna altijd nodig het dier te verdoven. Verdoving is ook nodig om de dieren te vangen als ze naar een andere eigenaar moeten.

Afrastering
Investeren in een kostbare afrastering is geen overbodige luxe. In de eerste plaats dient deze ongewenste gasten zoals vossen en honden buiten te houden. Om de dieren binnen te houden, geldt een minimale hoogte van 1,50 meter. Het is wel veiliger een hoogte van 1,80 of 2 meter te kiezen. Voor het houden van herten is harmonicagaas (vierkant vlechtwerk) zeer geschikt. Een stroomdraad is niet noodzakelijk en zelfs niet wenselijk. Een hert raakt hier gemakkelijk met zijn gewei in verstrikt. Boomstronken in de wei helpen de bokken bij het schoonmaken van het gewei en bieden afleiding.

Bronsttijd
De bronsttijd begint eind oktober, begin november. Herten zoeken tijdens de paringstijd hinden om hen te volgen. Ze maken daarbij blaffende geluiden. Wanneer mannelijke dieren elkaar tijdens de bronst tegenkomen, dan bestaat de kans dat zij gaan vechten. De dracht bij herten duurt ongeveer 7,5 maand zodat de kalveren tussen half juni en half juli geboren worden. Vooral bij damherten en Sika’s verloopt de geboorte soepel. Meestal wordt één kalf geboren, een tweeling is zeldzaam. Na ongeveer een jaar zijn de herten volgroeid en geslachtsrijp.

Registratie en identificatie
Voor hertachtigen en kameelachtigen geldt sinds de invoering van de Animal Health Law in 2021 een identificatieplicht.
Nederland doet nog wel een poging om een vrijstelling te krijgen. Indien dat lukt zal onderstaande tekst worden aangepast.

Toegestane identificatiemiddelen zijn:

  • een conventioneel oormerk in beide oren, met daarop een zichtbare, leesbare en onuitwisbare vermelding van de identificatiecode van het dier, of;
  • een injecteerbare transponder, met daarop een leesbare en onuitwisbare vermelding van de identificatiecode van het dier;
  • alleen in het geval van hertachtigen is als alternatief ook een tatoeage toegestaan, die op een dier is aangebracht en een onuitwisbare vermelding van de identificatiecode van het dier bevat;
  • alleen in het geval van rendieren mag de lidstaat een vrijstelling regelen en een door de bevoegde autoriteit van de lidstaat toegestane alternatieve methode toe staan.

Het identificatiemiddel moet binnen een half jaar na geboorte worden aangebracht.

Volgens de Europese regels geldt er ook een registratieplicht. Aan deze plicht kan voorlopig worden voldaan door een eigen administratie bij de houden. Een houderij van kameel- of hertachtigen wordt gezien als een ''inrichting''.

Houders moeten het volgende vastleggen:
a) de soorten, de categorieën, het aantal en, in voorkomend geval, de identificatie van in hun inrichting gehouden landdieren;
b) de verplaatsingen van gehouden landdieren van en naar hun inrichting, naargelang het geval onder vermelding van:
i) de plaats van herkomst en de plaats van bestemming;
ii) de data waarop deze verplaatsingen plaatsvinden;
c) de documenten die gehouden landdieren die in hun inrichting aankomen of die verlaten, dienen te vergezellen;
d) het sterftecijfer van in hun inrichting gehouden landdieren;
e) biobeveiligingsmaatregelen, bewaking, behandelingen, testresultaten en ander relevante gegevens indien van toepassing voor:
i) de soorten en categorieën in de inrichting gehouden landdieren;
ii) het soort productie;
iii) het soort en de grootte van de inrichting;
f) de resultaten van de diergezondheidsinspecties die op grond van artikel 25, lid 1, zijn vereist.

De documentatie wordt minimaal drie jaar bewaard en bijgehouden op papier of in elektronische vorm.

Houders kunnen worden vrijgesteld, indien zij
a) voor de desbetreffende soort toegang hebben tot het in artikel 109 bedoelde geautomatiseerde gegevensbestand en het gegevensbestand reeds de in de documentatie op te nemen informatie bevat; en
b) de bijgewerkte informatie rechtstreeks in het geautomatiseerde gegevensbestand laten opnemen.

Nederland ijvert nog in Brussel voor een vrijstelling van een centrale registratie van verblijfplaatsen van de zogeheten landdieren waartoe kameel- en hertachtigen behoren. Wanneer dit er niet door komt, kan het zijn dat houders van kameel- en hertachtigen ook een UBN aan moeten vragen. Meer info volgt hierover op deze website.

Herten zijn evenhoevigen en vallen dus onder de regelgeving voor herkauwers voor zover het de bestrijding van mond- en klauwzeer betreft.

Terug naar:

Aanbevolen door Levende Have

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier