Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Graasgedrag bij paarden

Grazend paard

Paarden zijn dooreters. Ze zijn ingesteld op een geleidelijke en langdurige opname van vrij laagwaardig gras. In het wild besteden paarden vijftig tot tachtig procent van hun tijd aan voedselopname. Bij deze voedselopname maken ze gemiddeld bijna 50.000 kauwbewegingen. Zo lang zijn huispaarden vrijwel nooit bezig met hun voeding.

Wanneer een paard te weinig tijd en arbeid besteedt aan voedselopname, ontstaan er spijsverterings- en gedragsproblemen. Dit zien we bij een te laag aandeel vezelig materiaal - gras en ander ruwvoer – en een te hoog aandeel krachtvoer.De van nature aanwezige neiging tot langdurig graasgedrag laat zich moeilijk onderdrukken. Wanneer een paard weinig tijd hoeft te besteden aan de voedselopname, is de kans op allerlei stalondeugden groot. Ook kan het dier bij wijze van compensatie strooisel of mest gaan eten. 

Aan het onbeperkt eten van gras zijn overigens wel enige risico's verbonden. Gras bevat een aantal soorten koolhydraten. Een belangrijke groep koolhydraten zijn de fructanen. Wanneer het fructaanaanbod in het gras erg groot is, bijvoorbeeld bij jong voorjaarsgras maar ook in te kort afgegraasd land of bij zonnig maar koud najaarsweer, is er een verhoogde kans op hoefbevangenheid. Gras bevat gemiddeld 10% suiker per kg droge stof, maar in het voorjaar kan dit wel oplopen tot 20%. Tijdens 4 uurtjes grazen krijgt een paard dan 54 suikerklontjes extra binnen wat gelijk staat aan 270 gram suiker. Vooral de overgang van hooi naar gras is risicovol. Het spijsverteringsstelsel moet zich kunnen aanpassen, anders kan er insulineresistentie bij paarden ontstaan. Geef de paarden in het begin van het voorjaar beperkt toegang tot de wei en voer in het begin voldoende hooi bij.

Als er veel en/of hoog gras in een wei is, blijven paarden rondlopen bij het grazen. De graastijd is nauwelijks korter dan bij paarden die in een heel schrale wei staan. Het bewegen op zich is een basisbehoefte, niet alleen het zoeken naar voedsel. Wilde paarden en weidepaarden staan maar weinig stil: ongeveer 20% van de tijd. Bij het gemiddelde stalpaard is dat 80%. Als het grasrantsoen van een paard beperkt moet worden, is het beter om hem enkele uren in een paddock of grasloze uitloop te laten rondlopen dan om hem op stal te zetten. Ook het omdoen van een Graasmasker voor paarden kan een optie zijn.

Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier