Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Ruwvoer voor paarden

Ruwvoer voor paarden

De meeste paarden en pony’s hebben genoeg aan ruwvoer als gras, kuilgras of hooi en hebben niet of nauwelijks bijvoeding in de vorm van krachtvoer nodig. Zeker sobere rassen en dieren die geen of weinig arbeid verrichten, gedijen prima op een dieet van alleen ruwvoer in combinatie met een liksteen. Presteert een paard op niveau 3 (springen en dressuur klasse M/Z), dan is een hoeveelheid van maximaal 30 procent krachtvoer gewenst.

Opnametijd
Van nature zijn grazende paarden een groot deel van de dag bezig met hun voedselvoorziening. Ook hooi en kuil geeft paarden wat te doen. Voldoende ruwvoer is bovendien goed voor het gebit. Om een kilo hooi weg te werken is een gemiddeld paard veertig minuten bezig, waarbij er 2500 keer gekauwd wordt. Als je hooi fijn zou malen en vervolgens in brokjes zou persen, dan kun je de opnametijd terugbrengen tot tien minuten en het aantal benodigde kauwbewegingen verminderen tot 700. Een kilo brok of muesli wegwerken kost ook ongeveer tien minuten voor een paard, in respectievelijk 600 en 900 kauwbewegingen. Een paard wordt niet gelukkiger van de aldus verkregen vrije tijd. De van nature aanwezige neiging tot langdurig graasgedrag laat zich moeilijk onderdrukken. Wanneer een paard weinig tijd hoeft te besteden aan de voedselopname, is de kans op allerlei stalondeugden groot. Ook kan het dier bij wijze van compensatie strooisel of mest gaan eten. 

Meerdere porties
Verstrek dus altijd voldoende ruwvoer. Paarden die niet snel te dik worden kun je onbeperkt hooi of kuilgras voorschotelen, bij paarden die neigen naar Overgewicht bij paarden geef je meerdere porties per dag. Verdeel de voertijden zo goed mogelijk, minimimaal drie keer per dag. Houd er rekening mee dat een paard bij onbeperkte toegang tot gras/ruwvoer, ca. 10 – 14 uur per dag besteedt aan eten. Een te grote portie in één keer en dan weer een hele tijd niets kan het paard schrokkerig maken en de kans op koliek vergroten. Bedenk ook dat paarden van nature ook ’s nachts grazen. Een flinke portie hooi of kuil ’s avonds laat, bij voorkeur in een slowfeeder, geeft het paard de hele nacht genoeg te doen.

Type hooi of kuilgras
Niet al het hooi of kuilgras is even geschikt. Paarden zijn ingesteld op een geleidelijke en langdurige opname van vrij laagwaardig gras. Heel fijn hooi past niet in een paardenrantsoen, want paarden zijn gebaat bij langvezelig voer. (1) Ruwvoer van onbemeste grond, bijvoorbeeld natuurhooi, kan tekorten veroorzaken, zoals een tekort aan magnesium. Vroeg in het seizoen geoogst hooi of kuilgras (‘eerste snede’) is erg eiwitrijk. Dergelijk ruwvoer kan vervetting en koliek veroorzaken en is daarom ook niet aan te bevelen voor paarden. Kuilgras kan bovendien een te hoe zuurgraad hebben en een te laag structuurgehalte.
Hooi kan erg stoffig zijn en bij het paard een hoestprikkel veroorzaken. Dompel daarom stoffig hooi en hooi met schimmelsporen in een ruime bak water (afspoelen heeft geen zin) en geef het hooi direct daarna aan het paard. Dit dompelen heeft geen invloed op de voedingswaarde van het hooi. Gebruik telkens schoon water. Hooi weken heeft wel effect op de voedingswaarde. De eiwitten, suiker en kalium kunnen door het weken verminderen. De smakelijkheid van het hooi neemt af.
Het ruwvoer mag ook niet een al te hoog fructaangehalte hebben om hoefbevangenheid te voorkomen. Wie zelf hooit, kan het best vroeg in de ochtend en laat in het seizoen maaien om goed paardenhooi te winnen.(2) Uit onderzoek is gebleken dat het suikergehalte en ook het kaliumgehalte in hooi verlaagd kan worden door het hooi circa een uur te dompelen in koud water.Ook hier geldt dat het hooi direct na dompelen verstrekt moet worden.

Vers hooi en oud hooi
Nieuw hooi kan het beste pas zes tot acht weken na het persen aan paarden worden gevoerd. Die periode is nodig om het hooi te laten afsterven door de zogeheten nabroei. In die periode verliezen bijvoorbeeld boterbloemen hun giftigheid. Dat geldt niet voor zuring en jacobskruiskruid. Hooi met deze planten is niet geschikt voor paarden. Hooi dat al wat langer ligt, verliest voedingswaarde. Elke maand dat het hooi ligt, gaat er bijvoorbeeld 5% van het gehalte aan vitamie E verloren. Het verlies van voedingsstoffen kan worden gecompenseerd door het paard met wat brokken bij te voeren. Welke brok het meest geschikt is kan worden vastgesteld na een hooianalyse. Daarmee stel je de tekorten in het hooi vast en kun je op zoek gaan naar een brok die het tekort kan aanvullen.

Graszaadhooi
Graszaadhooi is meestal niet geschikt als diervoeder. Het bevat mycotoxine en dat is schadelijk voor paarden, schapen en koeien.
Voor de productie van graszaad wordt vaak gebruik gemaakt van gras dat met zogenaamde endofyten is besmet. Deze endofyten beschermen het gras tegen vraat en maken het gras sterker sterker. Maar ze produceren ook lolitrem: een mycotoxine. Lolitrem veroorzaakt bij paarden, koeien en schapen neurologische verschijnselen zoals incoördinatie, een stijve, atactische tot hypermetrische gang, gevolgd door omvallen met krampen en fietsbewegingen, vooral na opjagen en bij opwinding van de dieren. Bij rust herstellen de krampen weer en kunnen de dieren weer overeind komen. Dit wordt raaigraskramp genoemd (rye grass staggers).
Lolitrem kan volgens de GD ook van nature voorkomen: weilanden die in de late zomer of in het najaar besmet raken met de schimmel Neotyphodium (Acremonium) lolii. Maar dat gebeurt slechts sporadisch in Europa. In Nederland is het grootste risico op raaigraskramp het gebruik van hooi afkomstig van graszaadbedrijven.
De fouragehandel verenigd in de Hisfa raadt aan om alleen graszaadhooi te kopen van erkende handelaren en van leveranciers die een telersovereenkomst kunnen laten zien, waarin expliciet staat dat het product geen endofyten bevat.De Hisfa heeft een eigren keten kwaliteits controle (KKC). Op de website van deze organisatie staat een lijst van handelaren die meedoen aan deze KKC.
Graszaadhooi is een restproduct van de graszaadteelt. Na oogst van het graszaad wordt het overgebleven gewas op het land gedroogd en in balen geperst. Engels Raai, Roodzwenk en Rietzwenk zijn de meest voorkomende soorten graszaadhooi. Graszaadhooi wordt vaak aanbevolen voor paarden die de neiging hebben te dik te worden. Omdat het lang en stengelig is als het geoogst wordt, bevat het weinig calorieën en is het structuurrijk.

Een hooianalyse kan worden uitgevoerd door BLGG (www.blgg.nl)
Zie ook artikel Wat is het nut van een hooianalyse?
Op www.voervergelijk.nl staat een vergelijking van hooi en kuilgras

Gerelateerde artikelen:

Meer over voeding van paarden:

Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier