Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Meststoffenwet

Uitrijden van vaste mest

De meststoffenwet stelt grenzen aan de hoeveelheid meststoffen die op een bedrijf in de bodem mogen worden gebracht. De grenzen voor dierlijke meststoffen zijn ontleend aan de Europese Nitraatrichtlijn. De overheid kan niet rechtstreeks controleren of een bedrijf zich aan de gebruiksnormen heeft gehouden. Bedrijven moeten daarom in hun administratie vastleggen hoeveel dieren ze houden en welke meststoffen op hun land zijn gebracht of hoeveel mest van het bedrijf is afgevoerd. Op 1 januari 2014 is de meststoffenwet gewijzigd: voor boeren die meer mest produceren dan ze op eigen land kwijt kunnen, geldt een mestverwerkingsplicht. Ook kunnen ze via zogeheten mestplaatsingsovereenkomsten de mest afvoeren naar bijvoorbeeld akkerbouwers. Deze wijziging dient om het mestoverschot aan te pakken.

Geen administratieve verplichtingen voor hobbymatige houder
De verplichtingen in de Meststoffenwet gelden alleen voor zover er mest wordt geproduceerd of gebruikt in bedrijfsmatig verband. Bedrijfsmatig wil zeggen dat gewassen worden geteeld of de dieren worden gehouden voor gebruiks- of winstdoeleinden. Dieren die louter om hobbymatige redenen of als gezelschapsdier worden gehouden of voor educatieve doeleinden (zoals dierentuinen en kinderboerderijen) vallen hier dus niet onder. Voor de houders van deze dieren gelden dan ook niet de administratieve verplichtingen van de wet. Een hobbydierhouder hoeft bij afvoer van mest ook geen mestvervoersbewijs in te vullen.

Onderscheid tussen bedrijfsmatig en hobbymatig
In de wet is niet in cijfers vastgelegd wat het onderscheid is tussen hobbymatig en bedrijfsmatig. De wet stelt dat het onderscheid uit de feitelijke omstandigheden moet blijken. Om iets meer houvast te hebben mag een houder ervan uitgaan dat hij als hobbymatig wordt aangemerkt indien de door hem of haar gehouden dieren per jaar niet meer stikstof produceren dan 350 kg. Dit is tevens de uiterste grens voor kleine bedrijven.

Als je alleen paarden hebt: hobbymatig zijn “in principe” paardenhouders die minder dan 7 paarden of 17 Shetlanders houden ofwel minder dan 350 kg stikstof produceren en minder dan 3 ha grond in gebruik hebben. Zij vallen wel onder de meststoffenwet, maar zijn vrijgesteld van de meeste administratieve verplichtingen.

Regels voor hobbydierhouders
Hobbydierhouders hoeven als gezegd geen administratie bij te houden. Voor hen gelden echter wel regels voor de hoeveelheid dierlijke mest die ze op hun grond mogen brengen. Zij vallen binnen de categorie ''overige gronden''. 

Standaard 20 kg fosfaat. U mag op overige grond standaard maximaal 20 kg fosfaat per hectare gebruiken. Voor het gebruik van stikstof is geen norm vastgesteld.
Grasland 90 kg fosfaat en 170 kg stikstof. Wordt de grond als grasland gebruikt, dan mag u maximaal 90 kg fosfaat en maximaal 170 kg stikstof per hectare gebruiken. Een perceel is grasland indien het gewas ten minste uit 50% gras bestaat en deze wordt gebruikt voor de voederwinning (weiden, maaien).
Bouwland 60 kg fosfaat en 170 kg stikstof. Is de grond in gebruik als bouwland, dan mag u maximaal 60 kg fosfaat en maximaal 170 kg stikstof per hectare gebruiken.
Norm voor diverse mestsoorten

De bovenstaande normen zijn van toepassing op het gebruik van dierlijke mest, herwonnen fosfaat, compost en overige organische meststoffen.
Eigen dieren tellen mee. De mestproductie van eigen dieren moet ook worden meegeteld.

Voor kunstmest gelden geen beperkingen. Daarnaast moeten ook hobbydierhouders zich houden aan de uitrijperiodes van mest en aan de bepalingen die gelden voor het scheuren van grasland.

Tegengaan van mestfraude
Omdat gebleken is dat ook particulieren (ongewild) betrokken zijn bij mestfraude, is het mestbeleid aangescherpt.
Sinds 2021 gelden er aanvullende, beperkende maatregelen voor de aanvoer van mest door particulieren:
Alle particuliere ontvangers van dierlijke mest moeten zich via DigiD aanmelden bij RVO. Ze krijgen dan automatisch een relatienummer. Na het mesttransport moet je de registratie bevestigen. De afstand van het mesttransport naar particulieren mag hemelsbreed maximaal 10 km bedragen. We verwachten dat de afvoer naar particulieren door de gewijzigde voorwaarden sterk beperkt gaat worden.

Als je bedrijfsmatig dieren houdt, wat moet je dan doen?
Dierhouders die dieren bedrijfsmatig houden, moeten zich registreren bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Zij moeten een administratie bijhouden van het aantal dieren, de mestvoorraad, de oppervlakte landbouwgrond, de aangevoerde en afgevoerde meststoffen. Daarnaast geldt voor staldieren dat er een aantal extra gegevens moet worden bijgehouden. Informatie hierover is te vinden bij de RVO. Ook zijn er iets andere normen voor de maximale hoeveelheid mest die ze mogen gebruiken op landbouwgrond. Verschil is verder dat de aan- en afgevoerde mest moet worden bemonsterd en geanalyseerd (hier gelden wel een aantal uitzonderingen).

Wat te doen als je mest laat afvoeren?
In principe hoeft een hobbydierhouder de mest die hij afvoert niet te bemonsteren en te analyseren en hoeft er geen vervoersbewijs te worden ingevuld. Wanneer de door zijn dieren geproduceerde mest wordt afgevoerd naar een bedrijf dat de mest gebruikt voor bedrijfsmatige landbouwdoeleinden, moet de mest vervoerd worden via een geregistreerde vervoerder. Die zal ook voor een vervoersdocument zorgen.

Overige (algemene) regelgeving:

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier