Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Activiteitenbesluit

Voorschriften voor het houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven, staan in paragraaf 3.5.8 van het Activiteitenbesluit en paragraaf 3.5.8 van de Activiteitenregeling. Niet altijd gelden alle voorschriften. Het hangt van het aantal en soort dieren af, welke voorschriften daarvan precies gelden.

Cruciaal is het begrip inrichting. Als een inrichting wordt aangemerkt "vrijwel iedere door de mens ondernomen bedrijvigheid, welke binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht en daarbuiten gevaar, schade of hinder kan veroorzaken" mits zij "bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was" wordt uitgevoerd. Het houden van dieren is zo’n activiteit. Pas als dieren ‘bedrijfsmatig’ of ‘in een omvang alsof bedrijfsmatig’ worden gehouden dan moet de eigenaar aan milieueisen voldoen. Over wanneer dieren ‘bedrijfsmatig of in een omvang alsof bedrijfsmatig’ worden gehouden bestaat een levendige jurisprudentie. In de meeste gevallen is geen milieuvergunning meer nodig voor kleinschalige dierhouderijen. 
Voor de beoordeling of een activiteit bedrijfsmatig is wordt gekeken naar de volgende criteria:

  • Je fokt om de dieren te verkopen aan derden, anders dan familie of vrienden.
  • Je vangt de dieren op tegen een vergoeding en je plaatst hiervoor advertenties.
  • Je hebt ruimtes speciaal ingericht voor de opvang, handel of het fokken van de dieren.
  • Je bent geregistreerd bij de Kamer van koophandel of je hebt een btw-nummer.
  • Je adverteert.
  • Je oefent de activiteiten uit om winst te maken.
Houders van schapen, geiten, koeien en varkens moeten atijd een UBN aanvragen, ongeacht de aantallen. Paarden en ezels moeten geregistreerd worden. Als je bedrijfsmatig pluimvee en broedeieren houdt, heb je ook een Uniek Bedrijfsnummer (UBN) nodig en moet je je dieren registreren in het KIP Informatie Systeem van de stichting Avined. RVO.nl houdt daarvoor een grens aan van 250 dieren.

Overige (algemene) regelgeving:

Terug naar: