Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Zoogperiode

Kalveren drinken vaak al binnen het uur. Aan het begin van de zoogperiode, die tussen de 8 tot 11 maanden kan duren, drinkt het kalf vijf tot acht keer per dag. Na tien maanden is dit nog drie keer per dag en na vierhonderd dagen zo’n anderhalf keer per dag. Het kalf groeit in de eerste twee maanden zo'm 750 gram per dag. Al in de eerste week gaat het vast voer eten, waardoor de pens zich ontwikkelt. Belangrijk is dat het vaste voer vezels bevat. Geef dus geen brok, maar smakelijk, lichtverteerbaar jong gras. Na de derde week begint het te herkauwen.  Bied ook altijd onbeperkt vers, lauwwarm drinkwater aan.

Stress, veroorzaakt door veranderingen, maakt het kalf minder weerbaar voor ziektekiemen. Een gezond kalf is actief en nieuwsgierig, heeft de oren overeind staan en rekt zich uit als het gaat opstaan. Heeft een kalf een goede weerstand, dan kan het infecties met de e.coli bacterie, het rotavirus, coronavirus, coccidiose en cryptosporidiose goed doorstaan. Heeft het kalf last van diarree dan kan dat duiden op een besmetting met een van deze ziektekiemen.

Stierkalfjes worden in de natuur tot elf maanden gezoogd, 2,5 maand langer dan koekalfjes. Kalveren kunnen worden gezoogd tot aan de geboorte van het volgende kalf, en soms zelfs langer waardoor de melkvoorziening voor het nieuwgeboren kalf in het gedrang kan komen. 

Meer over de voortplanting van runderen:

Terug naar:

 

Aanbevolen door Levende Have
 

 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier