Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Wormen bij varkens

Varkens kunnen last krijgen van wormen. Afhankelijk van het type worm waarmee een varken besmet is, kan hij allerlei lichte tot ernstige ziekteverschijnselen krijgen. Bij biggen kan een worminfectie ernstige gevolgen hebben. Sommige wormen zijn overdraagbaar op mensen (en vice versa).

Diagnose
De meeste varkens met wormen zijn lusteloos, vermageren of stagneren in hun groei. De eetlust neemt meestal niet af, soms juist toe. Ook hoesten en/of diarree kunnen symptomen zijn van bepaalde typen wormbesmetting. Vaak zijn de wormen of hun eitjes in de ontlasting van het varken te zien, maar niet altijd. Om zekerheid te verkrijgen, kan de dierenarts de ontlasting (laten) onderzoeken.

Preventie
Varkens kunnen preventief worden behandeld tegen wormen. Werkzame stoffen tegen wormen zijn (onder meer): cambendazol, dichlorvos, febentel, flubendazol, haloxon, ivermectine, levamisol en parbendazol. Meestal wordt het anti-wormmiddel toegediend via een injectie. Een injectie met ivermectine beschermt het varken tegelijkertijd ook tegen Schurft bij varkens en Luis bij varkens . Er zijn ook anti-wormkorrels (bijvoorbeeld Rintal, met de werkzame stof febantel) en een anti-wormoplossing (Agra-Sol, met de werkzame stof levamisol) op de markt. Voordeel van de korrels en de oplossing is dat ze door het voer kunnen worden gemengd. De korrels worden ook zo uit de hand graag opgegeten. Nadeel is dat beide niet werken tegen schurft en luizen. Sinds de nieuwe geneesmiddelenwet (1 juli 2008) zijn alle anti-wormmiddelen voor varkens alleen op recept verkrijgbaar.

Ontwormingsschema
Biggen worden voor het eerst ontwormd als ze zo’n 8, 9 weken oud zijn, liefst kort nadat ze bij hun nieuwe eigenaar zijn komen wonen. Na één à twee maanden krijgen ze hun tweede dosis. Daarna gaan ze mee in het schema voor volwassen zeugen en beren: iedere vier (wormkorrels) dan wel zes (injectie) maanden. Zeugen krijgen een paar dagen voordat ze gedekt worden een anti-wormmiddel toegediend. Drachtige zeugen worden zo rond drie weken voor het einde van de dracht ontwormd. Vaker ontwormen is af te raden, met name omdat het bodemleven in de weide door anti-wormmiddelen wordt aangetast.

Weidebeheer
Een goed beheer van de Varkenswei kan helpen de wormbesmetting onder controle te houden. Een vaste uitloop of vaste weide moet regelmatig uitgemest worden, al blijft het risico op wormbesmetting hier altijd aanwezig. Het op gezette tijden omweiden van de varkens met behulp van een verplaatsbare omheining (stroomdraad) zorgt ervoor dat de levenscyclus van de wormen onderbroken wordt op het moment dat de varkens worden overgeplaatst naar een nieuw stuk weide. In verband met mogelijke (her)besmetting dient er geen verse varkensmest te worden uitgereden over het weiland. Als de varkensmest minstens een jaar op de mesthoop heeft gelegen, regelmatig is gekeerd en goed is gecomposteerd, dan kan het weiland er prima mee bemest worden.

Er zijn verschillende soorten wormenbesmettingen bij varkens:

Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier