Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Ruwvoer voor herkauwers

Schapen bij de hooiruif

Gedurende een groot deel van hun bestaan kunnen de meeste hobbymatig gehouden herkauwers volstaan met een rantsoen dat vrijwel volledig bestaat uit kwalitatief goed ruwvoer, zoals gras of hooi. Hoewel tijdens groei, einde dracht en melkgiftperiode meer brokken nodig zijn, moet ook dan het rantsoen nog steeds voor meer dan de helft uit ruwvoer bestaan. Goed ruwvoer is niet te oud, ruikt lekker en heeft een beetje ‘prik’ als gevolg van lange vezelige delen.

Voldoende structuurrijk voer, zoals ruwvoer, is noodzakelijk voor het in stand houden van de mechanismen die verzuring van de pens voorkomen. Voedingsmiddelen waar lang op gekauwd en geherkauwd moet worden, stimuleren de speekselproductie. Voer met lange vezels vormen een vaste laag in de pens. Deze zorgt voor de prikkeling die pensbeweging en herkauwen stimuleert.Van de drie voormagen die een herkauwer bezit, is de pens de grootste.

In de pens zetten bacteriën koolhydraten om in vluchtige vetzuren. Deze vetzuren passeren de penswand en leveren een bijdrage aan de energievoorziening van het dier. Pensbacteriën zijn tevens in staat de koolhydraten uit plantcelwanden vrij te maken en zo ook deze energiebron te benutten. De pens kan alleen goed functioneren als de inhoud heel lichtzuur is. Te zuur is dus niet goed.

Een grote portie gemakkelijk verteerbare koolhydraten, bijvoorbeeld uit brokken, wordt snel afgebroken. Dit leidt tot een piek in de vetzurenproductie die niet altijd goed opgevangen kan worden. Moeilijk verteerbare koolhydraten daarentegen, waar ruwvoer rijk aan is, worden geleidelijk afgebroken, waardoor er ook geleidelijk vetzuren vrijkomen. Hierdoor is er geen piekbelasting van vetzuren en verandert de zuurgraad in de pens nauwelijks.

Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar: