Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Blauwtong bij runderen

Blauwtong is een door insecten (knutten) overgedragen virusziekte van schapen, geiten en runderen. Door de milde ziekteverschijnselen zorgt blauwtong bij runderen doorgaans voor weinig directe schade. Als ze al ziek worden, beperken de verschijnselen zich tot koorts, ontstoken slijmvliezen van neus en bek, zweertjes aan de uier en zwelling van de kroonranden, waardoor kreupelheid kan ontstaan. Doorgaans knappen de dieren zonder veel problemen op.

Hoewel insecten (knutten) het virus overbrengen, kunnen runderen en andere herkauwers een grote rol spelen bij de verspreiding en het in stand houden van de infectie in een gebied. Blauwtong bij schapen brengt doorgaans ernstiger symptomen met zich mee. Omdat de symptomen van blauwtong en mond- en klauwzeer op elkaar lijken, heeft het (vroegere) ministerie van LNV de verschijnselen op een rij gezet.

Virusreservoirs
Runderen staan bekend als virusreservoirs. Het virus kan in runderen 'overwinteren'. Ongeboren kalveren kunnen via de moeder besmet raken met het blauwtongvirus. Dat is gebleken nadat in 2007 uit enkele drachtige koeien die naar Noord-Ierland werden uitgevoerd, kalveren werden geboren die het blauwtongvirus bij zich droegen.

Voor de verspreiding van blauwtong zijn kalveren de eerste tijd nog geen gevaar, omdat het virus wordt weggevangen door antilichamen. Na verloop van tijd valt de maternale bescherming echter weg en het is niet duidelijk of de dieren dan wel een bron voor het verspreiden van het virus kunnen zijn. Het is echter niet uit te sluiten dat het virus ook op deze manier weet te overwinteren. (2)

Vaccinatiecampagne
In 2007 zijn ruim zesduizend houderijen van schapen, runderen en geiten besmet geraakt. In 2008 is in Nederland een vrijwillige vaccinatiecampagne in gang gezet, met als doel dat circa tachtig procent van alle gevoelige herkauwers voldoende weerstand zou hebben. Niet alle dierhouders hebben aan de vaccinatiecampagne meegedaan, met als gevolg dat opnieuw dieren besmet zijn geraakt.

Herkomst
Het blauwtongvirus is in 2006 voor het eerst opgedoken in Nederland. Het kwam tot dusver alleen voor in zuidelijke landen. Onbekend is hoe het hier is gekomen. Het gaat om het zogeheten serotype 8.
De discussie over de herkomst van het virus woedt al sinds de eerste Noord-Europese schapen en koeien in 2006 besmet raakten. Al snel werd een link gelegd met een virus dat rondwaart in Zuid-Afrika en er waren suggesties dat het Noord-Europese virus door vaccinatie in het veld gekomen zou zijn. Met een recente publicatie in de online editie van Virology weerleggen Britse, Franse, Zuid-Afrikaanse, Belgische en Nederlandse wetenschappers die suggestie.

Het genoom van het Noord-Europese virus is vergeleken met dat van verschillende andere bekende BTV-8-stammen. Conclusie: het virus is een nieuwe introductie die niet voortkomt uit een bekend BTV-8-vaccin. Blijft onduidelijk waar het virus dan wel vandaan komt.

Een andere opmerkelijke Nederlandse vondst heeft voeding gegeven aan nieuwe speculaties. Het CVI heeft aannemelijk gemaakt dat het virus niet alleen via een klein vliegje of knut van het ene dier naar het andere gaat, maar ook via de placenta van moeder op kalf. En kalveren kunnen het virus ook binnenkrijgen via de biest. Daarnaast is samen met de Gezondheidsdienst voor Dieren vastgesteld dat er regelmatig gezonde, virusdragende kalfjes uit geïnfecteerde koeien zijn geboren. En gezonde, ongeïnfecteerde volwassen koeien kunnen het virus binnenkrijgen, als ze de placenta opeten na de geboorte van een kalf. Koeien doen dat van nature.

Gerelateerde onderwerpen:

Aanbevolen door Levende Have
 

 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier