Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Graasgedrag van geiten

Graasgedrag van geiten

De weidegang van geiten verloopt beter als er voldoende variatie is in het rantsoenaanbod en als de geiten van jongsaf buiten kunnen grazen. Onderzoek naar het graasgedrag van geiten heeft een aantal belangwekkende gegevens aan het licht gebracht. Natuurbeheerder zien in hun gebieden dat bomen en struiken met name in het voorjaar in trek zijn. Om het graasgedrag te stimuleren lijkt het van belang de dieren zowel verschillende soorten planten (bomen, kruiden, grassen) aan te bieden die ook nog eens variëren in groeistadium (jong, bloei, aar). (1)

Verwilderd terrein met brandnetels en distels is uitstekend te begrazen met geiten. De geit is een diersoort die primair bladeren, takken en knoppen eet. Is dit echter op, dan schakelt het met gemak over naar andere soorten plantaardig materiaal.
Ook een schaap zal andere dingen gaan eten wanneer het niet kan beschikken over gras. Een schaap is echter minder goed bestand tegen honger en laat zich dan minder goed hoeden. Voor het begrazen van verwilderd terrein met netels en distel is ook het Soayschaap uitermate geschikt. Nadeel van dit ras is dat het zich niet laat hoeden. Ze blijven niet binnen een raster. Ook op dit punt zijn deze dieren dus vergelijkbaar met geiten.

De geiten moeten wel wennen aan het buiten grazen. Daarom is het van belang dat de dieren van jongsaf aan buiten lopen. Als het mogelijk is, worden ook op latere leeftijd goede resultaten gehaald met buiten grazen. Oudere dieren lijken overigens de jonge dieren te leren grazen. Of de rol van de ouder dieren ook van essentieel belang is bij het aanleren van bepaalde gedragingen zoals het eten van specifieke soorten gewassen of het schillen van bomen, is bij deskundigen niet bekend. Nader onderzoek zou dit moeten uitwijzen.
Op percelen waar naast grassen van alles voorhanden is, is de voorliefde van geiten voor houtachtig voedsel (takken, boombast, struiken, houtige kruiden, bladeren) vooral in de lente heel duidelijk aanwezig. Die voorjaarsbehoefte aan hout zou kunnen komen door de zoete smaak van de sapstromen die in bomen en struiken op gang zijn gekomen. Het jonge hout voorziet de geiten in de lente ook in hun door rui en melkgift verhoogde vitaminen- en mineralenbehoefte. En ten slotte bieden bomen en struiken ook veel structuur en vezeligheid, als tegenhanger voor het suiker- en eiwitrijke maar structuurarme prille lentegras. Geef geiten dus juist in de voorjaarswei wat takken van bijvoorbeeld wilg, fruitboom, lijsterbes en hazelaar.

(1) Een samenvatting van het onderzoek is te vinden in het februarinummer van het magazine Levende Have (2008): Geiten eten vooral wat de pot schaft.

Terug naar:

Aanbevolen door Levende Have

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier