Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Vaccinatie tegen Q-koorts

Ingediend door jinke op 02 oktober 2009 - 11:22

Vaccinatie verkleint de kans dat dieren besmet raken. Als een dier toch besmet is, zorgt vaccinatie ervoor dat dieren minder Q-koortsbacterien uitscheiden. Daarom moeten grootschalige schapen- en geitenbedrijven, maar ook bedrijven met een publieksfunctie, zoals kinderboerderijen, zorgboerderijen en houders van rondtrekkende schapenkuddes, hun schapen en geiten jaarlijks tussen 1 januari en 1 augustus inenten tegen Q-koorts.

De NVWA controleert bij vaccinatieplichtige bedrijven of zij hun dieren daadwerkelijk gevaccineerd hebben. De vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland heeft een overzicht gemaakt aan de hand waarvan een kinderboerderij kan beslissen welke dieren wanneer te laten vaccineren (zie bijlage q-koorts checklist 2014).

Belangrijk is dat de vaccinatie voor de dracht plaats vindt. Want met name bij het aborteren en lammeren kunnen grote hoeveelheden van de Q-koortsbacterie vrij komen. Er wordt gevaccineerd om te voorkomen dat er door Q-koorts abortus optreedt en om de uitscheiding van bacteriën tijdens het aflammeren te voorkomen. Daarom wordt geadviseerd dieren die niet gevaccineerd zijn, niet te laten dekken.

Drachtige dieren mogen officieel niet worden gevaccineerd.
Het risico dat vaccinatie leidt tot verwerpen wordt weliswaar zeer klein geacht, maar het vaccin is vooralsnog onvoldoende getest op drachtige schapen en/of geiten. Daarom geldt er ook geen vrijstelling voor het gebruik van het vaccin voor drachtige dieren. Wie het vaccin toch gebruikt bij drachtige dieren, doet dat geheel op eigen risico.

Schapen- en geitenhouders moeten bij de planning van de vaccinatie rekening houden met het volgende inentingsschema:

  • minimale leeftijd bij vaccinatie 3 maanden;
  • twee vaccinaties met 3 weken tussentijd;
  • dekken vanaf 2 weken na laatste vaccinatie;
  • in volgende jaren volstaat 1 herhalingsenting.

Vaccinatie en termijnen bij aanvoer en afvoer van geiten en schapen:
De basisvaccinatie (twee entingen met tussenliggende periode van 3 weken) moet hebben plaatsgevonden 3 weken voordat het dier wordt aangevoerd naar een locatie met een publieksfunctie, evenement, tentoonstelling of keuring. Deze plicht geldt zowel voor de locatie waar het dier naartoe gaat als de houder die het dier afvoert.

Vaccinatie van besmette dieren is minder effectief
Voordat een dierhouder overgaat tot vaccinatie van schapen en/of geiten is het goed na te gaan of de dieren mogelijk zijn besmet. Vaccinatie van besmette dieren is immers minder effectief dan vaccinatie van niet-besmette dieren. Het vaccin is geen geneesmiddel. Wel neemt bij besmette dieren na vaccinatie de uitscheiding van bacteriën en de kans op abortus af. De kans dat geiten en/of schapen zijn besmet neemt toe naarmate deze dichter bij een besmet bedrijf verblijven. Wie zekerheid wil, kan zijn dieren laten testen. Bestaande tests geven echter nogal wat vals-negatieve uitslagen. Dat komt doordat de uitscheiding van bacteriën een nogal grillig verloop kent. Het kan zijn dat er wordt getest op een moment dat een besmette geit net even wat minder of helemaal geen bacterien uitscheidt. Zo'n test heeft dan een vals-negatieve uitslag.

Evenementen en keuringen
Alleen tijdig (= tenminste 3 weken vóór aanvoer op evenement, tentoonstelling of keuring) en volledig gevaccineerde schapen of geiten mogen worden aangevoerd/bijeengebracht worden op evenementen, tentoonstellingen en keuringen. Drachtige dieren en dieren die samen met hun lammeren worden aangevoerd, mogen alleen aangevoerd worden, indien deze dieren uiterlijk drie weken voor de dek/inseminatie gevaccineerd zijn. De eigenaren van de aan te voeren dieren moeten een vaccinatieformulier invullen en deze mede laten ondertekenen door hun dierenarts. Het formulier moet samen met de dierenartsfactuur twee jaar bewaard worden. Schapen en geiten die voor het eerst gevaccineerd worden, moeten tweemaal worden ingeënt met een tussenpoos van tenminste 3 weken. Hetzelfde geldt voor dieren die langer dan een jaar geleden gevaccineerd zijn. Als de dieren gevaccineerd worden binnen een jaar na de vorige vaccinatie, volstaat één herhalingsvaccinatie.

Registratie van Q-koorts vaccinatie
Houders van schapen en geiten die hun dieren moeten inenten tegen Q-koorts, zijn verplicht de vaccinatie te registreren in de I&R databank schapen en geiten. Wie niet onder de vaccinatieplicht valt, maar toch zijn schapen en geiten wil inenten, kan dit eveneens vastleggen in de databank. Dat mag, maar hoeft niet, zo heeft het (voormalige) ministerie van LNV laten weten.

In bijgaand te downloaden document staat beschreven hoe de registratie in z'n werk gaat. Uiteraard moeten de gevaccineerde schapen en geiten eerst worden aangemeld bij de I&R databank. Op deze website staat alles over elektronische I&R in een speciaal dossier. Dierhouders die vallen onder de verplichte vaccinatie, moeten deze binnen 7 dagen na de vaccinatiedatum registreren.

Voor vaccinatie is een UBN nodig. Het is voor elke houder van geiten en schapen verplicht om een UBN te hebben. Vraag daarom zo snel mogelijk een UBN aan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland tel. 088 - 042 42 42 ma/vr 8.30 – 16.30 of via Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Dossier

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier