Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Model voorspelt risico's hoogpathogene vogelgriep

Ingediend door jinke op 19 mei 2022 - 19:38

Een model dat gebruik maakt van aantallen wilde vogelsoorten kan nauwkeurig voorspellen waar zich de gebieden bevinden met een verhoogd risico op besmetting met vogelgriep. Zeventien watervogelsoorten en twee roofvogelsoorten spelen een rol in de overdracht van virus. Vooral de wilde eend en de knobbelzwaan zijn daarbij betrokken, gevolgd door de rotgans en de smient.

Het model is ontwikkeld door Janneke Schreuder van Wageningen Universiteit, samen met onderzoekers van de Universiteit van Utrecht en Sovon. Zij hebben  in de periode 2014-2018 zestien uitbraken bij pluimveebedrijven (zes leghennenbedrijven, zeven eendenbedrijven en drie opfokbedrijven) nader onderzocht. Ze vergeleken de gegevens met die van tien controlebedrijven. Om de aanwezigheid van wilde watervogels te kunnen vaststellen, werd gebruik gemaakt van de vogelatlas van Sovon, met gegevens uit het winterseizoen van 2012-2013 en 2014-2015. In de winter van 2020-2021 werden nog eens tien besmette bedrijven aan het onderzoek toegevoegd.

Uit de analyse van alle gegevens, inclusief die van het landschap, komt naar voren dat de wilde vogels die de belangrijkste rol spelen bij de uitwisseling van virus niet zozeer de meest getroffen soorten zijn, zoals de brandgans en de grauwe gans. Deze watervogels behoren niet tot de soorten die het meest worden geassocieerd met het risico op een uitbraak met hoogpathogene vogelgriep bij gehouden pluimvee, stellen de onderzoekers vast in het tijdschrift Pathogens van maart 2022.
 

Vogelgriep risicogebieden
Op deze kaart zijn de verhoogde risico's voor pluimveebedrijven in beeld gebracht. De voorspelling van het risico op vogelgriep varieert van 0 (groen = laag risico) tot 1 (rood = hoog risico). De analyses en kaarten hebben betrekking op met vogelgriep besmette bedrijven in de herfst-winterperiodes van 2014-2015 tot 2020-2021. De locaties van bedrijven die besmet zijn geweest zijn blauw, de grijze cirkeltjes verwijzen naar de zogeheten controlebedrijven.

Daarentegen zijn de aanwezigheid en de aantallen van besmette wilde vogels, zoals wilde eenden en knobbelzwanen, volgens de onderzoekers een betere voorspeller van uitbraken. Beter ook dan landschappelijke factoren, zoals de aanwezigheid van open water. Uiteraard is er een samenhang tussen open water en de aanwezigheid van wilde vogels, maar het zijn vooral de soorten en de aantallen besmette vogels die de doorslag geven.

''Het model en de risicokaart geven een goede indicatie van waar de kans op uitbraken het grootst is. Maar je weet dan nog niet precies hoe die overdracht plaatsvindt. Om iets te kunnen zeggen over causaliteit, zou je de lokale omstandigheden moeten onderzoeken: het landschap, de daadwerkelijke aanwezigheid van wilde vogels en of die besmet zijn, de bewegingen van mensen en de rol van bijvoorbeeld muizen, ratten of andere dieren rondom de stallen”, zei Janneke Schreuder onlangs tegen NRC.

Bij het model en de kaart moet de kanttekening worden gemaakt dat veel besmettingen met het hoogpathogene H5N1 van winter en voorjaar 2022 ontbreken. Zo zijn de talrijke besmettingen in de Gelderse Vallei niet te zien op de kaart. Deze vielen buiten de onderzoeksperiode. De onderzoekers stellen wel vast dat het mogelijk is hun risico-model aan de hand van nieuwe uitbraken te valideren en te verbeteren. Dat grote uitbraken van de afgelopen maanden ontbreken, maakt volgens hen de kaart met hoogrisico-gebieden niet minder geschikt voor toezicht en preventieve maatregelen tegen de introductie van vogelgriep. Ook kan de kaart helpen bij de besluitvorming over de locaties voor nieuwe pluimveebedrijven. ''Identificatie van gebieden met een hoog risico ten behoeve van de ontwikkeling van landelijke en regionale bestrijdingsprogramma's zou een proactieve strategie zijn om met de wereldwijde dreiging van deze terugkerende HPAI-uitbraken om te gaan.''

Ander onderzoek
Het onderzoek van Janneke Schreuder was onderdeel van het project 1Health4Food (Fight Flu), waaraan ook wordt deelgenomen door Avined, brancheorganisatie van de pluimveeindustrie. Ander onderzoek in het kader van dit project van Wageningen Universiteit wijst erop dat er zeer weinig bekend is over de aanwezigheid van hoogpathogeen virus in wilde vogels en hun besmettelijkheid. Het geschatte gemiddelde aantal wilde vogels dat tijdens een epidemie besmet is, maar niet ziek, bedraagt circa 5 per 10.000. De kans op het via de lucht verplaatsen van besmette mestdeeltjes wordt ''verwaarloosbaar klein'' genoemd. Met vogelgriep besmette mestdeeltjes van wilde vogels of besmette veren van karkassen kunnen uiteraard wel op andere wijze (via activiteiten van de mens) bij het gehouden pluimvee terecht komen. Ook water, aanwezig in sloten, vaarten, vennetjes en meren, is een bron van infectie. Dat water raakt met name geïnfecteerd door een kleine hoeveelheid, maar relatief hoge virusconcentraties die worden verspreid via de luchtwegen van besmette wilde watervogels en een grote hoeveelheid mest die besmet is met een relatief lage virusconcentratie.
(Omgevingstransmissie van aviaire influenza virus door de lucht via wilde watervogels naar commercieel gehouden pluimvee, 2021)

Redactie Levende Have

Dossier

Aanbevolen door Levende Have

Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag
NIEUW! Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag €14,95

Bestellen? Klik hier
Schapen in de weiden van de lage landen
NIEUW! Schapen in de weiden van de lage landen  € 24.90

Bestellen? Klik hier

 

 

 

 

 

 

 

 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier