Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Varkens soort en geschiedenis

Wild zwijn en gedomesticeerd varken
In Zuidoost-Azië is 4 miljoen jaar geleden het wilde zwijn ontstaan en van daaruit heeft hij zich verspreid. Zo’n 2 miljoen jaar geleden heeft het zwijn het vasteland van Eurazië gekoloniseerd. Europese en Aziatische zwijnen zijn iets meer dan een miljoen jaar geleden gescheiden, maar we noemen het nog steeds één soort: Sus scrofa. In Europa heeft het zwijn diverse bottlenecks doorgemaakt, periodes waarin de genetische variatie sterk verminderde. Met name tijdens de ijstijden. Alleen in Zuid-Europa wisten populaties zich in stand te houden.
 
Domesticatie
De domesticatie van het wilde zwijn begon zo’n 9.000 jaar geleden, in zowel Azië als het Midden-Oosten, met name Anatolië. Vroege landbouwers namen het in Anatolië gefokte varken mee Europa in. Maar vanaf zo’n 6.000 jaar geleden gingen Europese boeren zelf óók lokale wilde zwijnen houden en domesticeren.Vervolgens werd tijdens de Industriële Revolutie het Europese varken gekruist met het Chinese varken. Door de bevolkingsgroei en de verstedelijking nam hier de vraag naar vleessterk toe. Chinese varkens stonden bekend om hun superieure vleeskwaliteit, ze hadden veel vet. De zeugen zorgden ook goed voor hun jongen. En ze hadden grotere worpen.Door deze geschiedenis is in Europa de genetische variatie bij gefokte varkens zelfs groter dan bij het wilde zwijn.
Dat strookt niet met het klassieke beeld van domesticatie dat uitgaat van een grote groep dieren die in het wild zijn gevangen door de mens, daarna geisoleerd, getemd en ingezet als fokdieren. Het Europese varken is helemaal niet in isolement gedomesticeerd. Het varken bleef millennia lang paren met het wilde zwijn.Tot aan de Industriële Revolutie(negentiende eeuw) is er sprake geweest van limited management. Mensen lieten hun varkens los rondlopen. Of de dieren ontsnapten aan hun omheining, het bos in, waar ze eten gingen zoeken *).
 

Veelzijdig boerderijdier
Het varken is altijd een vaste bewoner van boerenbedrijven geweest. Bijna elke veehouder of akkerbouwer had er wel eentje of meerdere. Varkens waren natuurlijk leveranciers van spek en vlees, maar ze ploegden ook de akkers om en zorgden voor bemesting van schrale (zand)grond. Varkens waren ook geen dure kostganger; ze verwerkten al het afval en de bijproducten van de boerderij.

Hobbyvarkens
In de loop van de 20e eeuw is de varkenshouderij verregaand geïndustrialiseerd. Inmiddels worden er in Nederland zo'n 11 miljoen varkens in gesloten bedrijven gehouden. Het fenomeen van rundveehouders die er nog een paar varkens bij houden, is sinds de varkenspestuitbraak in 1997 vanwege de regelgeving voor varkens vrijwel verdwenen. Wel komen er steeds meer hobbyisten die varkens houden als gezelschapsdier. Zo zijn er tussen de 2000 tot 4000 houders van hobbyvarkens met in totaal zo'n 3000 tot 6500 varkens.

Landschapsvarkens
Terug van weggeweest zijn de landschapsvarkens. Zij worden ingezet op natuurterreinen voor het beheer. Wat vroeger heel normaal was - een groepje varkens dat onder leiding van een varkenshoeder van het ene perceel naar het andere trok -  keert nu weer terug. Veelal nog bij wijze van experiment, maar hun waarde voor het onderhoud van bos, akker, grasland of heidevelden hoeft eigenlijk niet meer te worden bewezen. Wageningen Universiteit heeft een schema gemaakt voor de  inzet van varkens gedurende het jaar. Het is te vinden in het e-book Laat de varkens los.

Meer informatie over de voors en tegens van deze landschapsvarkens is te vinden in het artikel ''Argusogen gericht op het landvarken''

*) Mirte Bosse, gepromoveerd op de genetica van het varken, in NRC Handelsblad van 14 september 2015.

Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar: