Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Klassieke varkenspest

Klassieke varkenspest (KVP) is een virale infectie bij varkens. Het virus dat de ziekte veroorzaakt, is een omhuld RNA-virus, behorende tot de familie der Flaviviridae. Het virus is alleen infectieus voor varkens en wilde zwijnen, hoewel experimenteel andere diersoorten zijn te infecteren. Het virus vormt geen gevaar voor de volksgezondheid.
Het virus is verwant aan de pestivirussen die bij herkauwers voorkomen: bovine virusdiarree virus (BVDV) en border disease virus (BDV). Deze verwantschap heeft grote gevolgen voor de diagnosestelling omdat er kruisreacties optreden, die kunnen leiden tot fout-positieve laboratoriumresultaten.

Na infectie vermeerdert het virus zich eerst in de keelamandelen (tonsillen). Daarna verspreidt het virus zich o.a. via het bloed (viremie) in het dier en kunnen andere organen en endotheelcellen van de bloedvaten worden geïnfecteerd. Onder andere afhankelijk van de virulentie (agressiviteit) van de virusstam en de leeftijd van het geïnfecteerde varken, kan de infectie leiden tot sterfte in de acute of subacute fase. Dieren die deze fase overleven, zullen in het algemeen volledig herstellen. Sommige dieren kunnen echter chronisch geïnfecteerd raken en pas na maanden van ziekte alsnog sterven. Tenslotte kan een infectie van dragende zeugen leiden tot in de baarmoeder besmette biggen. Deze biggen kunnen immuuntolerant geboren worden en continue virus uitscheiden, zonder dat ze zelf ernstige verschijnselen vertonen. Uiteindelijk zullen deze dieren binnen enkele maanden vaak toch sterven aan KVP-achtige verschijnselen.

Als gevolg van de infectie zullen de dieren antistoffen gaan vormen tegen het virus. Deze zijn meestal vanaf twee tot drie weken na infectie in het serumbloed aantoonbaar. Het virus is dan meestal niet meer aantoonbaar aanwezig in het bloed of de organen middels virusisolatie. Met een PCR- test kunnen ook bij volledig herstelde dieren tot gemiddeld negen weken na infectie nog restanten (niet-infectieus) van het virusgenoom in sommige organen worden aangetoond. Dit betreft dan vooral de lymfoïde organen (tonsil, lymfeknopen).
De incubatietijd varieert van twee tot tien dagen. Onder bedrijfsomstandigheden is het mogelijk dat de klinische symptomen zich pas twee tot vier weken na de virusinsleep manifesteren. Als het volwassen fokvarkens of een milde virusstam betreft, kan het nog langer duren voordat de besmetting tot uiting komt.
Na infectie kunnen verschillende symptomen van klassieke varkenspest optreden, die zeer variabel en in het algemeen niet specifiek zijn voor varkenspest. De ernst van de symptomen hangt o.a. af van de virulentie (agressiviteit) van het virus en de leeftijd van het dier. Jonge dieren vertonen gewoonlijk heviger symptomen dan oudere.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen een acute, een chronische en een prenatale vorm van klassieke varkenspest.

Acute vorm:
Hieronder staat een aantal symptomen die bij een varken kunnen worden waargenomen. 

  • koorts (gewoonlijk > 40ºC, bij volwassen varkens echter soms niet hoger dan 39,5ºC); 
  • verlies van eetlust; 
  • sloom worden en veel liggen; 
  • harde mest (vaak met slijm), meestal gevolgd door diarree;
  • oogontsteking (conjunctivitis) gevolgd door ooguitvloeiing;
  • hoest- en ademhalingsproblemen; 
  • slap in de achterhand en paresis posterior;
  • gezwollen lymfeklieren; 
  • leucopenie en immunosuppressie, die vaak leiden tot secundaire infecties van de darmen en luchtwegen; 
  • verkleuringen in de huid en huidbloedingen, doorgaans op het oor, de staart, de buik en de binnenzijde van de ledematen;
  • 'op een hoop liggen';
  • sterfte

Chronische vorm:
Aanvankelijk lijken de symptomen veel op die van een acute vorm. Later worden vooral aspecifieke symptomen waargenomen, namelijk: 

  • met tussenpozen opkomende koorts; 
  • chronische darmontsteking (enteritis); 
  • wegkwijnen.

De typische bloedingen van de huid ontbreken. Deze varkens kunnen gedurende twee tot drie maanden vóór hun dood klinische symptomen van de ziekte vertonen.
Klassieke varkenspest is een aangifteplichtige dierziekte.

Bestrijding
Bij een uitbraak worden in elk geval binnen 1 kilometer rond een besmet bedrijf alle varkens gedood. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen commercieel gehouden varkens en hobbyvarkens. Van de mogelijkheid tot vaccinatie zal zeker gebruik gemaakt worden zodra duidelijk wordt dat er op grote schaal dieren preventief geruimd moeten worden om de ziekte effectief te bestrijden. Echter, bij de beslissing tot vaccinatie wordt niet alleen gekeken naar de wens zo min mogelijk gezonde dieren te doden, er zijn ook andere belangen in het geding, bijvoorbeeld de veterinaire, de economische en de maatschappelijke consequenties van de mogelijke maatregelen.

Als er besloten wordt tot vaccinatie, dan zullen gevaccineerde dieren niet alsnog worden geruimd. De vaccinatie heeft plaats in cirkels van 2 kilometer rond de besmettingshaard. Ook bij vaccinatie wordt geen onderscheid gemaakt tussen commercieel gehouden varkens en hobbyvarkens. Het beleidsdraaiboek Klassieke Varkenspest houdt geen apart beleid in voor voor hobbydieren. De diversiteit binnen de hobbydierhouderij betekent namelijk een diversiteit aan knelpunten en wensen. Zo wil een deel van de houders aansluiting blijven houden met het commerciële circuit (afzet fokmateriaal, overtollige dieren). Ook zijn nog lang niet alle hobbydieren geïdentificeerd en geregistreerd. Het streven blijft echter om waar mogelijk voor de hobbyhouders toegesneden beleid mogelijk te maken. 

Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier