Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Toxoplasmose

Toxoplasmose komt voor bij katten, schapen, geiten, runderen en varkens. In de cyclus van de parasiet Toxoplasma gondii neemt de kat de belangrijkste plaats in. Het is een zoonose, dat wil zeggen: de ziekte kan overgaan van dier op mens. Raken zwangere vrouwen besmet, dan kan bij het ongeboren kind schade aan ogen en hersenen ontstaan. Ook jonge kinderen, oudere mensen en mensen met een slecht werkend immuunsysteem kunnen ziek worden door toxoplasmose.

Bij een promotie-onderzoek naar de aanwezigheid van toxoplasmose heeft Marieke Opsteegh *) een hoog besmettingspercentage aangetroffen bij schapen. Van de door haar geteste de schapen bleek 27.8% positief voor Toxoplasma, terwijl de parasiet slechts bij 2 van de 100 koeien kon worden aangetoond. Voor varkens was al bekend dat het aantal Toxoplasma-infecties samenhangt met het type huisvesting: worden de varkens altijd binnen gehouden dan raken de dieren zelden geïnfecteerd (0.4%), maar met buitenuitloop kan dit oplopen tot 5.6%.

Besmettingsbron en wijze van overdracht
De parasiet verspreidt zich in het milieu door kattenpoep. De tussengastheer neemt de eitjes op. Dit kan op vele manieren gebeuren: doordat voeding besmet raakt (bijvoorbeeld sla uit de moestuin), doordat men in de tuin werkt en de eitjes uit de aarde op de handen blijven zitten, doordat de eitjes in een waterreservoir terecht komen, waaruit geput wordt om voeding te bereiden of te wassen etcetera. Voornamelijk jonge katten scheiden, als ze zelf besmet zijn, enige tijd eitjes uit.
Knaagdieren, vogels, schapen, varkens en koeien, kunnen besmet raken met T. gondii doordat ze eitjes binnen krijgen. In tegenstelling tot katten scheiden deze dieren geen eitjes uit. Het lichaam van deze dieren kan echter wel levenslang geïnfecteerd blijven. Door het eten van besmet, niet goed doorbakken vlees kan een mens of dier besmet raken.

Ziekteverschijnselen bij het dier
Bij de meeste dieren zien we vrijwel geen symptomen ten gevolge van een Toxoplasma-infectie. Een enkele keer worden wel bij jonge katjes ziekteverschijnselen gezien (diarree, hersenvliesontsteking, leverontsteking, longontsteking). Een relatief veel voorkomend probleem bij boerderijdieren, vooral bij schapen, is abortus. Ook kan er bij de normale geboorte van een meerling, waarbij een van de lammeren dood ter wereld komt, gedacht worden aan toxoplasma gondii. Een infectie bij schapen doet zich in de regel vaker bij jongere dan bij oudere ooien voor.

Preventie
Allereerst moet vlees altijd goed gaar worden gegeten. Verder moet men vermijden dat katten kunnen komen op plaatsen waar veel kinderen spelen (door bijvoorbeeld een deksel op de zandbak te leggen). Was groenten en fruit (uit eigen tuin) altijd heel goed en draag handschoenen bij het tuinieren. De kattenbak dient iedere dag schoongemaakt te worden (de eitjes worden pas na 48 uur infectieus). Zwangere vrouwen kunnen beter geen kattenbakken verschonen. Was altijd goed de handen na contact met aarde, zand, vuil, stro of kuilvoer. Zorg voor een perfecte hygiëne rond het afkalven of rond de geboorte (of abortus) van geitjes en lammetjes: zorg dat eventuele bezoekers niet te dichtbij komen, draag beschermende kleding (ook lange plastic handschoenen), vermijd contact tussen handen en gezicht.

*) Marieke Opsteegh promoveerde op 19 mei 2011 aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht op het proefschrift ''Toxoplasma gondii in animal reservoirs and the environment'' .

Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier