Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Kruidenrijk grasland, het proberen waard

Ingediend door jinke op 20 juni 2017 - 13:03

Kruidenrijk grasland is goed voor de bodem, voor de biodiversiteit, voor de smakelijkheid van het ruwvoer en voor de gezondheid van herkauwers. Ook de melk van de dieren smaakt lekkerder.

In het rapport van het Louis Bolk Instituut ''Van gepeperd naar gekruid grasland'' staan alle voordelen beschreven. Een paar kruiden worden erin uitgelicht: cichorei, smalle weegbree, paardenbloem,  gewoon duizendblad, karwij, wilde peen, kleine pimpernel, vlinderbloemigen.

De gewenste zaadhoeveelheid is afhankelijk van de hoeveelheid kruiden die gewenst wordt. In het rapport worden zaaizaadhoeveelheden gegeven voor de verschillende kruiden om in het eerste jaar per kruid tot bedekkingspercentages van circa 30% te komen. Bij minder goede omstandigheden kan het helpen meer kruidenzaad te gebruiken. Maar als de kruiden moeten concurreren met sterk groeiend grassen, dan werkt dit maar matig. 

De meeste kruiden hebben een hogere temperatuur nodig om tot ontkieming te komen dan gras. Ze ontkiemen trager en groeien ook langzamer. Daarom is inzaai eind april/mei aan te bevelen (met het risico op vochtgebrek). Eventueel kan ook voor eind augustus worden ingezaaid. 

Het instandhouden van een kruidenrijk grasland is niet eenvoudig. Veel kruiden kunnen overleven als ze tot bloei kunnen komen. Ook is het gunstig als er gaten in de zode ontstaan of wanneer de groei van het gras bijvoorbeeld door langere droogteperioden stilvalt. Dit geldt vooral voor die meerjarige soorten die zaad moeten verspreiden om te overleven. Bij intensief gebruikt grasland is dit vaak niet goed mogelijk. Zeker op vruchtbare gronden met een goede vochtvoorziening, maken meerjarige kruiden in grasland weinig kans.

Op de lichtere en drogere gronden hebben meer kruiden kans om stand te houden; na droogtes kunnen ze zich zelfs uitbreiden in de vaak open zodes. Bloeiende kruiden in weidebossen kunnen hierbij helpen. De balans kan wel doorslaan naar de andere kant. Zo kunnen er kruidenpercentages van tientallen procenten ontstaan. Daardoor wordt het ruwvoer minder voedzaam. Als men een redelijk aandeel gewenste kruiden in het grasland wil krijgen en behouden, kan dat het beste op tijdelijke graslanden, bij een gematigde (stikstof)bemesting en eens per twee à drie jaar de mogelijkheid om tot bloei te komen.

Onderzoek heeft uitgewezen dat op biologische bedrijven 30% meer kruiden zitten in het grasland dan op gangbare bedrijven. Dat heeft te maken met bemesting en grondwaterstand. De botonische samenstelling is het rijkst bij een laag bemestingniveau, een hoge grondwaterstand, laat maaien, een lage hoeveelheid beschikbaar kalium, een hoog niveau voor de beschikbare hoeveelheid bodemstikstof, oud grasland en begrazing door schapen.(1)

Doorzaaien is altijd lastig en heeft alleen enige kans bij optimale omstandigheden. Daarvoor moet de productie van het huidige gras zo veel mogelijk worden beperkt (geen bemesting) en moet er een open zode aanwezig zijn. Maar ook dan overleven alleen de sterkste of snelstkiemende kruiden zoals chicorei, weegbree, karwij, paardenbloem en rode klaver. Andere kruiden maken alleen bij herinzaai enige kans. 

(1) Vegetation composition of Lolium perenne-dominated grasslands under organic and conventional farming, Han van Dobben e.a.. Basic and Applied Ecology Volume 36, May 2019, Pages 45-53.

Dossier

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier