Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Goede praktijk schuilstallen

Ingediend door jinke op 09 juni 2016 - 16:26
Schuilstal voor geiten

Goed voorbeeld doet goed volgen. Bij de beantwoording van de vraag of een schuilstal een voorbeeld is van goede praktijk, zijn drie zaken van belang:

  • De omvang en de inrichting van de schuilstal
  • Het uiterlijk van de schuilstal
  • De ligging van de stal en de landschappelijke inpassing
 
Omvang en inrichting van een schuilstal
Hét kenmerk van een schuilstal is het open karakter. Dieren moeten gemakkelijk in en uit kunnen. Het kan noodzakelijk zijn de schuilstal tijdelijk af te sluiten: in geval van ziekte van een individueel dier, in geval van een besmettelijke dierziekte, ten tijde van het lammerseizoen of als de merrie een veulen krijgt. Om aan deze vereisten te voldoen is het noodzakelijk dat de stal aan de open zijde is voorzien van hekwerk of deuren. Een stal met een oppervlakte van 30 tot 40 m2 biedt voldoende ruimte aan het aantal dieren dat op circa 1 ha kan worden gehouden. 
De inrichting van de stal is doelmatig wat betreft de huisvesting, voeding en verzorging van dieren. Dit betekent dat er wel ruimte is voor de opslag van een beperkte hoeveelheid hooi en stro en voor hekjes om dieren eventueel van elkaar te kunnen scheiden. De schuilstal biedt echter geen ruimte voor opslag van mest, gereedschap en andere materialen. 
Is de schuilstal bestemd voor paarden en pony’s, dan is aan de binnenzijde extra versteviging nodig in de vorm van horizontale balken die ter hoogte van het achterwerk van het paard aan het frame zijn bevestigd. De vloer van de schuilstal is bij voorkeur verhard. Dit is van belang voor een goede reiniging en ontsmetting. Bovendien is een harde ondergrond bevorderlijk voor een natuurlijke slijtage van klauwen en hoeven. Rondom de schuilstal kan het noodzakelijk zijn bestrating aan te brengen. Dit om modderpoelen te voorkomen. Een breedte van drie meter rondom is doorgaans voldoende. Andere kenmerken van een goede praktijk:
 
  • goot en nok niet hoger dan 2 resp. 3 meter,
  • gebruik van natuurlijke materialen,
  • ingepast in het landschap, aan de rand van een perceel,
  • uitsluitend bestemd voor het onderdak bieden aan dieren.
Uiterlijk
Er zijn twee typen schuilstallen: verplaatsbare en niet-verplaatsbare. 
Verplaatsbare schuilstallen (zogeheten sleepstallen, op wielen of op glijders) hebben als voordeel dat er rekening kan worden gehouden met de heersende windrichting. Men kan de stal met de dichte kant tegen de wind in draaien. Bovendien krijgt het grasland rust na verplaatsing van de sleepstal. 
Een niet-verplaatsbare schuilstal wordt geplaatst met de achterzijde naar de meest voorkomende windrichting. Tot de niet-verplaatsbare schuilstallen kunnen ook de hooibergen worden gerekend, die in dit geval niet zijn ingericht voor de opslag van hooi, maar als schuilgelegenheid voor dieren, met wanden van hout.
Aan het uiterlijk van de twee verschillende typen schuilstallen kunnen dezelfde eisen worden gesteld: ze hebben een landelijke uitstraling. Wanden en dak zijn gemaakt van natuurlijke materialen die zo min mogelijk opvallen. Hout verdient daarom de voorkeur boven steen. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid kan betonplex worden toegestaan. Dit is multiplex waarop een coating van kunststof (epoxy) is aangebracht. Dit materiaal is zeer sterk en bestand tegen vocht. 
Bij de vorm van het dak wordt rekening gehouden met de omgeving: riet in een omgeving met veel rieten daken, pannen in een omgeving met veel pannendaken. Bitumen is eveneens een natuurlijk materiaal. Het is donker van kleur en daardoor goed bruikbaar als dakbedekkking van een schuilstal.
 
Ligging en landschappelijke inpassing
Juist weitjes met hobbydieren kunnen het landschap weer aankleden. Een schuilstal kan, mits goed gebouwd, het karakter van het buitengebied zelfs versterken. Door de stallen aan de rand van een perceel te plaatsen, aansluitend op bomen en struiken, worden zichtlijnen zoveel mogelijk intact gelaten. Van belang is de schuilstal met de dichte zijde op de meest heersende windrichting te plaatsen. Van de aanvrager van een schuilstal kan een beplantingsplan (zoals de aanleg van een houtwal, vroeger een heel gewoon beeld) worden verlangd, dat samen met de bouwaanvraag wordt ingediend. Het beplantingsplan geeft structuur aan het perceel waar de schuilstal op komt te staan, kan de stal indien nodig (gedeeltelijk) aan het oog onttrekken en zorgt voor samenhang met de omgeving. Een dergelijke houtwal biedt bovendien extra beschutting aan de dieren. Bij de samenstelling van de houtwal kan rekening worden gehouden met soorten die van oudsher voorkomen in een bepaald gebied. 
 
Dossier

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier