Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Levende Have mengt zich in procedure tegen ruimen van fipronilkippen

Ingediend door jinke op 04 augustus 2017 - 10:02
Eieren

De Stichting Levende Have heeft zich gemengd in de procedure tegen het ruimen van fipronilkippen. De stichting steunt daarmee de rechtszaak die door verschillende dierenorganisaties is aangespannen tegen het ministerie van Economische Zaken.

Bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Eerder is het ministerie al verzocht handhavend op te treden. Het ministerie legt pluimveehouders die zich willen ontdoen van hun fipronilkippen, niets in de weg. Er is zelfs samen met de sector een protocol voor de ruimingen opgesteld. 

De Stichting Levende Have betwist de rechtmatigheid van de ruimingen, omdat deze puur op economische gronden plaatshebben. Door hieraan medewerking te verlenen, begeeft de overheid zich op een hellend vlak, aldus de Stichting. ''Als het kennelijk normaal is om dieren als een wegwerpartikel te beschouwen, kunnen wij ons werk niet meer goed doen,'' aldus directeur Jinke Hesterman. ''Levende Have probeert houders van dieren op allerlei terreinen zo goed mogelijk voor te lichten, zodat ze in staat zijn hun dieren zo goed mogelijk te verzorgen. We voelen ons door de overheid in ons hemd gezet. Ook maken we ons zorgen over de toekomst. Als er geruimd mag worden, enkel en alleen omdat dat financieel beter uitkomt, dan kan er ooit weer een situatie ontstaan dat ook hobbymatige houders van landbouwhuisdieren vanuit handelsbelangen mee moeten doen met het ruimen van dieren.''

Nee, tenzij
Pluimveehouders mogen van het ministerie van Economische Zaken hun fipronilkippen doden. Inmiddels zijn er al op diverse bedrijven honderdduizenden kippen vergast. Volgens de dierenorganisaties (Comité Dierennoodhulp, Een Dier Een Vriend, Stichting Dierennood, Rechten voor al wat leeft en Levende Have) zijn er goede, juridische gronden om de ruimingen te staken. De Wet Dieren gaat uit van het principe “Nee, tenzij”. Dieren mogen niet gedood worden, tenzij daar redenen voor zijn. Dat maakt dat er een redelijk belang moet zijn bij het doden van een dier. Dat komt ook tot uiting in artikel 2.1 Wet dieren, waarin is opgenomen dat het verboden is zonder redelijk doel pijn of letsel te veroorzaken of de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen. 

Intrinsieke waarde van het dier
Artikel 1.3 Wet dieren erkent de intrinsieke waarde van het dier. In lid 2 van artikel 1.3 is opgenomen dat die waarde steeds wordt erkend bij het stellen van regels of het nemen van besluiten gebaseerd op die wet. Daarbij dient ook te worden voorzien dat iedere inbreuk op het welzijn of de integriteit van het dier die verder reikt dan redelijkerwijs noodzakelijk, wordt voorkomen. Nu wordt overgaan tot het doden van grote aantallen dieren zonder enig redelijk doel, wordt aan voormelde bepalingen niet voldaan, volgens de diereorganisaties. De gedode kippen worden ter destructie aangeboden en niet tot product verwerkt. Ook zijn er geen gezondheidsredenen die maken dat de kippen gedood moeten worden. Sterker nog, uit de uitlatingen van diverse deskundigen blijkt dat de kippen de fipronil vanzelf weer kwijtraken na verloop van tijd.

Het doden van de kippen is dan ook puur ingegeven door de wens zo snel mogelijk weer productie te kunnen draaien. Volgens de dierenorganisaties is dit geenszins als redelijk doel te bestempelen. ''Dit toestaan zou er immers op neerkomen dat veehouders of kippenhouders te allen tijde kunnen overgaan tot het doden van hun dieren als dat enige kostenbesparing oplevert. Met andere woorden: indien het voor de boer die drie weken op vakantie gaat goedkoper blijkt om zijn legkippen te doden en na drie weken nieuwe te kopen, in plaats van een loonwerker in te schakelen, dan zou dit, indien de NVWA nu niet overgaat tot handhaving, toegestaan zijn. Nu een redelijk doel ontbreekt, wordt ten onrechte tot het doden van de kippen overgegaan.''

De advocaat van de dierenorganisaties mr. Jaap Baar wijst voorts op artikel 5.10 lid 2 Wet dieren, dat bepaalt dat de minister een behandelverplichting kan opleggen. Op basis daarvan kan ook een verbod op het doden van dergelijke dieren worden opgelegd. 

LAATSTE NIEUWS, 4 augustus 2017: Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Volgens de rechter mogen de fipronilkippen worden gedood. De overwegingen van de rechter worden later bekend gemaakt.
De NVWA benadrukt in een reactie op het verzoek om handhaving dat er toestemming wordt verleend voor het ruimen van kippen. ''De NVWA verleent geen toestemming om dieren op het bedrijf te doden. Omdat het bedrijf geblokkeerd is dient er toestemming van de NVWA te zijn om dieren/kadavers/producten/mest af te voeren. Hiertoe doen de pluimveehouders een melding aan de NVWA waarin ze, indien van toepassing, ook melden dat de dieren op het bedrijf gedood worden. Hierdoor houdt de NVWA goed zicht op de bedrijven die er voor kiezen hun dieren te doden.'' 

''Zulke mooie kippen ga je toch niet doodmaken''

Lang niet alle getroffen pluimveehouders laten hun fipronilkippen doden. Deze video over een pluimveehouder vertelt een ander verhaal

Eerder bericht:
Geen dierziekte, toch ruimen. Mag dat?

Comments

Ingediend door guusneus op 12 augustus 2017 - 21:12

"...Hiertoe doen de pluimveehouders een melding aan de NVWA waarin ze, indien van toepassing, ook melden dat de dieren op het bedrijf gedood worden..."

Dan zijn die pluimveehouders dus in overtreding van op zijn minst art 2.1 van de Wet Dieren. Art 8.12 van diezelfde wet bestraft deze overtreding met "gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie". Wie gaat er aangifte doen?

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier