Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Wat is atypische myopathie?

De dodelijke spierziekte bij paarden “atypische myopathie” lijkt in Europa steeds vaker voor te komen. In de regel sterft 70% van de betrokken paarden aan deze aandoening, vaak binnen 72 uur. Zo bezweken in Noord-Duitsland in 1995 binnen een periode van twee weken meer dan honderd paarden aan deze spierziekte. In het najaar van 2013 deden zich in verschillende West-Europese landen uitbraken voor. De weersomstandigheden - warm najaar gevolgd door een storm - bleken voor een grote verspreiding van esdoornbladen en zaden te zorgen. Paarden die deze bladeren en vooral de zaden eten, kunnen atypische myopathie krijgen.

Onderzoekers zijn erin geslaagd de biochemische oorzaak van atypische myopathie bij paarden vast te stellen: een verstoring van de vetverbranding, genaamd ‘MADD’ (multiple acyl-CoA dehydrogenase deficiëntie). Door deze ontdekking is het nu mogelijk middels urine- en/of bloedonderzoek met zekerheid de diagnose te stellen van deze spierziekte en kan gericht gezocht worden naar effectievere behandelingsmethoden.

Zaden in esdoorn
Een giftige stof in zaden van de esdoorn lijkt de ziekte atypische myopathie bij paarden te veroorzaken. Wetenschappers van de universiteit van Minnesota in de Verenigde Staten, Stephany Valberg en haar team, ontdekten in de zaden van de vederesdoorn de stof die deze ziekte veroorzaakt. Wetenschappers sluiten echter niet uit dat de stof ook in zaden van andere esdoornsoorten aanwezig is. Zo is de gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) zeker verdacht. Volgens recent onderzoek van de Universiteit van Utrecht en Wageningen UR zijn de veldesdoorn of Spaandse aak (Acer campestre) en de Noorse esdoorn (Acer platanoides) onverdacht.

Spierziekte breidt zich uit
De spierziekte “atypische myopathie” bij paarden is sinds 1939 bekend. Voor het eerst werd de aandoening beschreven in Wales en momenteel lijkt de spierziekte zich jaarlijks uit te breiden en is nu in al tenminste 10 Europese landen bekend. Daarnaast komt deze spierziekte waarschijnlijk ook voor in Amerika, Canada en Australië. Deze ziekte treedt met name op bij paarden die buiten worden gehouden en komt vooral voor bij verslechtering van het weer in de herfst en het voorjaar. De aandoening treft paarden van alle rassen en leeftijden. Jonge paarden tot drie jaar, die dag en nacht weidegang hebben, lopen wel een verhoogd risico. Ook de conditie van het paard speelt een rol. Evenals de weersomstandigheden: koud, winderig en nat weer.

Symptomen
Een beginnende atypische myopathie is te herkennen aan donkere urine. Dat is een duidelijk signaal. De ziekte heeft een kort verloop van spierpijn en/of enigszins op buikpijn (koliek) gelijkende klachten. Er kan plotseling spierzwakte of spierstijfheid optreden. Het paard weigert te bewegen, blijft verkrampt staan of gaat plat liggen. De dieren kunnen benauwd zijn en ademen te snel. Een groot deel van de gerapporteerde patiënten overlijdt aan de ziekte. Vroegtijdige signalering kan levensreddend zijn. Sectie op de overleden paarden toont aan dat er sprake is van algemene spieraantasting. Ernstige benauwdheid is meestal aanleiding voor euthanasie. Opvallend is verder dat de paarden verder geen zieke indruk maken en een normale eetlust hebben.

Het verwijzen van verdachte gevallen naar de kliniek van de Hoofdafdeling Gezondheidszorg Paard is helaas niet zinvol en zelfs sterk af te raden omdat door het transport de spierbeschadiging alleen maar verergert en daarmee het gevaar voor de patiënt toeneemt. In zijn algemeenheid geldt voor ernstige spieraandoeningen dat die bij voorkeur ter plekke moeten worden behandeld of op zijn hoogst bij de dichtstbijzijnde stal. Dierenartsen kunnen, zoals gebruikelijk, wel contact opnemen met de dierenartsen van de Kliniek Paard van de faculteit om gevallen te melden of om te overleggen over de behandeling.(1)

Om atypische myopathie te voorkomen gelden de volgende adviezen (2):

  • Voorkom dat paarden in het weiland esdoornzaden kunnen eten. In het najaar komen de zaden vrij en lopen de paarden het grootste risico om ziek te worden. Door ze voldoende hooi te verstrekken, zullen ze uit zichzelf al minder geneigd zijn om zaden te eten.
  • Geef jonge paarden beperkt weidegang en zet ze op een droge wei.
  • Ontworm de paarden na mestonderzoek en zorg ervoor dat ze de gebruikelijke vaccinaties krijgen, dit alles om het paard in een goede conditie te houden.
  • Verwijder geregeld de mest uit de wei.
  • Verwijder zaden en bladeren.
  • Verwijder giftige planten.
  • Geef een zoutblok.
  • Geef in voor- en najaar uitsluitend drinkwater uit de kraan en voorkom dat de paarden toegang hebben tot een poel.

(1) Advies atypische myopathie bij jonge paarden, Universiteit van Utrecht
(2) website van de universiteit van Luik: http://labos.ulg.ac.be/myopathie-atypique/

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier