Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Unieke karakter Welsumer behouden gebleven

Ingediend door jinke op 14 juli 2009 - 11:33

Levende Have, april 2009

Ondanks invloeden Barnevelder en Leghorn
Unieke karakter Welsumer behouden gebleven

Door Ad Boks

Vermoedelijk buitenlandse rassen liggen ten grondslag aan een van de meest bekende Nederlandse hoenderrassen. Ook zijn er invloeden van de Barnevelder en de Leghorn. Niettemin is de Welsumer uniek in de wereld. Zeldzaam, dat wel. Maar er zijn in ons land voldoende goede fokkers en dieren.

In het begin van de twintigste eeuw ontstond op de westelijke IJsseloever een nieuw pluimveeras: de Welsumer. De naam is ontleend aan het dorpje Welsum. Als een ras zo duidelijk gelieerd is aan een kleine boerengemeenschap moet de oorsprong ervan te achterhalen zijn. Toch is het G. van Blarcum, afkomstig uit het gebied en schrijver van het boek “De Welsumers, hun wordingsgeschiedenis, ontwikkeling, teelt en standaard” niet gelukt de herkomst van dit ras te bepalen.

Toen hij als pluimveeconsulent in 1911 op onderzoek uit ging, trof hij in en rond Welsum dieren aan die op licht gebouwde Maleiers leken. De hennen legden buitengewoon grote eieren, dik en langwerpig ovaal rond, met een harde schaal. De kleur was eerder geelbruin dan koffiebruin. Spikkels in de eischaal kwamen veel voor. Deze gespikkelde eischaal is nog steeds kenmerkend voor het ras.

Ook al valt over het allereerste begin van de Welsumer niets met zekerheid te zeggen, vaststaat dat het ras in ongeveer dezelfde periode is ontstaan als de Barnevelder. Het werd onder meer gehouden op zware rivierkleigronden langs de Gelderse IJssel. Het fokcentrum vormden de dorpen Welsum, Terwolde, Epe, Olst en Wijhe.

Buitenlandse rassen
De naam Welsumers bestaat weliswaar al heel lang, maar de kip van toen, wijkt nogal af van de Welsumer zoals we die nu kennen. De eerste kippen die de veelgevraagde donkerbruine eieren legden, vertoonden allerlei kleurschakeringen en deden wat dat betreft niet onder voor de boerenhoenders elders in het land.

Aangenomen mag worden dat buitenlandse rassen, zonder dat het duidelijk is welke, de basis vormden voor de Welsumer. Op welke wijze de buitenlandse rassen hun entree hebben gedaan in dit gebied, is niet bekend. Verondersteld wordt dat de eigenaren van de buitenplaatsen, vooral in de omgeving van Twello, de leveranciers van de eerste dieren zijn geweest. Voor de eigenaren waren deze dieren in eerste instantie statussymbool, maar het overschot aan hanen werd, voor zover deze niet in de pot verdwenen, afgezet in de omgeving.

Men had destijds duidelijk een voorkeur voor een mengeling van kleuren. Dat werkte de uniformiteit niet in de hand. Zelfs aan het begin van de vorige eeuw deed dit verschijnsel zich nog voor. Desondanks was er wel een zekere eenheid in fokrichting, in zoverre dat men uitsluitend "rode" hanen gebruikte. Deze hanen hadden de kleur en tekening van de patrijskleurige rassen, met dit verschil dat deze hanen in de borstveren veel bruin lieten zien. De borst was, met andere woorden, bruinzwart getekend.

Kruisingen
Ondanks het feit dat de Barnevelder nog geen tentoonstellingsras was, had in 1911 de Barnevelder al wel naam gemaakt als producent van donkere eieren. Onder auspiciën van de afdeling Epe en Omstreken der V.P.N. werden in 1911 Barnevelders en broedeieren hiervan aangeschaft. Van hieruit werd het Welsumergebied betreden en links en rechts werden Barnevelderhanen gekruist met de aanwezige Welsumer hennen. Het gevolg was dat binnen enkele jaren geen enkele echte Barnevelder of Welsumer meer te vinden was in dit gebied. Het komt er op neer dat twee groepen dieren, die allebei donker bruine eieren legden, met elkaar werden gekruist.

Het gebruik van de Barnevelders leverde veel voordelen op. Volgens Van Blarcum was de Barnevelder in dat stadium vrij vatbaar voor ziekten, zwak van constitutie en uitermate veel broeds. Het ei was kleiner dan dat van de Welsumer, maar donkerder van kleur. De Welsumers waren daarentegen zeer gehard, weinig broeds en het ei was veel groter van stuk. Het ei van deze kruisingsproducten was iets lichter van tint en matter van schaal dan het Barnevelder ei, maar wel veel zwaarder en mooier, ovaal rond.

In die tijd was de broedmachine nog geen algemeen voorkomend verschijnsel. De Welsumers werden meestal eerst laat in het seizoen broeds. Vervolgens koos de boer de allergrootste en donkerste eieren als broedei. Dit hield in dat eieren werden uitgebroed van dieren die pas laat in het voorjaar met de leg waren gestart of maar enkele eieren per week legden. Dieren die volop produceren, verliezen namelijk in de loop van de legperiode aan eikleur. Het is dan ook niet verwonderlijk dat door deze selectie de productie terugliep.

Twee richtingen
Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd de pluimveestapel drastisch ingekrompen. Na deze oorlog zochten enkele overgebleven fokkers de resten van de oorspronkelijke Welsumers bij elkaar om opnieuw te kunnen starten. Ze volgden twee richtingen. De ene lijn trachtte via selectie binnen het ras de kwaliteit te verbeteren; de andere lijn maakte gebruik van de patrijs Leghorn om de productie op te voeren.

Het gevolg was het ontstaan van twee partijen die lijnrecht tegenover elkaar stonden. Ondanks dit "meningsverschil" nam de vraag naar Welsumer eieren vanuit het buitenland met de dag toe. In 1922-1923 werd een commissie ingesteld die de partijen moest verzoenen. Dit liep uit op een mislukking. De partijen wilden niets van een bemiddelingspoging weten.

Uiteindelijk werd over de hoofden van de strijdende partijen heen op 25 februari 1928 in Apeldoorn de Nederlandse Vereniging tot Verbetering van het Welsumer Hoenderras opgericht. Hierbij onthield men zich wijselijk van uitspraken over de kleur van de Welsumer. Het doel van deze vereniging was volgens artikel 2 van de Statuten: "Het fokken van raszuivere Welsumers met hooge productie van groote, bruine eieren te bevorderen."

De richtlijnen bij het fokken der Welsumers geven wel een typebeschrijving, maar geen kleurbeschrijving van het ras aan. Voor de eieren gold het volgende:
Aantal: gemiddeld ± 180 eieren per hen op de beste bedrijven.
Gewicht: ± 70 gram.
Kleur: matglanzend donkerbruin met fijne in de schaal voorkomende spikkels.
Vorm: ovaalrond.

Zeldzaam
Vanwege het donkerbruine ei ontstond er al snel vraag naar dit ras uit de ons omringende landen. Maar dat kon niet verhinderen dat de Welsumer in de tweede helft van de vorige eeuw, net zoals zovele andere Nederlandse hoenderrassen, sterk terugliep in aantal en uiteindelijk als zeldzaam ras te boek kwam te staan. Vooral bij particulieren is er tegenwoordig wel weer vraag naar de Welsumer. Een toom goed gekleurde Welsumers op het grasveld is een plaatje, maar ook in een beperktere ruimte doen ze het goed. Aangezien onze Nederlandse Welsumers uniek in de wereld zijn, zou ik willen adviseren: mensen, kijk als je ruimte hebt of dit wellicht een ras dat bij u past en ga ermee van start. Gelukkig zijn in ons land voldoende goede fokkers en dieren aanwezig.

Eén kleurslag: roodpatrijs
De Welsumer is een vrij fors gebouwd hoen. De hals is in verhouding vrij kort, terwijl de kop, vooral van de hen vrij klein behoort te zijn. Dit geldt ook voor de enkele kam. De oogkleur is oranjeachtig roodbruin. De staart is vooral bij de hen tamelijk smal, bij de haan voorzien van een behoorlijke sierveerontwikkeling. Deze wordt verhoudingsgewijs hoog gedragen. De rug bij de Welsumer is middellang en vrijwel horizontaal. De beenkleur is geel. De Welsumer kenmerkt zich verder door een behoorlijk ontwikkelde legbuik. De Welsumer is in Nederland slechts erkend in één kleurslag: de roodpatrijs, waarbij de basiskleur bruin is met een rode weerschijn.

Dr. ir. Ad Boks is pluimvee-expert, houder van diverse rassen (waaronder Indische loopeenden) en vice-voorzitter van de Stichting Zeldzame Huisdierrassen. Meer informatie kunt u krijgen bij de secretaris van de Welsumerclub: M.Eissens, Paterswoldseweg 754, 9728 BL Groningen, tel. 06-42081669.

 

Verschenen in

Comments

Ingediend door vaneldijk op 22 januari 2017 - 12:12

Onlangs hebben wel 5 ras welsumer kipen gekocht, het grondstuk waar ze op kunnen lopen is groot. Hoe lang moeten wij ze vast houden om te laten wennen.

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier