Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Terughoudend met restjes

Ingediend door jinke op 08 augustus 2019 - 11:49

’Voer niets aan je dieren wat je niet zelf ook zou kunnen eten’
Terughoudend met restjes

Door het voeren van etensresten kan de balans in het voedingsaanbod kan verstoord raken. Vandaar het advies: wees terughoudend met restjes.

door Tjalling Huisman *)

Een positief nevenaspect van het houden van hobbydieren is dat je veel minder maaltijdresten (zowel afval van de bereiding als overblijfselen) hoeft mee te geven aan de vuilophaaldienst. Gekookte aardappelen, rijst, brood, bladgroenten, fruit en zelfs restjes jus worden door kippen, ander pluimvee en varkens met graagte opgenomen. Brood, fruit en groenten ook door konijnen, schapen, geiten en paarden. Als je bedenkt dat veel vormen van dierhouderij zijn begonnen met het beschikbaar stellen van oogstresten en etensresten aan dieren lijkt het voeren van dit soort producten niet onlogisch. Toch kleven er wel bezwaren aan.

Hygiënische bezwaren worden vaak genoemd. Wanneer je in ieder geval geen producten van dierlijke herkomst voert, is dat bezwaar voor een groot deel al ondervangen. De vuistregel “voer niets aan je dieren wat je ook niet zelf zou kunnen eten” voorkomt veel probleem op dit vlak. Voer dus geen voedsel dat beschimmeld is, stinkt, verkleurd is of anderszins onappetijtelijk is. De strekking van de vuistregel is uiteraard ook van toepassing op aardappelschillen, koolstronken en andere ongebruikelijke maaltijdbestanddelen.

Voederwaarde
Een groot bezwaar van het voeren van maaltijdresten kan zijn dat de balans in het voedingsaanbod zoek raakt. Voeding moet dieren voorzien van energie en voedingsstoffen (nutriënten). Daarnaast moet de voeding stoffen bevatten die bijdragen aan het gezond functioneren van het darmstelsel (bijvoorbeeld vezels). Ook is het belangrijk dat het voer mogelijk maakt dat het dier er zijn natuurlijke voedselopnamegedrag op uitoefent. Dit alles maakt het noodzakelijk dat het dagelijkse rantsoen van een dier een veelheid aan nutriënten (ruim 70) bevat, waarbij zowel een overmaat als een tekort, maar ook een verkeerde verhouding alle kunnen leiden tot problemen.
Met enige basis voedingskennis, kijk op de dieren en gezond verstand is het best mogelijk een geschikt rantsoen samen te stellen. Voor veel diereigenaren is echter de beschikbaarheid van complete voeders voor pluimvee en varkens of geschikte aanvullingen op hooirantsoen in het geval van konijnen, paarden en herkauwers een uitkomst.
Met behulp van de tabel in dit artikel, waarin de samenstelling van enkele bijproducten en volledig legmeel wordt weergegeven, is het mogelijk de potentiële bezwaren van het voeren van restjes nog wat duidelijker te maken. Omdat het watergehalte van de producten sterk varieert (in andijvie 96%, in gekookte rijst 63% en in legvoer 10% zijn alle gehalten omgerekend naar waarden in de droge stof, ofwel het product zonder water. 

Tabel: Energie en nutriëntengehalten (weergegeven als percentage, energie in Megajoule (MJ) per kg, vitamine A in Internationale Eenheden (IE) per kg) in de droge stof van volledig legvoer en enkele andere voedingsproducten. 

 

Volledig

legvoer

Gekookte

aardappel

Gekookte

rijst

Brood

Appel

Andijvie

Olie

Water

10

76

63

37

84

96

0

Energie

13,1 MJ

13.3 MJ

16,8 MJ

14,8 MJ

13,1 MJ

5 MJ

37 MJ

Eiwit

16,1

9,6

8,4

14

2,5

25

0

Vezel

8,1

12.9

1,4

10

14,3

70

0

Calcium

3,8

0,04

0,03

0,04

0,025

1

0

Fosfor

0,4

0,24

0,1

0,38

0,7

0,5

0

Vit A (IE/ kg)

10.000

0

0

0

1070

14.175

0

(Bronnen: opgaven enkele veevoederfabrikanten en Nederlandse Voedingsmiddelentabel)

Met het omrekenen naar gehalten in droge stof worden onderling sterk verschillende producten veel beter vergelijkbaar. De lezer moet zich hierbij realiseren dat de capaciteit voor voeropname veel meer bepaald wordt door de droge stof dan door het product. Met andere woorden: van een waterrijk product kan veel meer opgenomen worden dan van een droog product.

In de tabel worden alle producten vergeleken met een volledig voer, in dit geval voor leggende kippen. Een voer mag uitsluitend als volledig voer verkocht worden als de leverancier kan garanderen dat het voer alle voedingsbehoeften van het dier dekt, uitgezonderd water. Je kunt het dus als enige voer verstrekken, zonder dat er tekorten ontstaan. 

Bij het ontwerpen van een voer is het uitgangspunt altijd de behoefte van het dier. Dat betekent niet dat alle voeders voor een bepaalde diersoort hetzelfde zullen bevatten. Iedere fabrikant gaat uit van een bepaalde kwaliteit grondstoffen, heeft eigen veiligheidsmarges en andere overwegingen die de uiteindelijke gehalten bepalen. Hierdoor zullen de gehalten in ieder voer ook hoger zijn dan de minimumbehoefte. 

Energie
De hoeveelheid die van een bepaald voer wordt versterkt is afhankelijk van het energiegehalte van het voer in relatie tot de energiebehoefte van het dier. Meer energie geven dan nodig, leidt altijd tot vervetting, minder dan nodig altijd tot gewichtsverlies.     
 
De energiegehalten in de tabel laten zien dat een aantal producten meer energie bevatten dan het volledige voer. Gekookte rijst bevat bijna dertig procent meer energie in de droge stof dan het kippenvoer. Dit betekent dus dat je hier voor de dekking van de dagelijkse behoefte dertig procent minder energie moet geven uit de droge stof. Op het moment dat je deze aanpassing doet, creëer je echter een nieuw probleem. In rijst is het gehalte aan nutriënten veel lager dan in volledig kippenvoer, ga je nu minder voeren van het product om vervetting te voorkomen dan wordt toch al te lage aanbod aan voedingsstoffen nog veel lager.

Olie
Bij het toevoegen van olie is dat effect nog veel groter. Afgezien van essentiële vetzuren en toegevoegde vitamine E, bevat olie geen andere voedingsstoffen. Het bevat bijna drie keer zoveel energie als alle overige voedingsmiddelen. Bijmengen met olie (of jus of afgesneden vet) betekent dus dat de overige bestanddelen fors verminderd moeten worden. Hoe raar het ook klinkt: met olie verdun je op deze manier het overige nutriëntenaanbod.

Een ander aandachtspunt is het calciumaanbod. Weliswaar is de calciumbehoefte van legkippen extra hoog maar voor de meeste niet leggende dieren geldt dat het calciumgehalte in het voer in de buurt van 1 % moet zijn. Met uitzondering van andijvie komt geen enkel voedermiddel zelfs maar in de buurt van dit gehalte. Daar komt nog bij dat in veel gevallen het fosforgehalte hoger is dan het calciumgehalte. Een dergelijk negatieve verhouding leidt tot een verminderde opname van het toch al weinige calcium.

Vitamine A wordt alleen geleverd door appel en andijvie. Het gehalte in andijvie lijkt hoog. De vitamine A werking van plantaardige producten is echter altijd afkomstig van bèta caroteen of daaraan verwante stoffen. Dit kunnen veel dieren omzetten in vitamine A. In tegenstelling tot vitamine A uit dierlijke producten of bijvoorbeeld uit supplementen zal een overmaat aan bèta caroteen nooit leiden tot schadelijke effecten. Om kort te gaan: producten uit de keuken of moestuin worden vaak graag gegeten door allerlei dieren en zijn op zich niet schadelijk. Een te groot aandeel in het dagelijkse rantsoen kan echter op den duur tot tekorten leiden. 

Tips

•    Voer nooit vleesresten of vleeswaren.
•    Hanteer voor de producten die je toch voert dezelfde hygiëne criteria als voor je eigen voedsel.
•    Als je niet bedreven bent in rantsoenberekening laat dan bij pluimvee en varkens minimaal 75% van het rantsoen uit compleet voer bestaan.
•    Wees erg terughoudend met vet en olietoevoegingen.

Tjalling Huisman is voedingsdeskundige en schreef in de periode 2007 tot 2015 een rubriek over voeding voor Levende Have. Hij is verbonden aan de Hogeschool Van Hall Larenstein.

Verschenen in

Aanbevolen door Levende Have
 

 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier