Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

'Oormerken horen in de la'

Ingediend door jinke op 10 oktober 2010 - 14:46

Tekst: Marc van der Sterren

Een paardenmens, maar in de eerste plaats dierenliefhebber. Met dezelfde structuur die ze haar paarden oplegt, bestiert ze het secretariaat van de NBvH. In haar wei lopen Veluws heideschapen, Ze fokt er niet mee. Want het plezier van jonge dieren weegt niet op tegen de ellende van het afstand doen. Met dit soort principes en volharding weet Christine Bijl ook het registratiebeleid een diervriendelijke wending te geven.

Tussen de weilanden rond Kootwijkerbroek woont de secretaris van de Nederlandse Belangenvereniging voor Hobbydierhouders (NBvH). Om bezoekers te verwelkomen lopen er zes keffertjes rond. Om precies te zijn: drie jack Russels, een Malthezer Leeuwtje en twee bastaard tekkels. In haar weiland grazen drie schapen, twee pony’s en drie paarden. Twee volbloeds en een Trakehner hengst. Al sinds haar zesde rijdt ze paard. Ze werkte in een manege, gaf paardrijles en trainde paarden. Verpeste paarden werden door haar heropgevoed.

Met 61 heeft ze de leeftijd om over héél vroeger te praten: “Héél vroeger deed ik aan wedstrijden mee.” Maar ze is geen wedstrijdmens. Zeker, ze kan paarden prachtig laten lopen. Maar eenmaal voor de jury wordt het toch minder. Nog steeds is ze volop dressuurmatig bezig met haar paarden. Maar ze traint de dieren vooral voor zichzelf. En voor de paarden natuurlijk. “Ik ben continu bezig met de spieropbouw en de gehele ontwikkeling van het paard.”

Ze is een paardenmens, maar in de eerste plaats hobbydierhouder. Dierenliefhebber. “Ik kan geen dieren naar de slacht doen.” En omdat ze weinig adressen kent om schapen naar af te voeren die deugen, fokt ze niet met haar schapen. “De drie maanden plezier aan een jong dier, wegen niet op tegen de stress en ellende van het wegdoen.”

Pauwen, eenden, kippen. Zijdehoentjes en Japanse Krielen. In 2003 werden hier 45 stuks pluimvee geruimd. “Daarna heb ik het nooit meer gedurfd om dat vogelspul aan te schaffen.” Ondanks de vaccinatiemogelijkheden en ondanks de toezegging niet te ruimen. “Ik vrees dat ze toch wel een reden vinden in dit intensieve gebied.” Wel kwamen er twee kippen aanlopen van een Freilandbedrijf in de buurt. Als troost misschien. “Die lopen hier nu schattig en tam te wezen.”

2001
Stress en ellende en Kootwijkerbroek. Het verband is snel gelegd. In 2001 zat ze maanden in de zenuwen. Alle professionele en hobbymatig gehouden evenhoevigen in de buurt gingen eraan. “Mijn schapen zijn ze godzijdank vergeten.” De machteloosheid en de boosheid van toen waren de aanleiding tot oprichting van de NBvH. “Zorgen dat het nooit meer gebeurt. Dat is waar ik me de afgelopen vier jaar op heb gestort.”

Haar Veluwse Heideschapen lopen oormerkloos rond. Ze zijn gechipt. Natuurlijk weet ze dat die methode (nog) niet legitiem is. “Ik heb altijd willen laten zien dat ik niet onwillig ben, maar dat ik de dieren wil registreren op mijn manier.” En deze manier volstaat. Het is reeds gebleken. Vorig jaar werden de dieren ingeënt tegen blauwtong, na een uitbraak bij één dier. Gefrustreerd slaakte de VWA’er een diepe zucht toen hij geen merken in de oren aantrof. “Maar toen ik hem de paspoorten en de reader gaf om het chipnummer te controleren, was hij dik tevreden.”

Nee. Ze heeft nog nooit een controleur of AID’er op het erf gehad die er iets van zou moeten zeggen. Logisch, vindt ze. “De AID heeft genoeg zaken om handen waar ze zich wel druk om moeten maken.” De registratie moet nu eenmaal van Brussel. Maar bij LNV beseffen ze steeds meer dat de prioriteiten op een ander vlak liggen, signaleert Bijl tevreden. Drie jaar geleden was het motto: regel is regel. “Dat geldt nog steeds, maar ze zeggen het niet meer zo stellig.”
De registratiemogelijkheden voor dieren die niet de grens over gaan worden steeds groter. De varianten zijn legio. De minibolus, het Pat-merkje. Het is Bijl die de goedkeuring in gang heeft gezet. Zo ook die voor het injectaat. “Het is mijn kindje”, zegt ze liefdevol. “En ik zal het tot volwassenheid brengen.”

Successtory
Het is nog een lange weg. “Er is nog geen injectaat aangeboden dat is goedgekeurd. Dus we kunnen er nog niks mee.” Al heeft de faculteit voor diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht nog zo’n successtory geschreven in de vorm van een rapport. Honderd geiten op een melkgeitenbedrijf en tachtig schapenlammeren werden in april vorig jaar gechipt. Afgelopen januari werd er gescand. Een score van 100 procent. Alle chips zaten nog op dezelfde plek: onder de huid op de schedel, achter het linkeroor.

Met dit rapport stapte ze naar LNV. Belangrijke voorwaarde is echter de afleesafstand. Die moet twintig centimeter zijn. De vijf tot zes centimeter van de chip met de huidige afleesapparatuur is te weinig. Inmiddels is de afleesapparatuur zodanig verbeterd dat deze chip op 25 centimeter afleesbaar is. “Ik wil dus dat de AID meteen de goede apparatuur aanschaft.”

Zo logisch als het lijkt is het niet. LNV heeft goedkeuring gegeven aan de nieuwe mogelijkheid van een injecteerbare transponder (lees: chip), maar om die te mogen gebruiken is een vergunning tot levering nodig bij een leverancier, die dan de chip als set met een standaard wit oormerk mag aanbieden.

Als lobbyist houdt Bijl bij de politiek de druk op de ketel, maar gaat ze ook in gesprek met de fabrikanten die de aanvraag moeten indienen. En met de Dienst Regelingen die met de apparatuur moet werken. En dan is er de regeling dat bij het chippen een oormerk van wit kunststof moet zijn aangebracht. Hobbyhouders zullen liever kiezen voor het aluminium Pat-merkje. Niet alleen omdat het minder opvalt, het sluit ook beter aan zodat het minder snel blijft haken en waardoor het oor minder kans heeft op scheuren.

Maar dat is niet meegenomen in de verordening, dus moet de Nederlandse verordening op dat punt worden aangepast. Aan Bijl de taak in overleg te gaan met het ministerie. Onverschrokken gaat ze de procedures aan en het overleg in. En hoe beter ze haar voorstellen heeft dichtgetimmerd, hoe beter de kans van slagen, dus gaat ze ook hiervoor in gesprek met de fabrikanten.

Plaag
Tot in haar nek zit ze in de materie die ze aanvankelijk vervloekte. Het is een plaag die de hobbyhouder is aangedaan. “Die hele achterlijke I&R-regeling is er gekomen door de industrie die de ziektes veroorzaakt. Hobbydierhouders zijn geen partij in dierziektebestrijding, maar we worden wel opgezadeld met de kosten.”
Tegelijkertijd is ze realistisch genoeg. Ze weet waar ze staat. “We leven nu eenmaal in een wereld waar alles in elkaar grijpt. We kunnen er niet omheen dat er allerlei rare ziektes binnenkomen die ook het hobbyvee treffen. We ontkomen er dan ook niet aan mee te doen met de industrie. Maar het moet wel in verhouding staan. En proportionaliteit is een belangrijk juridisch basisbeginsel.”

LNV is niet onwelwillend. In de professionele sector zijn ze het niet gewend dat iemand met dezelfde dieren anders wordt behandeld. Bijl zet echter door. “Dieren met een bolus of straks een chip moeten nog steeds een oormerk in, hoewel straks een bolus met pootband of tatoeage ook tot de mogelijkheden gaat behoren. Dat oormerk hoort in de la, zeker bij gechipte dieren met het uitgebreide NBvH-paspoort. Daar willen we serieus naartoe.”

Verschenen in

Aanbevolen door Levende Have

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier