Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Domesticatie van de geit

Ingediend door jinke op 27 juli 2007 - 15:45

door Jinke Hesterman

Grote afstanden hebben de geiten in de nieuwe steentijd (het Neolithicum) afgelegd om van Mesopotamië in Europa te komen. Ze verplaatsten zich in een tijdsbestek van drieduizend jaar langs twee routes: de noordelijke Donauroute, maar ook via de meer zuidelijk gelegen Mediterrane route. Aangenomen wordt dat de verplaatsingen via de zuidelijke route zich eerder voltrokken dan langs de noordelijke route. Opmerkelijk is dat de geiten, eenmaal aangekomen in het zuiden van Frankrijk en Italië, een grote genetische diversiteit vertoonden.

Wetenschappers spreken van een mix van op z’n minst twee genetische ‘lijnen’, die terug te voeren zijn op twee en mogelijk drie plaatsen waar de eerste bewijzen van domesticatie zijn aangetroffen: het Taurus gebergte, het Zagros gebergte en mogelijk de Jordaan Vallei *). Van beide lijnen zijn nog altijd restanten aanwezig, hoewel een ervan nog slechts op zeer beperkte schaal voorkomt en alleen in Zwitserland en Slovenië. De wetenschappers doen verslag van hun bevindingen in Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America (www.pnas.org). Zij stellen vast dat de mens zich tussen 10.500 en 7.600 jaar geleden met relatief kleine kuddes gedomesticeerde geiten heeft verplaatst van oost naar west. Vermoedelijk zaten de geiten al bij de eerste ‘’landbouwgolf’’ die zich 9500 jaar geleden bewoog van het Nabije Oosten naar Europa.

De hypothese van deze vroege trek wordt gesteund door biologische en gedragskenmerken van de geit: het is de sterkste van alle landbouwhuisdieren, in staat om onder de meest extreme omstandigheden te overleven. Geiten zijn bovendien makkelijk te verplaatsen, zowel over land als over zee. Ze volgen de mens vrij eenvoudig. Was het aantal dieren in een kudde gering, het aantal kuddes dat in westelijke richting trok was aanzienlijk. Dat grote aantal zorgde ervoor dat er uiteindelijk in Europa een genetisch zeer diverse geitenpopulatie ontstond.

Geitenbotten
Het onderzoek is gebaseerd op DNA van 19, circa 7000 jaar oude geitenbotten die zijn aangetroffen op een van de vroege Neolitische nederzettingen in Zuid Europa: de Languedoc en de Provence in Frankrijk en Rendina in Italië. Een analyse van de gegevens duidt erop dat de geit in het Nabije Oosten op twee verschillende plaatsen ongeveer in dezelfde periode moet zijn gedomesticeerd. Om te onderzoeken of de mix van genen zich had voltrokken aan het begin van het Neolithicum of in de tijd daarna, zijn 24 geitenbotten onderzocht, afkomstig uit de Ardèche en uit Beaume d’Oullen, waar ze de mens voorzagen van een kleding, vlees, melk en waar ze het land bemestten en als trekdier dienden. Opvallend was het geringe aantal geiten dat is aangetroffen, ten opzichte van schapen en varkens. Dit bevestigt het vermoeden dat de Neolithische boeren er kleine kuddes geiten op nahielden. Deze kuddes waren waarschijnlijk min of meer onderling verwant. Er had op z’n minst gedurende de verplaatsingen en mogelijk al daarvoor een uitwisseling van erfelijk materiaal plaatsgevonden. Het onderzoek wijst uit dat geiten van de twee verschillende genetische lijnen, naar Europa gekomen langs de Mediterrane route, meer dan zevenduizend jaar geleden korte tijd in dezelfde nederzettingen met elkaar hebben samengeleefd. *) De onderzoekers sluiten niet uit dat de geit op nog meer plekken is gedomesticeerd, bijvoorbeeld in Centraal Azië.

Verschenen in

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier