Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

''Beheers Jacobskruiskruid met schapen en geiten''

Ingediend door jinke op 17 augustus 2007 - 12:14
schaapskudde Hans Abbink

door Monique van Schagen

Jabobskruiskruid in hooi vormt een bedreiging voor vooral paarden en runderen. Schapen en geiten kunnen het kruid wel verdragen. Schaapherder Hans Abbink uit Eibergen pleit er dan ook voor om schapen en geiten in te zetten bij de beheersing van dit kruid.
Veel hobbydierhouders, vooral paardenhouders, horen alarmbellen rinkelen bij het woord Jacobskruiskruid (Senecio Jacobaea). Niet zo verwonderlijk, want wanneer deze tweejarige inheemse plant in het hooi terecht komt, vormt het een grote bedreiging voor het leven van met name paarden en runderen. In hooi verliest het kruid zijn herkenbaarheid als giftige plant, maar het behoudt zijn gifstoffen wel.

In het Engelse tijdschrift Horse&Hound verscheen een artikel waarin werd gesteld dat in Groot-Brittannië afgelopen jaar duizend paarden door vergiftiging van dit kruid zijn gestorven. De zogenoemde pyrrolizidine alkaloïden in de plant, worden opgeslagen in de lever. Op internet meldt het zogenoemde kruiskruidforum dat de plant een bedreiging vormt voor paarden, pony’s, koeien, ezels, knaagdieren, schapen, geiten en pluimvee.Schaapherder Hans Abbink uit Eibergen laat zijn schapen en geiten echter met een gerust hart hooi eten dat ook Jacobskruiskruid bevat. Vorig jaar schonk een melkveehouder uit zijn woonplaats hem tachtig balen van het hooi, dat door de aanwezigheid van het kruid niet geschikt was om aan de koeien op te voeren. Het hooi vormt voor schapen en geiten geen bedreiging, zo weet Abbink. Bovendien zijn deze dieren zeer geschikt om het kruid op percelen weg te grazen, zonder dat zij er zelf aan onderdoor gaan.

Bloemen
Dat het kruid in hooi een bedreiging vormt voor paarden en runderen, stelt ook Abbink. ‘’Het is belangrijk om te voorkomen dat het kruid in hooi terecht komt, dat is bestemd voor paarden, pony’s en runderen. In mijn optiek zijn schapen en geiten een goed instrument om verspreiding van het kruid te beheersen. In de vrije natuur zal het kruid niet direct een bedreiging vormen voor deze dieren. Ze eten vooral de bloemen, waardoor de plant zich na enkele seizoenen niet meer kan verspreiden. Veel paarden worden op een relatief kleine wei gehouden, dat ze dan ook tot op de grond toe kaalvreten. In dat geval zullen ze ook sneller giftige planten opeten. Rundvee graast meestal in goed onderhouden en bemeste weilanden. Daar komt dat kruid niet tot nauwelijks voor. Het is wel schadelijk als het in hooi of kuilvoer zit dat uit een natuurgebied gewonnen is.”
Zijn vrouw Greet vult aan: ,,We hadden een Shetlandhengstje in het weiland lopen. Het had voortdurend last van diarree. Uiteindelijk hebben we het dier laten lopen in een stuk natuurgebied, waarin allerlei soorten planten te vinden waren. Vooral boomschors had zijn bijzondere interesse. Na twee weken waren de problemen over. In zulke, meer natuurlijke, omstandigheden zoekt een dier zelf dat uit, wat goed voor hem is. In de omstandigheden waarin wij als mens de dieren doorgaans houden, hebben ze die keus niet.”

Onderzoek
Een publicatie van de Animal Science Group van de Universiteit in Wageningen (WUR) bevestigde Abbink’s visie dat het kruid geen directe bedreiging vormt voor schapen. Hierin stellen de onderzoekers dat schapen minder gevoelig zijn dan andere zoogdieren voor Jacobskruiskruid. De dieren beschikken over enzymen in het maagdarmkanaal die de alkaloïden gedeeltelijk onschadelijk maken. Uit praktijk in het buitenland is gebleken dat winterbeweiding met schapen een goed middel is om uitbreiding van het kruid tegen te gaan, zo schrijven de wetenschappers uit Wageningen. In het najaar vreten de dieren de verse kiemplanten en jonge rozetten, waardoor ze voorkomen dat de plant uitgroeit en zich verder verspreidt.Voor Hans en Greet Abbink reden om de balen hooi met een gerust hart aan te nemen van de veehouder die er niets mee kon. Onderzoeker Marike Boekhoff van de Animal Science Group van de WUR in Lelystad stuurde Hans en Greet aanvullende informatie over onderzoek in het buitenland naar schapen en het Jacobskruiskruid. De Amerikaanse onderzoeker Peter Cheeke publiceerde in 1998 het boek: Natural Toxicants in Freeds, Forages and Poisonous Plants. Boekhoff stelde hem een aantal vragen over beweiding door schapen op terreinen met Jacobskruiskruid. Op basis van dertig jaar onderzoek verwacht Cheeke weinig tot geen problemen.

Dodelijk
Cheeke stelt dat het kruid pas dodelijk is voor schapen als de dieren meer dan 300 procent van hun eigen lichaamsgewicht aan gedroogd Jacobskruiskruid binnen krijgen. Bij paarden en runderen bedraagt dit percentage slechts vijf procent van het lichaamsgewicht. Een vers plantje bevat ongeveer vijf procent droge stof. Volgens Cheeke is het hoogst onwaarschijnlijk dat schapen en geiten genoeg Jacobskruiskruid eten om vergiftigd te worden. In Oregon adviseerde zijn instituut om schapen en geiten in te zetten als biologische verdelgers, en voor zover hij heeft kunnen nagaan, heeft dat nooit geleid tot ziekte of sterfte onder de dieren. Lammeren zijn wellicht iets gevoeliger voor de plant, maar Cheeke beschikt niet over gegevens om dat feitelijk te onderbouwen.

Insecten
De onderzoeker meldt verder dat de inzet van insecten effectief is geweest om de plant te bestrijden. Het kruid vormt daardoor in Amerika geen groot probleem meer. Dit in tegenstelling tot Nederland waar het kruid zich in enkele jaren snel heeft vermeerderd. De provincies Groningen en Drenthe hebben vorig jaar een convenant getekend waarin zij hun medewerking toezegden aan het beheer van Jacobskruiskruid in met name bermen.
Hans: ,,Op het Haaksbergerveen, waar ik met de kudde loop, komen bijvoorbeeld ook prunussen voor, met daarin het giftige blauwzuur. De schapen eten er elke dag wel wat blaadjes van, maar nooit zullen ze in één keer de hele plant kaalvreten. En zo komen we meer giftige planten tegen. In kleine hoeveelheden kan een bepaalde plant met gifstoffen juist een heilzame werking hebben voor een dier (denk bijvoorbeeld aan Boerenwormkruid). Ik denk wel dat de grotere schapenrassen meer weerstand hebben, en dan ook minder last zullen hebben van giftige stoffen. De meer sobere en kleinere rassen als de Duitse Moorschnucke, het Drents Heideschaap en het Skudde schaap geven tijdens de dracht en na de geboorte, al hun energie aan het lam. De eigen weerstand zal dan minder zijn dan van bijvoorbeeld een groter ras als de Schoonebeeker en het Veluws heideschaap.”

Gemengde kudde
Hans Abbink uit Eibergen is herder van drie kudden schapen. De kudde op het Haaksbergerveen bestaat uit 250 ooien plus lammeren in het seizoen. In Markelo hoedt hij 150 dieren op kleine stukjes heidevelden. In de derde kudde houdt Hans de jonge rammen apart. Deze worden eind juli gespeend van de ooien om te voorkomen dat zij reeds gaan dekken. De schaapskudde van het Haaksbergerveen bestaat momenteel uit verschillende rassen. Behalve nog enkele oude 'Duitse Moorschnucken' (het oorspronkelijke ras van de kudde in Haaksbergen) zijn er nu ook Veluwse heideschapen, Schoonebeekers, de Oostduitse Skudde en kruisingen van de genoemde heideschapen met de Engelse Kerry Hill en de Clun Forest.  Ook maken een aantal Landgeiten deel uit van  de kudde. Geiten staan erom bekend dat zij heel goed het ruwe spul op de heide aanpakken en vooral de jonge 'berkenopslag' goed te lijf gaan.

Verschenen in

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier