Vogelgriep uitgebroken!

Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Overheid valt door de mand met Wet Dieren

Ingediend door jinke op 21 november 2020 - 12:59

Dieren in Nederland zijn nauwelijks beter af door de in 2013 ingevoerde Wet Dieren. De wettelijke erkenning van de intrinsieke waarde van het dier heeft weinig betekenis. Of, zoals Bureau Berenschot concludeert: ''doordat deze grondslag onvoldoende handvatten voor de praktijk biedt, is de waarde hiervan voor het beschermingsniveau van dieren in de praktijk onvoldoende.''

Bureau Berenschot heeft op verzoek van landbouwminister Carola Schouten de Wet Dieren onderworpen aan een evaluatie. Het eindrapport, dat onlangs naar de Tweede Kamer is verzonden, toont aan dat de overheid met deze wet behoorlijk door de mand valt. Althans, als het gaat om de verwachting dat de wet een beschermend effect op dieren zou hebben.

Iets kopen bij bol.com? Klik hier en steun met je aankoop Levende Have

Volgens Berenschot was het helemaal niet de bedoeling dat de wet dieren beter zou beschermen. Het is vooral een raamwet waarin allerlei regelgeving is ondergebracht. Het benoemen van de intrinsieke waarde van dieren en de erkenning van dieren als wezens met gevoel, heeft volgens Berenschot geen normatief gevolg gekregen. Met andere woorden: het is een lege huls. De wetgever laat in het midden wat redenerend vanuit de intrinsieke waarde van een dier wel en niet mag. Voor zover er wettelijke voorschriften zijn op het gebied van bijvoorbeeld huisvesting, gaat het vooral om Europese richtlijnen.

Volgens Berenschot heeft de ethische grondslag van de wet geen gevolg gekregen, omdat een eenduidige interpretatie van de betekenis van intrinsieke waarde niet te geven is. Dat de zeer omvangrijke intensieve veehouderij in Nederland in de weg staat van een meer normatieve Wet Dieren, wordt door Berenschot niet benoemd. Wel voert het bureau aan dat ''in de maatschappij verschillende opvattingen leven over wat de intrinsieke waarde van het dier behelst. Voor de een betekent  deze waarde dat dieren gevrijwaard van menselijk ingrijpen moeten zijn, voor de ander dat menselijk ingrijpen wel is toegestaan, mits het welzijn van de dieren niet wordt aangetast.''

Open normen
Ondanks alle verschillen van mening in de Nederlandse samenleving, is een overgrote meerderheid van de gebruikers van de Wet dieren niet gelukkig met de keuze om veel open normen te stellen, aldus Berenschot. Open normen houden in dat er bijvoorbeeld wel wordt gesteld dat het welzijn van dieren niet mag worden aangetast, zonder aan te geven hoe dat precies moet worden voorkomen.

Berenschot: ''De open normen waren bedoeld om meer innovatieve initiatieven mogelijk te maken. Dit effect lijkt niet te zijn ontstaan''. En: ''Uit de interviews met diverse partijen blijkt dat het invullen van open normen door de sectoren zelf hooguit ten dele van de grond is gekomen. De voorbeelden die worden genoemd zijn onder andere het Beter Leven keurmerk, de Gids voor Goede Praktijken van de Sectorraad Paarden en de voorschriften IKB Kip Pluimveebedrijven. De beperkte eigen invulling die sectoren gegeven hebben aan open normen, roept de vraag op of de beleidstheorie van de wet op dit punt achteraf wel de juiste is geweest.''

Volgens Berenschot zijn er aanwijzingen dat de open normen hebben geleid tot onwenselijke juridisering. Omdat er geen duidelijkheid was, zijn partijen veel gaan procederen. Dit legde een groot beslag op handhavende instanties, dierenbeschermingsorganisaties, sectorpartijen en uiteindelijk ook de rechterlijke macht. In het algemeen geldt bij handhavingszaken dat artikel 1.3 van de Wet dieren (intrinsieke waarde) niet of nauwelijks een rol lijkt te spelen. ''Omdat niemand de open normen verduidelijkte, hebben handhavende instanties, vaak tegen wil en dank, beleidsregels vastgesteld'', aldus Berenschot over de schadelijke effecten van tekortkomingen in de Wet Dieren.

Redactie Levende Have/Bron: Evaluatie van de Wet Dieren, eindrapport 2020

Eerder bericht:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier