Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

EFSA bevestigt zorgen over vogelgriep voor volksgezondheid

Ingediend door jinke op 22 december 2021 - 15:25

Volgens de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) is er reden tot bezorgdheid over de aanwezigheid van vogelgriepvirussen in diverse landen, die ook een risico kunnen gaan vormen voor de volksgezondheid. De vogelgriepvirussen kunnen zich meer en meer gaan aanpassen aan zoogdieren, waarschuwt de EFSA. Het virus H5N1 is inmiddels aangetroffen in wilde zoogdiersoorten, zoals de vos en de otter, in Zweden, Estland en Finland. Zeer recent is in het Brabantse Dorst (gemeente Oosterhout) een vos aangetroffen met H5N1*).

Vooralsnog is het risico op infectie bij mensen laag, maar voor personen die werkzaam zijn bij pluimveebedrijven is het risico volgens de EFSA laag tot middelmatig. De EFSA bracht op 20 december een rapport uit over de afgelopen drie maanden met talrijke uitbraken.

Uit genetische analyses blijkt dat de virussen die tijdens de rapportageperiode zijn gekarakteriseerd, behoren tot zogeheten clade 2.3.4.4b. In Noord-, Centraal-, Zuid- en Oost-Europa is vanaf oktober 2021 een nieuw H5N1-virus geïntroduceerd. De EFSA maakt ook melding van 13 menselijke infecties met et H5N6- virus en twee met het H9N2-virus in China. Sommige van deze gevallen werden veroorzaakt door een virus met een HA-gen dat nauw verwant is aan de H5-virussen die nu in Europa circuleren.

Teken de petitie voor vaccinatie van hobbypluimvee. Klik hier

De veelvuldige aanwezigheid van het H5-virus bij bedrijven die het pluimvee binnen houden, doet vermoeden dat bestaande preventieve maatregelen niet afdoende zijn, constateert de EFSA. Sinds oktober van dit jaar zijn er door 27 landen in Europa 854 gevallen van vogelgriep gerapporteerd, waarvan 316 bij pluimveehouderijen. De helft van de uitbraken deed zich tot dusver voor in het zeer pluimveedichte gebied van Noord-Italië (Veneto). Het Duitse Friedrich Loeffler Instituut (FLI) maakte op 29 december de balans op en kwam uit op 675 besmettingen bij wilde vogels en 534 besmettingen bij pluimvee.

Intensivering aanpak vogelgriep
De EFSA stelt voor de aanpak van vogelgriep te intensiveren. Onderdeel daarvan is onderzoek naar de overdracht van virus op zoogdieren en mensen. Dat geldt zeker voor personeel dat in contact is geweest met besmette dieren. Aanbevolen wordt biosecuritymaatregelen aan te scherpen, deze geregeld te controleren en het aantal pluimveebedrijven te verminderen.

Interview Thijs Kuiken en Ron Fouchier
De Rotterdamse hoogleraar Thijs Kuiken is een van de auteurs van het rapport van de EFSA.  Hij zet zich ervoor in om het onderwerp op de politieke agenda te krijgen. In de Volkskrant zegt hij op 20 december in antwoord op de vraag Kan deze vogelgriep ook overslaan naar mensen?

''Ja, dat kan. Sterker nog: het is al gebeurd. In China zijn 10 overlijdensgevallen bekend van mensen die een virus bij zich droegen dat sterk lijkt op het H5-vogelgriepvirus dat nu in de Europese pluimveebedrijven rondgaat.'' Eenmaal in een zoogdier is de stap naar de mens kleiner, aldus Kuiken. ''Ik maak me zorgen’, zegt hij. ‘Als je wilt weten wat er dan kan gebeuren, hoef je alleen maar te kijken naar de Spaanse griep. Ook dat was van oorsprong een vogelgriepvirus. Er zijn miljoenen doden door gevallen.''

De kans dat een dierlijk griepvirus opnieuw van mens op mens overdraagbaar wordt? Die is groter dan bij het coronavirus dat we inmiddels zo goed kennen, schat Kuiken.

Wat kunnen we doen om een vogelgrieppandemie te voorkomen?
''Volgens virologen is het onverstandig de pluimveehouderijen op de huidige, grootschalige manier te laten voortbestaan. Daar ontstaan immers steeds nieuwe varianten van het vogelgriepvirus. We zouden ook minder kippen moeten houden in gebieden met veel watervogels, zoals in het noorden of westen van Nederland'', zegt Kuiken. Het risico op besmettingen van buitenaf is daar immers levensgroot. Eenmaal in de stallen kan het virus snel rondgaan en van gedaante veranderen, met daarbij steeds de kans dat er een voor mensen schadelijke variant ontstaat.

En consumenten?
''Zij zouden kunnen overwegen minder eieren en kip te eten, zodat er niet meer zo veel leghennen en vleeskuikens nodig zijn.''

In de NRC van 24 december 2021 krijgt Kuiken steun van zijn Rotterdamse collega Ron Fouchier. Deze verwijst naar herhaalde adviezen van experts om de Nederlandse pluimveeindustrie te hervormen. Nederland heeft de hoogste pluimveedichtheid, in Limburg is die achttien keer hoger dan het Europese gemiddelde. Met de adviezen is nooit iets gedaan, stelt Fouchier vast. Integendeel. ''De pluimveehouderij is alleen maar intensiever geworden. En dat in een land met zo veel trekkende watervogels en waterrijke gebieden. Dat vinden wij heel moeilijk te verdedigen.”

Fouchier en Kuiken benadrukken voor de korte termijn de noodzaak van vaccineren. Europees pluimvee krijgt nu geen vogelgriepprik, omdat die de producten ongeschikt maakt voor de export. ''Maar dat is maar net wat je met elkaar afspreekt”, zegt Fouchier. ''We vaccineren wel tegen pseudovogelpest, een andere virusziekte. Ook voor vogelgriep bestaan prima vaccins.”

Schouten: 'Zoönosen relevante factor in integrale gebiedsgerichte aanpak''
Zoals eerder gemeld gaan de Universiteit van Utrecht en Wageningen Wageningen Bioveterinary Research samen een proef doen met een vaccin tegen het heersende vogelgriepvirus. Het kan nog wel even duren voordat die proef, als die het gewenste resultaat oplevert, leidt tot een grootschalige vaccinatiecampagne. 
Het andere traject dat wordt geadviseerd - verminder de pluimveedichtheid in Nederland - lijkt nu ook gehoor te vinden in Den Haag. Demissionair minister van LNV Carola Schouten heeft op de valreep van haar bewindsperiode aangekondigd dat ze hier serieus naar wil kijken. Het is alleen niet eenvoudig: hoe bepaal je welke van de bijna honderd miljoen kippen in Nederland moeten verdwijnen en welke mogen blijven?  Daar zijn ''epidemiologische modellen'' voor nodig, stelt Schouten, in een brief over de voortgang versterking zoönosenbeleid, die ze samen met demissionair minister van volksgezondheid Hugo de Jonge op 23 december naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
''Het kabinet heeft geconcludeerd dat het risico op de verspreiding van zoönosen een extra en belangrijke reden is om zorgvuldig te kijken naar de inpassing van de veehouderij in het landelijk gebied. Zoönosen is daarmee een relevante factor die mee dient te worden genomen in de integrale gebiedsgerichte aanpak in het kader van stikstof, water en klimaat.''

Er komen ''epidemiologische modellen'' waarmee de overdracht van virus kan worden berekend bij verschillende bedrijfsdichtheden en groottes van bedrijven, aldus de brief. Experts uit de wereld van volksgezondheid en diergezondheid gaan de bestaande kennis over transmissie tussen bedrijven in kaart brengen. ''De experts wordt gevraagd bestaande modellen, kennis en ervaring te inventariseren en te beoordelen door aan te geven welke factoren invloed hebben op die transmissie. Op basis van de antwoorden zal bekeken worden of en waar aangrijpingspunten liggen om de risico’s op de verspreiding van dierziekten en zoönosen tussen veehouderijen in Nederland te verkleinen. De antwoorden op deze vraagstelling zullen naar verwachting binnen vijf maanden beschikbaar zijn.''

De reactie van de twee bewindslieden gaat overigens voorbij aan het risico dat wilde vogels vormen voor pluimveehouderijen in waterrijke gebieden. Dat wordt al een aantal jaren door deskundigen als een groter probleem beschouwd dan de overdracht van virus van het ene bedrijf op het andere. Er vindt tegenwoordig vrijwel geen transmissie tussen bedrijven plaats. Dankzij tal van preventieve maatregelen en een zorgvuldige wijze van ruimen, is er op het moment nauwelijks sprake van besmettingen die van het ene bedrijf overgaan op het andere. Althans volgens de officiële lezingen. De laatste jaren zijn het telkens de wilde vogels waaraan besmettingen door experts worden toegeschreven. Ook al is er op bedrijven sprake van een hoge mate van ''biosecurity'', rond de bedrijven vinden allerlei agrarische activiteiten plaats, waardoor het virus, afkomstig van wilde vogels, zich kan verspreiden. Vervolgens wordt het op een of andere wijze (door mensen, knaagdieren, huisdieren, vogels) naar binnen gesleept.

Risico's van transport van levend pluimvee
In de kamerbrief gaan Schouten en De Jonge niet in op de risico's in de waterrijke gebieden, Wel wijzen ze ze op de risico's van transport van levend pluimvee. Denk aan het vervoer van levend pluimvee tussen bedrijven, maar ook het vervoer naar de slacht. ''Vogels vertonen niet altijd even duidelijke symptomen bij een besmetting. Met een klinische controle voorafgaand aan het laden en het vervoer van hoenderachtigen, eenden en ganzen naar een locatie waar ze worden gehouden, kunnen verschijnselen mogelijk eerder herkend worden, voordat het vervoer heeft plaatsgevonden. Dit verlaagt het risico op verdere verspreiding. Tevens wordt de maatregel ingevoerd dat voorafgaand aan vervoer van eenden of kalkoenen naar een slachthuis een klinische inspectie, met gunstige resultaat, door een dierenarts vereist is.''

*) Het dier viel steeds om en liep rondjes. Het is gevangen, gedood en onderzocht. In mei van dit jaar is er bij twee vossen in Groningen ook al vogelgriep vastgesteld.

Redactie Levende Have / Bron: efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/7108 / Volkskrant en NRC / Brief LNV aan de Tweede Kamer 23 december 2021

Dossier

Aanbevolen door Levende Have

Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag
Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag €14,95

Bestellen? Klik hier
Schapen in de weiden van de lage landen
NIEUW! Schapen in de weiden van de lage landen  € 24.90

Bestellen? Klik hier

 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier