Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Corona en het taboe op zoönosen in de veehouderij

Ingediend door jinke op 27 april 2020 - 15:00

Nederland heeft de twijfelachtige eer van de eerste corona-besmetting ter wereld bij grootschalig gehouden dieren. In de officiële berichtgeving rond deze primeur van COVID-19 bij twee Brabantse nertsenbedrijven komt het taboe naar boven dat rust op de risico’s vanuit de veehouderij.

In ons land hebben we de nodige ervaring met zoönosen. Desondanks schieten autoriteiten in een kramp als zich het eerste geval van corona in de vee-industrie voordoet. Zo wordt het risico op verspreiding van het coronavirus door toedoen van de nertsen door het ministerie van LNV daags na de uitbraak bij twee bedrijven in Brabant  als verwaarloosbaar aangemerkt:  ‘’Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat landbouwdieren of huisdieren een rol spelen in de verspreiding van COVID-19.’’

Zo’n uitspraak is vreemd, wetende dat het virus zijn oorsprong mogelijk vindt bij dieren (vleermuizen worden genoemd, alsmede schubdieren) en van daaruit vermoedelijk is overgesprongen op de mens. Waarom dan zo nadrukkelijk melden dat er geen aanwijzingen zijn voor besmettingsrisico’s vanuit dieren, terwijl daar volop onderzoek naar gaande is, wereldwijd en ook in Nederland? Al enige tijd is bovendien bekend dat marterachtigen, zoals fretten, onder experimentele omstandigheden geïnfecteerd kunnen worden met SARS-CoV-2 . Daarom worden ze ook veelvuldig gebruikt voor het onderzoek en voor het testen van antivirale middelen en vaccins bij COVID-19.

Deskundigenberaad zoönosen
Nu wil het feit dat ze besmet kunnen raken, nog niet zeggen dat marterachtigen ook mensen kunnen besmetten en ziek maken, maar dat valt vooralsnog ook niet uit te sluiten. Toch kiest het ministerie van LNV voor de optie: besmettingsrisico niet aangetoond, dus verwaarloosbaar. Voor de bewering dat nertsen - ook marterachtigen – niet echt een gevaar vormen als het gaat om de verspreiding van virus onder de bevolking, baseert het ministerie van LNV zich op het deskundigenberaad zoönosen. Deze deskundigen hebben geconcludeerd ‘’dat de impact van besmetting bij dieren op humane gezondheid als verwaarloosbaar wordt ingeschat, aangezien effectieve mens-op-mens transmissie de stuwende kracht van de epidemie is.’’ Genoeg reden voor het RIVM om te beweren dat de besmette nertsenbedrijven op dit moment geen extra risico opleveren voor de volksgezondheid.

Nog enkele opmerkelijke, soms tegenstijdige uitspraken over risico’s

  • Er wordt melding gemaakt van menselijke besmettingen op de bedrijven, zonder dat duidelijk wordt gemaakt of de mensen zijn besmet door de nertsen, of dat de nertsen zijn besmet door de mensen. ‘’Er lijkt sprake te zijn van een besmetting van mens op dier’’, aldus het ministerie in een brief aan de Tweede Kamer. Waar die aanname op is gebaseerd, wordt er niet bij verteld. Zou voor dit scenario zijn gekozen omdat het alternatief - van dier op mens - als te bedreigend wordt ervaren? Mocht de besmetting van mens op dier zijn gegaan, dan valt de eigenaar van de nertsenbedrijven overigens wel wat te verwijten. Uit de berichtgeving tot dusver blijkt niet dat er voorzorgsmaatregelen zijn getroffen. Besmette mensen hebben kennelijk de dieren kunnen verzorgen.
  • Of er ook nertsen zijn doodgegaan door het virus, wordt uit de officiële berichtgeving niet duidelijk. De nertsen vertoonden volgens de lezing van het ministerie diverse ziekteverschijnselen, waaronder maagdarm- en ademhalingsproblemen. Volgens de Federatie van Edelpelsdierhouders is er echter sprake van ‘’ziekte en grote uitvallen’’. Dat duidt erop dat de uitbraak ernstiger vormen heeft aangenomen, dan ons door de officiële instanties wordt verteld.
  • De nertsen worden niet geruimd. Argument tegen ruimen zou kunnen zijn dat daardoor een vergroot risico ontstaat op verdere verspreiding (zoals is gebeurd bij de bestrijding van vogelgriep in 2003 en mond-en-klauwzeer in 2001), maar het ministerie doet daar geen mededelingen over, anders dan dat het in leven laten van de nertsen geen gevaar vormt voor de volksgezondheid. In het op 26 april gepubliceerde ''Advies persoonlijke bescherming op nertsenfarms met COVID-19 bij nertsen'' staat echter: ''Alhoewel niet is aangetoond dat besmette dieren het COVID-19 virus kunnen overdragen naar mensen, is niet uit te sluiten dat dit kan.'' Een nogal logische opmerking, aangezien de hele pandemie daar hoogstwaarschijnlijk mee is begonnen. Maar het is wel een andere boodschap dan dat er geen gevaar is voor de volksgezondheid. De tegenstrijdigheid (geen gevaar enerzijds, overdracht niet uitgesloten anderzijds) kan worden verklaard vanuit het voorzorgprincipe: we laten de nertsen leven, maar het personeel moet wel beschermd worden.
  • Er lijkt nog een andere reden om de nertsen in leven te laten. De besmette bedrijven zijn unieke onderzoeksobjecten. ‘’Het is van belang om te weten hoe de ziekte zich op het bedrijf ontwikkelt aangezien dit kennis oplevert over de epidemiologie van SARS-CoV-2 in dieren (mens-dier en dier-dier transmissie). Daarom zullen monsters worden genomen van zieke dieren van het betreffende bedrijf voor virusonderzoek en bloedmonsters van gezonde dieren om na te gaan of er antistoffen in aanwezig zijn. Zo wordt onderzocht of dieren zonder verschijnselen ook geïnfecteerd kunnen zijn’’, schrijft het ministerie op 26 april in een brief aan de Tweede Kamer 

Worstelen met risico-inschattingen en gebrek aan kennis
De communicatie over de corona-uitbraak op twee Brabantse nertsenbedrijven is op z’n minst verwarrend te noemen. Begrijpelijk, gezien de onzekerheid over de feiten en het werkelijke gevaar van deze besmettingen binnen de veehouderij. Maar de communicatie is ook weinig vertrouwenwekkend. Ministerie en RIVM worstelen met risico-inschattingen en gebrek aan kennis. In hoeverre economische belangen van de agrarische sector op de achtergrond meetellen, is onduidelijk. Wel heerst er in die kringen een sterke neiging om de risico’s te ontkennen. Zo kopte de agrarische website Nieuwe Oogst op 22 april: ‘’Dieren spelen geen rol bij verspreiding van corona’’.  En: ‘’Varkens en kippen kunnen niet worden besmet’’.

Dit soort berichten gaan in tegen de verwachting dat de enorme concentraties van vee in een dichtbevolkt gebied als Nederland een pandemie vreselijk uit de hand kunnen laten lopen. Na de vogelgriep-uitbraken van het gevaarlijke H5N1 is door wetenschappers niet voor niets dringend aanbevolen om pluimvee weg te halen uit risico-gebieden. Dat moet nog altijd gebeuren. Brabant heeft met z’n grote concentraties van geiten een ernstige Q-koortsepidemie over zich heen gekregen.  Er wordt nog geen geit minder om gehouden in deze provincie.

Iets kopen bij bol.com? Klik hier en steun met je aankoop Levende Have

One Health
Nederland is een van de aanjagers van de One Health-benadering. Die gaat uit van een nauwe samenhang tussen diergezondheid en volksgezondheid. Er is in ons land veel aandacht voor zoönosen. Maar tegelijkertijd is er een taboe. Zo mag de corona-crisis geen aanleiding zijn om de intensieve veehouderij ter discussie te stellen. Wie het waagt een risico te zien in al die dieren, krijgt er van langs op social media. 
Toch laat landbouwminister Schouten nu onderzoeken of varkens besmet kunnen worden met COVID-19. Uit voorzorg, benadrukt ze. Ze formuleert dat in haar kamerbrief van 22 april uiterst behoedzaam:  ‘’Omdat varkens gevoelig zijn voor een aantal humane ziekten is gesuggereerd onderzoek te doen naar een mogelijke rol van deze dieren.’’ (…) ‘’Wetenschappers verwachten niet dat er dieren positief testen, op basis van de resultaten van het onderzoek naar varkens in Duitsland en China, maar het is wel belangrijk om dit uit te sluiten. Het onderzoek start deze maand en de eerste resultaten worden in augustus verwacht.’’

Bij varkens komt griep (influenza) veelvuldig voor. Sommige van die griepvirussen kunnen overgaan op mensen. Nu is COVID-19 geen influenza-virus. Bij varkens doen zich wel corona-virussen voor, maar die zijn weer niet besmettelijk voor mensen. Toch zal de varkenssector hem flink knijpen op dit moment. Hun belangenbehartigers zijn met hun korte lijntjes naar het ministerie van LNV gewend om de regie te voeren. Zo mocht in 2009 een griepepidemie vanwege imagoschade voor varkensvlees geen uitbraak van varkensgriep heten. Althans in Nederland. Hier werd de epidemie al  gauw omgedoopt in Mexicaanse griep.Terwijl het toch een gevaarlijke mix van varkensgriepvirussen was die een pandemie veroorzaakte met tussen de 120.000 en 200.000 doden. Het geeft aan hoe sterk de druk zal zijn vanuit de varkenssector om een eventuele link met COVID-19 hoe dan ook te vermijden.

Jinke Hesterman, hoofdredacteur Levende Have/Foto  wikimedia.org

Eerderr berichten:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier