Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Voeding voor pasgeboren biggen

Pasgeboren biggen

Biggen horen direct na de geboorte te gaan drinken. De eerste melk, biest of colostrum genoemd, heeft een aantal unieke eigenschappen. Het bevat meer vet en vooral meer eiwit dan gewone melk, die ervoor zorgt dat de biggen voldoende energie krijgen om zichzelf warm te houden. Ook heeft biest een hoog gehalte aan antilichamen en immunoglobinen, wat ze beschermt tegen ziekte. En bovendien komt ook de eerste ontlasting (darmpek) van de biggen sneller af, want biest werkt laxerend. Als de eerste biggen aan het drinken zijn, stimuleert dat ook nog eens enerzijds de melkgift en anderzijds de geboorte van de overige biggen en de nageboorte.

Help zwakke biggen met het vinden van een tepel. Het is onverstandig biggen te voeden met koeienbiest, omdat zeugenbiest 4,5 keer zoveel eiwit bevat als koeienbiest. Vanaf week 2 bevat zeugenmelk twee keer zo veel vetten en eiwitten als koeienmelk en vanaf week 5 twee keer zoveel eiwit en ietsje meer vet. Biggen die gevoed worden met koeienbiest en/of koeienmelk kunnen dus tekorten oplopen. Overleg daarom met de dierenarts wat te doen als de biggen niet willen of kunnen drinken bij hun moeder.

In de weken daarna drinken de biggen per dag 15 tot 20 keer melk, in totaal bijna een liter per dag voor een ras van normale grootte. De zeug gaat er echt voor liggen, meestal op haar rechterzij (als de biggen groter zijn, blijft ze vaak staan). Ze roept de biggen bij zich, waarna ze allemaal tegelijk zullen drinken. Als een zeug haar biggen niet wil laten drinken, gaat ze plat op haar buik liggen. Doet ze dat in de eerste week regelmatig, dan heeft ze mogelijk een uierontsteking. Raadpleeg de dierenarts. Als de biggen wat ouder zijn, is het normaal dat de zeug de biggen niet altijd wil laten drinken.

Na de eerste dagen hebben alle biggen een eigen speen. De kleinste biggen belanden bij de achterste spenen, die daardoor het minst gestimuleerd worden en het minste melk gaan geven. Zolang de kleinste biggen geen ziekteverschijnselen vertonen en in gewicht niet minder dan de helft van hun grootste nestgenoot zijn, is er meestal niets om je zorgen over te maken.

Meer voedingsadviezen:


Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier