Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Bedrijfs- en hobbystatus voor varkenshouders

Varkensbedrijven worden ingedeeld naar 'productietype'. Er is een aparte categorie 'hobby/recreatie' voor kleinschalige varkenshouders, tegenwoordig RE genoemd. Een beknopte uitleg van de verschillende typen:
 

  • RE: Het type hobby/recreatie (RE) geldt alleen wanneer de varkenshouder maximaal vier varkens heeft, inclusief eventueel niet-gespeende biggen. Varkenshouders in deze categorie mogen varkens afvoeren naar de slacht en mogen zonder toestemming varkens aan- en afvoeren.
     
    RE-varkenshouders moeten over een UBN beschikken. Dat kunnen ze aanvragen bij mijnrvo.nl. Ze krijgen dan toestemming van de minister om voor de hobbyvarkens te houden. Ze moeten een bedrijfsregister bijhouden, digitaal of op papier, waarin alle gegevens van de varkens (geboorte aan- en afvoer) staan vermeld. De aan- en afvoer van een varken zal als een mutatie moeten worden geregistreerd in een van de twee door de overheid aangwezen databanken, die van de Producenten Organisatie Varkenshouderij of Varkenspost.nl. Hobbyvarkenshouders zonder UBN zijn in overtreding. Alle hobbyvarkenshouders die hun dieren voor 4 oktober 2015 hadden geregsitreerd bij de GD, hebben van RVO.nl een RE-tatus gekregen. RE-varkenshouders mogen varkens ontvangen van elk varkensbedrijf en een houder met RE-status.
    Voor varkenshouders met minder dan 5 varkens voegt het aanvragen van een andere status, zoals de B-status, alleen wat toe als  ze bijvoorbeeld vleesbiggen willen afvoeren naar een varkenshouder met een D-status. 

     
  • A-bedrijf (fokbedrijf): Een A-bedrijf heeft zeugen voor het produceren van biggen. Omdat een A-bedrijf aan het begin van de keten staat (fokbedrijf - (speenbigbedrijf) - vermeerderaar - vleesvarkensbedrijf), moet dit bedrijf voldoen aan hoge specifieke eisen ten aanzien van de hygiene, zoals de aanwezigheid van een douche, voorzieningen voor reinigen en ontsmetten, en een afgesloten erfafscheiding. Maandelijks wordt er getest op varkensziektes, Aujeszky en Klassieke Varkens Pest.
     
  • B-bedrijf (vermeerderaar): Op een B-bedrijf worden zeugen gehouden voor de biggenproductie. Voor een B-bedrijf gelden de standaard voorwaarden ten aanzien van gezondheid en hygiene.
     
  • C-bedrijf (opfokbedrijf): Een C-bedrijf is een bedrijf met fokbiggen. Varkens op een C-bedrijf zijn bestemd om nadien als gelt naar een A-bedrijf (fokbedrijf) of een B-bedrijf (productie van biggen voor de vleesproductie) te worden afgevoerd. Ze kunnen ook direct aan een vleesvarkenbedrijf (D-bedrijf) worden geleverd. Het bedrijf moet voldoen aan een aantal specifieke eisen ten aanzien van de hygiene. Maandelijke tests op varkensziektes.
     
  • D-bedrijf: (vleesvarkensbedrijf, houderij waarvoor geen aanvraag is ingediend, waarvan de aanvraag in behandeling is of waarvan de aanvraag is ingetrokken). Mag alleen afvoeren naar het slachthuis. Daarom geldt voor deze categorie een soepel regime en hoeft er niet maandelijks te worden getest op varkensziektes. Mag in een periode van zestien weken varkens aanvoeren van ten hoogste zes A, B, C, E- of F-bedrijven of bedrijven in het buitenland. 
     
  • E-bedrijf (speenbigbedrijf): Op een E-bedrijf worden speenbiggen gehouden, die uitsluitend afkomstig zijn van 1 A-bedrijf. Een E-bedrijf moet aan strenge hygienevoorschriften voldoen. Maandelijke tests op varkensziektes.
     
  • F-bedrijf (speenbigbedrijf): Op een F-bedrijf worden speenbiggen gehouden, die uitsluitend afkomstig zijn van 1 B-bedrijf.
     

Hoe de aan- en afvoer van varkens precies is geregeld is na te lezen in de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoonosen en TSE's.

Kwaliteitssysteem
Veel varkensbedrijven, exclusief RE, vallen onder een kwaliteitssysteem van de varkenssector. Dit behoort niet tot de overheid.  Het doel van het kwaliteitssysteem is preventie van insleep en verspreiding van besmettelijke dierziekten, waarborgen van gezondheid tijdens het vervoer en het waarborgen van het welzijn en voedselveiligheid.RE-bedrijven staan, zoals alle bedrijven, onder controle van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA).

Transportdocument is veranderd in toestemming
Transportdocumenten bestaan niet meer. Wie een varken wil  vervoeren naar een ander adres moet daarvoor toestemming aanvragen bij de minister. Dat wordt in gang gezet door een melding te doen bij mijnrvo.nl uiterlijk vijf werkdagen en maximaal twee weken voor het transport. Dit geldt niet voor hobbyvarkenshouders/RE-bedrijven. Zij mogen zonder toestemming varkens aan- en afvoeren, mits ze een UBN hebben. De aan- en afgevoerde varkens moeten uiteraard wel als mutatie worden geregistreerd in een databank (van de POV of van Varkenspost.nl) en in het bedrijfsregister. Bij transport over de weg dient er een vervoersdocument aanwezig te zijn. Of een elektronische variant daarvan.

Kleinschalige varkenshouders
Voor kleinschalige varkenshouders met vijf of meer varkens bestaat geen aparte categorie. Zij zullen doorgaans kiezen voor een B- of D-bedrijf. De status van D- bedrijf is aantrekkelijk omdat de aanvoermogelijkheden ruim zijn. De afvoermogelijkheden zijn echter beperkt: de varkens mogen alleen maar naar de slacht. De status van een B- bedrijf ligt voor de hand als er varkens moeten worden afgevoerd voor het leven. Dat mag naar een D-bedrijf, voor zover in een periode van zes weken slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste zes D-bedrijven en in een periode van zestien weken slechts varkens worden afgevoerd naar ten hoogste twaalf D-bedrijven; of naar één F-bedrijf, waarbij niet meer naar een ander varkenshouderijbedrijf binnen Nederland kan worden afgevoerd. Ook mag een B-bedrijf afvoeren naar een RE-bedrijf.
Een B-bedrijf mag zeugen aanvoeren van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf of één varkenshouderijbedrijf buiten Nederland en van mannelijke varkens afkomstig van ten hoogste één A-bedrijf, C-bedrijf, E-bedrijf, varkensspermawincentrum of één varkenshouderijbedrijf buiten Nederland. Ook mogen er biggen worden aangevoerd van het F-bedrijf waaraan het betreffende B-bedrijf heeft geleverd, voor zover ten minste vijf weken voorafgaand aan de week van aanvoer geen varkens op het betreffende B-bedrijf zijn aangevoerd. Een B-bedrijf kan eenmaal per twaalf maanden wijzigen van bedrijf als leverancier voor zowel zijn vrouwelijke als mannelijke varkens als bedoeld in het eerste lid. Een wijziging wordt voorafgaand aan de toepassing van de wijziging aan de minister gemeld met gebruikmaking van een middel dat daartoe door de minister beschikbaar is gesteld. 

Meer informatie is te vinden op mijn.rvo.nl/varkens-melden

 

Gerelateerde onderwerpen:

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier