Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Veluws Heideschaap

Veluws heideschaap

Het Veluws Heideschaap behoort samen met het Kempisch heideschaap en Drents Heideschaap en de Schoonebeeker tot de groep van Heideschapen en is het meest verwant aan het Kempisch schaap.

De oorsprong van het Veluws Heideschaap ligt op de Veluwe (tussen Apeldoorn en Harderwijk en rond Ede en Barneveld) en in Utrecht, Noord-Brabant en Overijssel waar het werd gehouden in kudden van 70 - 100 ooien. De lammeren werden op rijkere gronden afgemest en voor de slacht verkocht naar Londen en Parijs. In 1910 waren er nog 10.000 ooien, in 1960 was het ras vrijwel uitgestorven. Aandacht voor het behoud van biodiversiteit betekende ook voor dit ras weer een opbloei. In 1976 zijn er grote kudden in Ede, op de Haarlerberg (Nijverdal) en in Rheden. Zij dienen voor begrazing van natuurterreinen om ongewenste opslag te voorkomen.

Veluwse heideschapen zijn sobere dieren. Ze werden vroeger vooral gehouden voor de mest, het vlees en de wol. Momenteel zijn er negen gescheperde (= met herder) kuddes die de heide onderhouden en met hun wol de zaden verplaatsen. Het vlees van het Heideschaap is bijzonder lekker. Doorgaans geven ze één of twee lammeren en de geboortes leveren zelden problemen op. De lammeren bestaan hoofdzakelijk uit poten, oren en staart, maar ze groeien razendsnel. Zelden is een Heideschaap ziek. Alleen bij te zwaar voeren rond het lammeren, raken ze snel hoefbevangen (klauwbevangen).(1)
(1) Levende Have, augustus 2008: Groot heideschaap beweegt zich soepel op ranke poten

Terug naar:

Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour