Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Solognote

Solognotes

In de Sologne, een veengebied met schrale, zure grond moeten we de oorsprong zoeken van Le Mouton Solognot, afstammeling van de Merino. Rond 1650 zouden in de streek Sologne de eerste schapen van dit ras zijn ontstaan.
Anderhalve eeuw geleden telde het ras nog zo’n driehonderdduizend rammen en ooien. Begin eenentwintigste eeuw zijn dat er enkele duizenden. De worpgrootte varieert van 1,5 tot 1,75, al naar gelang de omstandigheden. De ooien blijven tot op hoge leeftijd productief. Het ras heeft goede weerstand tegen maag-darmparasieten en klauwziektes.
Met zijn roodbruine, onbewolde, hoornloze kop, roodbruine poten en crèmekleurig lijf heeft de Solognot veel weg van de eveneens zeldzame Coburger Fuchs. Beide zijn zogeheten voskopschapen.
Groot verschil is dat de Solognot niet met vreemde rassen is gekruist, terwijl de Coburger Fuchs ‘in de benen’ moest worden geholpen met Texelaars. Ook de Solognot heeft zijn genen gegeven aan zijn Duitse soortgenoot. Nu willen de Belgen hun Ardense Voskop verbeteren met Solognot schapen. (1)
 

kleine oormerken

Voorgeschiedenis 
In de vijftiende eeuw was de schapenfokkerij in de Franse streek Sologne aanzienlijk. Schapen maakten in die tijd (tegen het eind van de Honderdjarige Oorlog) een belangrijk deel uit van de veestapel van de boeren. De kuddes graasden op de heidevelden en kregen in de winter onder meer gebladerte bijgevoerd.
De Renaissance en de vestiging van het Franse Hof in Val de Loire deden de handel in wol opbloeien en daarmee dus ook de schapenfokkerij. De godsdienstoorlogen luidden het einde in van deze bloeiperiode. Maar de schapenfokkerij, die veel gemakkelijker te beoefenen en veel winstgevender was dan het verbouwen van graan, bleef de belangrijkste agrarische activiteit in Sologne.

Barre omstandigheden
Rond 1850 werd het totale aantal schapen in Sologne op 300.000 stuks geschat. Het schaap vormde toen vrijwel de enige bron van inkomsten voor de boeren in de streek, waar grootgrondbezit overheerste. Alleen het Solognote-schaap was opgewassen tegen de barre omstandigheden van de omgeving. Het was er overwegend vochtig, terwijl de begroeiing schraal bleef.
De schapenteelt was zeer extensief, de dieren liepen niet op een weide. De lakenindustrie in onder andere Romorantin vormde een belangrijke afzetmarkt voor de wol. De stoffen werden vooral geleverd aan het franse leger. Daarnaast werden de lammeren werden verkocht om vetgemest te worden in de rijkere streken: Val de Loire, Beauce, Gatinais.
Toen men de Solognestreek ging bemesten met slib uit het Kanaal van Sauldre, talrijke wegen ging aanleggen, het open afwateringssysteem ging veranderen en tot herbebossing overging, betekende dat een flinke slag voor de schapenfokkerij omdat men de uitgestrekte gebieden die nodig waren om de schapen te laten grazen niet meer kon exploiteren. Zodoende daalde het aantal schapen tot 50.000 in 1910. De ontvolking van het platteland na de Eerste Wereldoorlog en in de jaren dertig, en de opkomst van de jacht als belangrijkste economische activiteit, veroorzaakte dat de schapen bijna uit de Sologne verdwenen.
De Franse schrijver d'Espinay St Luc schrijft in 1912: 'De hardnekkigste vijand van het schaap is de jager, ofwel de moderne schutter'. Pas vanaf 1940 zien we weer een opleving van het Solognote-schaap. Men gebruikt nieuwe fokmethodes waarbij men de schapen ofwel 's zomers op een wei laat grazen en ze 's winters op stal zet ofwel ze het hele jaar buiten laat lopen op een omheind terrein, waar ze 's winters hooi krijgen bijgevoerd. 

Verspreiding
Het Solognote-schaap vindt haar oorsprong zoals gezegd in de Franse streek Sologne. Rond 1850, op het hoogtepunt van zijn roem, bezette het ras evenwel een gebied dat veel groter was dan Sologne. Fokkers uit de streken Val-de-Loire, la Beauce en Gatinais hielden de schapen uit Sologne om ze vet te mesten of om er mee te fokken.
Uitgestorven rassen als 'Trunier' of 'Brunoi' uit Basse-Normandie en het 'Gátinais'-schaap, lijken sterk op de Solognote. De uitvoer toentertijd naar andere delen van Frankrijk van het ras werd ongetwijfeld bevorderd door het landelijke karakter van de Solognestreek.
Tegenwoordig vinden we het schaap nog steeds in de Sologne, maar ook in Centraal Frankrijk en de aangrenzende regio's. Verder worden Solognotes gehouden op de heidevelden van Gascogne en van Bretagne, in de Bourgogne en in de Dauphiné. Ook zijn er dieren geëxporteerd naar Noord-Europa (Nederland, Duitsland) en naar Noord-Afrika.

Standaard
Van oorsprong heeft de Solognote niet de rood-bruine aftekening waardoor het nu gekenmerkt wordt. Vanaf de dertiende eeuw zijn er in de Sologne wel bonte schapen (bruin en wit). Tegen 1770 zien we ook roodharige en witte schapen zonder horens. Vanaf 1800 gaat de voorkeur van de fokkers uit naar roodharige schapen en zien we de witte en bonte schapen langzaamaan plaatsmaken (of geselecteerd worden) voor de roodharige.
Op een schilderij van Esbrat uit 1852 zijn de schapen allemaal roodharig. Ook op de landbouwbeurs van Vierzon in 1853 zijn de schapen roodharig, wat het bewijs vormt voor een zuiver en een sterk ras.
Zou de roodharige vacht soms zorgen voor een sterker ras? Het is inderdaad de kleur die de beste garanties biedt tegen de inmenging van vreemd bloed, hetzij van het Merino-schaap om de kwaliteit van de wol te verbeteren, hetzij tegen kruising met Engelse schapenrassen om grotere dieren te krijgen.
Tegenwoordig zijn de kenmerken van het zuivere ras als volgt: het dier is tussen de 70 en 80 cm hoog. Het heeft een relatief kleine en onbewolde kop, die kastanjebruin van kleur is. Het ras is ongehoornd, de kop is lang en smal, het voorhoofd/neus is licht gewelfd, de oren zijn van middelmatige grootte en staan horizontaal, de hals loopt over in de schoft, de rug is recht en lang, de achterbenen zijn behoorlijk ontwikkeld.
De poten zijn onbehaard en ook kastanjebruin van kleur. De nek en de buik zijn ook niet volledig bedekt met wol. De wel bewolde staart reikt tot de hak. De vacht begint onder de oren en loopt door tot halverwege de poten. De wol heeft een middelfijne structuur en is crèmegrijs van kleur. De vacht van een ooi weegt zo'n 1,5 kg en die van een ram 2,5 kg.
Het gewicht van een volwassen ooi is ongeveer 55 tot 65 kg en van een volwassen ram zo'n 80 tot 90 kg. Het dier heeft een statig haast adelijk voorkomen. Toch is het karakter beter te vergelijken met die van een geit dan met dat van andere schapenrassen. De natuur van het Solognote-schaap is intelligent, levendig, nieuwsgierig en onafhankelijk.

Bescherming en selectie
Het Solognote-schaap is nog steeds een zeldzaam ras. In 1934 richtten de drie fokkers Beaucamps, Pinguet en Soyez de 'Vereniging voor het Solognote Schaap’, ofwel Flock-Book Solognot, op. In 1942 werd het Stamboek voor het Solognote-schaap in het leven geroepen. In 1948 fuseerden deze twee instellingen.
Vanaf 1968 wordt het ras genetisch zuiver gehouden. Daarvoor is een fokprogramma opgezet. Vanaf 1976 worden de ooien gedekt aan de hand van een vast schema. De hele schapenpopulatie is verdeeld in 10 families, die over een denkbeeldige cirkel verdeeld worden.
Aan de mannelijke helft van de ene groep wordt een vrouwelijke groep uit weer een andere familie gekoppeld. De lammeren die daarvan het product zijn, blijven in de familie van de moeder. De opzet van deze strategie is het beperken de in kleine populaties nimmer uit te sluiten bloedverwantschap. In 2005 namen ongeveer 2000 ooien deel aan dit fokprogramma, op een totaal van bijna 6000 dieren.
Om dit genetische programma uit te kunnen voeren werd in 1979 een opfokcentrum voor ramlammeren opgezet. Elk jaar worden daar zo'n 40 mannelijke dieren opgefokt, die geselecteerd worden uit de beste dieren van elke familie. In Nederland zijn ongeveer 12 fokkers met in totaal ruim 80 dieren (eind 2005). De fokkers zijn aangesloten bij de Vereniging van Speciale Schapenrassen.

Eigenschappen
Het Solognote-schaap is een taai ras, zowel vanwege zijn weerstand tegen allerlei ziekten, als vanwege de eigenschap dat het dier tevreden is met een schrale vegetatie en houtgewas. Het schaap biedt goed weerstand tegen inwendige parasieten als strongylus en leverworm. Mochten de beesten er toch mee besmet raken, dan zijn twee behandelingen per jaar meestal voldoende. In de extensieve schapenteelt en buiten is het besmettingsgevaar vrijwel nihil.
De beesten hoeven voor de slacht bijna nooit ontwormd te worden. Verder heeft het schaap bijna nooit last van rotkreupel. Als er echter besmetting optreedt, is er wel sprake van overgevoeligheid voor de ziekte. Zolang er echter geen rotkreupel optreedt, is de Solognote vrijwel het enige Franse ras dat men ook kan laten grazen op stukken waar de dieren met de poten in het water staan.
Het schaap kan goed lopen. Verder onderscheidt het ras zich erin dat de dieren tevreden zijn met schrale weidegronden, houtgewassen en vanwege zijn uitzonderlijke aanpassingsvermogen aan plotselinge veranderingen in het voedselpatroon.

Voortplanting
Het ras is vroeg geslachtsrijp: de ooien zijn volwassen na acht maanden. Het feit dat het dekseizoen in grote mate is te beïnvloeden, is van groot belang, aangezien een deel van de ooien vanaf april ovuleert. Verder is de ram bijzonder vurig, zijn geslachtsdrift houdt het hele jaar aan.
Het gemak waarmee de lammeren worden geworpen is ook een van de grote voordelen van het ras. Aflam-problemen doen zich vrijwel nooit voor. Fokkers van Solognotes kunnen 's nachts gewoon rustig slapen in de periode dat de ooien lammeren. Het gemiddelde aantal lammeren per worp van dieren die het hele jaar buiten lopen, bedraagt 1,5 à 1,6 en kan oplopen tot 1,8 bij intensievere schapenteelt.
Solognotes zijn goede moederdieren en produceren ruim voldoende melk. De lammeren worden goed door hun moeder beschermd tegen eventuele gevaren. De dieren kunnen een opvallend hoge leeftijd bereiken: ooien die met 8, 9 of zelfs 10 jaar nog aflammeren zijn geen uitzondering en er zijn gevallen bekend van ooien die met 13 jaar nog aflammeren en lacteren.

Gebruik
Behalve voor de productie van vleeslammeren en van wol, is de Solognote verder geschikt voor heel wat andere doeleinden. Vanwege zijn weinig kieskeurig eetpatroon wordt het ras steeds vaker ingezet bij het onderhoud van landerijen en van natuurgebieden (begrazings-projecten), of het nu gaat om moerasgebied of om droger grasland. De uitgesproken voorkeur van het ras voor houtgewas betekent wel dat het terrein waar de dieren lopen niet afgeperkt kan worden door middel van struikgewas.
Verder is het een uitstekend ras voor hobbydierhouder die zonder al te veel problemen enkele schapen willen opfokken op een kleine wei of op een stuk grond rondom het huis. De Solognote is immers een ras dat weinig eisen stelt en verder erg aantrekkelijk is vanwege zijn karakter. Bovendien heeft het een exclusieve en aantrekkelijke uiterlijke verschijning.
Het vlees van de Solognote wordt van oudsher geroemd vanwege zijn smaak. Het is heerlijk vlees met een zeer verfijnde smaak, die eerder doet denken aan het vlees van een jonge reebok dan dat van andere schapenrassen.
De bouw van het Solognotelam verschilt erg van alle andere rassen die in deze streek gefokt worden. De bouten hebben hetzelfde gewicht, maar ze zijn langer en minder rond en het karkas bevat slechts een klein percentage vet en slachtafval. De franse fokkers van het Solognote-schaap hebben het kwaliteitsmerk 'Solognote Lamsvlees' ontwikkeld waaraan slagers het vlees kunnen herkennen en waarmee men aan dit kwaliteitsproduct meer bekendheid wil geven.
De wol is uitstekend te verwerken als spin- en breigarens en heeft een unieke roodbruine kleur. Enkele schapenfokkers doen de nostalgie herleven met het verwerken van de wol en de verkoop ervan, hetzij als knotten wol, hetzij als kant en klare kledingsstukken.(2)
(1) Pionieren met de Solognote, Levende Have oktober 2006
(2) Vertaling uit het Frans van de de folder van het Flockbook Solognot/Patrick Haccou

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier