Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Moeflon

Moeflon ram, ooi en lam

De Moeflon zou aan de basis hebben gestaan van alle West-Europese schapenrassen. Het lijkt zeer aannemelijk, maar bewijs voor deze theorie ontbreekt. Het is wel het enige wilde Europese schaap dat nog bestaat.

Officieel heet hij de Ovis Orientalis, maar de Moeflon wordt ook wel aangeduid met muffeldier of steenschaap. Muffeldier rijmt op knuffeldier, maar van lichamelijk contact met de mens wil de Moeflon niets weten. Dit wilde schaap laat zich niet aaien. De verzorging van deze dieren, nodig wanneer ze door een particulier op een afgerasterd stuk weiland worden gehouden, stelt daarom bijzondere eisen. Om de klauwen te bekappen, de gezondheid te inspecteren en de dieren eventueel te vaccineren, is een zekere behendigheid en op z’n minst een plan van aanpak nodig. Degene die ze dagelijks voorziet van hooi en schapenbrok maakt nog de meeste kans een Moeflon te pakken te krijgen. Anders moet er een dierenarts met verdovingsspuit aan te pas komen.
 

Schapenboek

Oormerken MERKO M18

Alles behalve een knuffeldier dus, dit ‘Muffelwild’, een Duitse verbastering van Mufflon. De imposante, gekromde hoorns van de ram die wel tachtig centimeter lang kunnen worden, nodigen ook niet echt uit om al te dichtbij te komen. Moeflons zijn vooral kijkdieren. Mooi om te zien en, voor zover ze door particulieren worden gehouden, een uitzonderlijke verschijning in het Nederlandse cultuurlandschap. Als ze zich al vertonen, want ze worden pas actief wanneer het gaat schemeren. Ook om die reden lenen ze zich niet echt om als hobbyschaap te worden gehouden. Daarbij komt ook nog de geringe beschikbaarheid. Slechts enkele fokkers kunnen Moeflons leveren. De populatie in gevangenschap is echter zeer beperkt, waardoor veel dieren aan elkaar verwant zijn.

Wild schaap
Sommigen noemen de Moeflon het oerschaap, de stamvader van alle West-Europese rassen. Daarover valt echter geen uitsluitsel te geven. Wetenschappers noemen de Moeflon de ‘’meest waarschijnlijke voorouder’’ van het gedomesticeerde schaap. De domesticatie zou zo’n 7500 jaar voor Christus hebben plaatsgevonden in het Midden Oosten. Maar de Moeflon heeft zich ook als wild schaap weten te verspreiden. Mogelijk gaat het hier om verwilderde nakomelingen van gedomesticeerde schapen. Op Corsica en Sardinië bevinden zich nog altijd enkele populaties. Deze staan te boek als ‘’bedreigd’’ en tellen hooguit enkele honderden dieren. In de achttiende en negentiende eeuw werden Zuid-Europese Moeflons naar  West-Europa gehaald voor de jacht. Tegenwoordig komen ze in Nederland voor in de Amsterdamse waterleidingduinen, op de Veluwe, het Wekeromse zand, het Landgoed Ampsen. Al deze dieren zijn afkomstig van een kudde die in de jaren twintig van de vorige eeuw is uitgezet in het Nationaal Park De Hoge Veluwe.
 

Het liefst houdt de Moeflon zich op in een open landschap. Hij stelt verder weinig eisen aan zijn leefomgeving. Van oorsprong komt hij voor in hellingbossen, bergweiden en rotsachtige gebergten. Maar daar waar hij is uitgezet, gedijt hij goed op heiden en zandverstuivingen en in lichte bossen met open plekken. Daar eten ze grassen, kruiden, twijgen, knoppen, jonge bladeren en 's winters boomschors. Ook stengels van de bosbes en mast van eik en beuk staan op het menu. De moeflon heeft geen vaste verblijfplaats en ook geen territorium. Wel vertonen ze alle kenmerken van kuddedieren, althans de ooien. Die vormen samen met de jongen van een jaar oud en de lammeren één kudde, ook wel ‘’sprong’’ genoemd. De rammen leven veelal solitair, soms in kleine kuddes. In de bronsttijd – van oktober tot november - voegen de kuddes zich gedeeltelijk samen.
Na een draagtijd van 150 tot 170 dagen komen in april en mei de lammeren. Per worp krijgt een ooi meestal één, soms twee jongen. Voor de geboorte zondert de moeder zich af. Het lam weegt bij de geboorte nog geen drie kilo en is kleiner dan een haas. Toch komt het snel in de benen en kan het al na een half uurtje zijn moeder volgen. Maar het ligt ook vaak op een rustige plek terwijl de moeder dichtbij aan het grazen is. Lammeren maken in drie weken een enorme groeispurt door. Ze blijven meestal twee jaar bij de moeder en lopen dus ook nog bij haar als ze weer een nieuw lam heeft.

Haarschapen
De Moeflon heeft dankzij een eeuwenlang verblijf boven de boomgrens een uitstekend gezichtsvermogen ontwikkeld. Het schaap kan zonder z’n hoofd te draaien een groot gebied overzien. Zo zijn ze in staat om eventueel gevaar op een kilometer afstand waar te nemen. Ander opvallend kenmerk is de vacht. Moeflons zijn haarschapen. Hun vacht verandert in de winter van kleur: dan zijn ooien en rammen beide donker. In de zomer draagt de ooi een bruine vacht, de ram is dan roodbruin met witte vlekken op de flanken of op de buik. De neus van de Moeflon geeft een indicatie van de leeftijd van het schaap: hoe ouder, hoe witter. Deze schapen kunnen ongeveer veertien jaar worden. (1)
(1)Muffeldier mijdt de mens, Levende Have april 2012.

Terug naar:

Aanbevolen door Levende Have

Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag
NIEUW! Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag €14,95

Bestellen? Klik hier
Schapen in de weiden van de lage landen
NIEUW! Schapen in de weiden van de lage landen  € 24.90

Bestellen? Klik hier

 

 

 

 

 

 

 

 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier