Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Witrik

witrik

De witrik is een rood-, zwart- of vaalbonte koe met een witte aalstreep, witte buik en staart en spikkels op de kop en poten. Het is een tekening die in voorgaande eeuwen veel voorkwam en volgens sommigen afkomstig is van een directe band met het oerrund. De kleurslag was lange tijd ‘niet erkend’ en voor het houden van een witrik stier gold in het midden van de vorige eeuw zelfs een wettelijk verbod. Inmiddels wordt de witrik alweer jaren als ‘waardevol zeldzaam huisdierras’ beschouwd. Hoewel de witrik koe nog altijd geen ras is maar een kleurslag. De witrikkleurslag kan bij vele verschillende koeienrassen voorkomen.  Er zijn hobbyfokkers die het leuk vinden deze kleurslag te behouden en er bewust mee fokken.

Koeien in de weiden van de lage landen

Nederland telt naar schatting tussen de twee- en vierduizend witrikken. Je komt ze tegen bij de zwartbonte Fries-Hollandse koeien, de roodbonte MRIJ koeien en zelfs bij de hedendaagse zwart- en roodbonte Amerikaanse Holsteiners. De Stichting de Witrik rekent dieren uit de eerste twee groepen en met een maximale kruishoogte van 1.40 meter tot het ‘oude type’. De moderne variant kan echter ook op haar steun rekenen, alhoewel hier alleen het ‘jasje’ aan de ‘oer witrik’ herinnert. Ook elders in de wereld bestaat de witrik tekening. Voorbeelden daarvan zijn de Oostenrijkse Pinzgauer, het Franse Vogezenvee en de Noorse Telemark-koe. In Amerika bestaat het zogenaamde Lineback-cattle (‘streeprug-vee’), waarvan de Randall lineback ondanks zijn geringere formaat het meest op onze ‘oude witrik’ lijkt.

Erfelijkheid
Wat de witrikfokkerij, zowel vroeger als nu, lastig maakt, is dat de zo kenmerkende tekening zich niet zomaar vererft. Een kruising van twee goed getekende witrikken geeft vijftig procent kans op een eveneens goed getekende nakomeling. Er is 25 procent kans op een bont kalf en 25 procent kans op een nagenoeg wit dier met gekleurde oorrandjes en een enkel verspreid vlekje. Deze zogenaamde ‘dubbele’ witrik is als eindresultaat niet gewenst, maar als ouderdier net zo interessant als een goed getekende witrik. Uit onderzoek is gebleken dat een paring tussen een dubbele witrik en een bont of effen rund altijd een witrikkalf oplevert.

Benamingen
Er zijn verschillende (streekgebonden) benamingen voor de witrik. In Zuid-Holland spreekt men van de witruggel of de ruggel(ing), in Friesland van de wytrêch, in Utrecht van de aalstreep of de ruggelder en in Gelderland van de streeprug, de spikkel en de stippel. Ook de naam griemel wordt wel gebruikt, maar dan meestal voor een variant met extra veel kleine stippen, ook wel ‘tijger’ genaamd.

Heb je zelf koeien en heb je hier een vraag over? Stel ze in de vraagbaak

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier