Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Voeding van jongvee

Een pasgeboren kalf heeft direct na de geboorte voor de opbouw van weerstand biest nodig. Dat krijgt het kalf als het drinkt bij de moeder voldoende binnen. Is drinken bij de moeder niet mogelijk, geef het kalf dan zelf veel, vlug en vaak biest. Kalveren kunnen maar een beperkte tijd afweerstoffen opnemen uit de biest, de opnamecapaciteit van de darmwand vermindert al vanaf circa vier uur na de geboorte. Na 24 uur nemen de darmen vrijwel geen afweerstoffen meer op en werken de afweerstoffen uit de biest alleen nog lokaal in de darm om ziekteverwekkers weg te vangen. Zo snel mogelijk voldoende (goede kwaliteit) biest voeren zorgt voor een hogere opname van afweerstoffen en dus een betere weerstandsopbouw van het kalf.
Daarna stap je over op ander voer, waarbij je kunt kiezen uit kunstmelk of koemelk. Je kunt die melk aanbieden met een speenemmer, met een drinkautomaat of met een gewone emmer. Omdat kalveren een zuigbehoefte hebben ligt de keuze voor een speenemmer voor de hand.

Kunstmelk heeft voordelen boven koemelk. Kunstmelk is constant van samenstelling en vrij van ziektekiemen zoals salmonella, paratbc en mycoplasma. Daarnaast bevat het voldoende mineralen en spoorelementen. Regelmaat is belangrijk bij het toedienen van de melk: zorg dat de samenstelling gelijk blijft, dat je op vaste tijdstippen voert en blijft bij de keuze voor een speenemmer of drinkautomaat. Het afspenen moet je geleidelijk doen, in ongeveer 14 dagen. Om kalveren vast te wennen aan ander voer, kun je vanaf de tweede levensweek beginnen met het geven van ruwvoer.

Een kalf groeit tot zo'n acht maanden maximaal. Een kalf eet de hele dag door. Er moet dus de hele dag door lekker voer beschikbaar zijn. Lopen ze buiten in een goed verzorgde wei, dan krijgt het kalf vanzelf voldoende voedingsstoffen binnen, zeker als ook de moeder nog in de buurt is. Staan ze binnen, dan kan er een energie- en eiwitrijk rantsoen worden samengesteld uit droog ruwvoer. Daarvan heeft een kalf van twee maanden tussen de 0,6 en 1,6 kg droge stof per dag nodig, oplopend tot circa 5 kg op een leeftijd van 8 maanden. Het kalf groeit op dit rantsoen zo'n 850 gram per dag.
De hoeveelheid ruwvoer en gewichtstoename zijn uiteraard afhankelijk van het ras. Daarom is het goed de conditie van het kalf in de gaten te houden. Wordt het kalf te dik, dan kan het energiegehalte van het ruwvoer worden verminderd door er gehakseld stro aan toe te voegen. Zorg er ook voor dat het ruwvoer voldoende mineralen, vitamines en sporenelementen bevat. Dat is met behulp van onderzoek van een voermonster vast te stellen. Vul tekorten aan met een liksteen. Speciaal voor vleeskalveren van traag groeiende rassen is opfokvoer en afmestvoer op de markt.

Gerelateerde wiki's

Terug naar:

Aanbevolen door Levende Have

NIEUW! Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag €14,95
Bestellen? Klik hier

Dierenwelzijn, de wet en natuurlijk gedrag 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier