Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Belgische Witblauwe

Belgisch witblauw vleesvee

De Belgische witblauwe is al ontstaan in het begin van de 19de eeuw uit Shorthorns, Durhams en lokale rassen. Het Belgisch witblauwras is in 1973 officieel erkend toen het ras in twee type's werd opgesplitst: het vleestype en het dubbeldoeltype. Het vleestype is een dikbilrund met een overmatige spierontwikkeling. Een hoog percentage van de kalveren komt via een keizersnede ter wereld. Lang is gedacht dat dit werd veroorzaakt door het zogeheten dikbilgen, maar een nauw bekken - gevolg van fokken op een kleiner skelet - blijkt de hoofdoorzaak. Er wordt tegenwoordig in Nederland gefokt op een ''dikbil'' die zonder operatief ingrijpen kan afkalven. Dit onder invloed van een maatschappelijke discussie over ingrepen bij dieren. Overigens zijn de keizersneden niet het enige probleem bij het vleestype. De koeien hebben soms te weinig melk om hun kalveren van biest en melk te voorzien.

Koeien in de weiden van de lage landen

De Vlaamse rundveehouderijsector streeft naar een ''Beschermde Geografische Aanduiding'' voor de Belgische witblauwe. Die Europese erkenning moet zorgen voor stimulerende maatregelen om een voldoende grote populatie raszuivere witblauwrunderen in stand te houden. De dieren moeten geboren, opgefokt, vetgemest en geslacht worden binnen de Belgische landsgrenzen. Om de raszuiverheid te garanderen, moet er aan geboorteregistratie worden gedaan. Zo moet een dier minstens 75 procent raszuiver zijn. De bedrijfsvoering op witblauwbedrijven moet gesloten zijn, er moet weidegang zijn voor zoogkoeien, aandacht voor de inteeltproblematiek en een bestrijdingsplan voor schurft.

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier