Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Zwakke eischalen of windeieren

Zwakke eischalen kunnen met de kip te maken hebben, met het voer of met infecties. Ja, zelfs het weer kan van invloed zijn op de eischaalsterkte. Bij hoge buitentemperatuur zien we de schaalsterkte afnemen.
Wat betreft de kip: als de jonge hen net begint met de productie van eieren, gaat er wel eens wat mis. Het ei kan misvormd zijn, nog niet goed op kleur of een te dunne schaal hebben. Meestal beheerst de hen het kunstje na enkele dagen en wordt de kwaliteit beter. Als de hen op leeftijd raakt, kan de eischaalkwaliteit ook achteruitgaan. Ook kan er sprake zijn van genetische verschillen tussen de diverse kippenrassen als het gaat om de hoeveelheid en kwaliteit van de geproduceerde eieren.
Wat betreft het voer: het kan zijn dat de kip onvoldoende mineralen en vitamines binnen krijgt. Van belang zijn de gehalten aan calcium (moet tussen 3,8 en 4.2 gram per dier per dag liggen), fosfor (< 0,8 gram /dag), magnesium (maximaal 0,7 gram per dier per dag), vit. D3 en het zoutgehalte in drinkwater.
Bij infectieuze oorzaken kan het gaan om Infectieuze bronchitis , het EggDrop Syndrome (EDS), maar ook Aviaire Influenza (vogelgriep ) en New Castle Disease. Deze aandoeningen kunnen gepaard gaan met zwakke schalen en het leggen van windeieren. Met een goed vaccinatieprogramma kan schade door infecties zoveel mogelijk worden voorkomen.
 
Egg Drop Syndrome (EDS)
Kippen met EDS vertonen in feite geen ziekteverschijnselen en zullen zeker niet doodgaan door deze aandoening die wordt veroorzaakt door een Atadenovirus (voorheen Adenovirus- type 3 genoemd). In feite is een afwijking aan de eieren het enige “symptoom”. 
Bij eierleggende kippen zien we de eerste verschijnselen negen tot zeventien dagen na infectie. De eieren verliezen hun kleur en krijgen daarna al snel een zwakke schaal met een ruig, schuurpapierachtig uiterlijk of zandkoppen. Er ontstaan zogeheten ‘’windeieren’’. Er treedt een daling op in het aantal eieren dat de kip legt. Dit houdt vier tot tien weken aan en kan oplopen tot 40%. In experimenten is overigens aangetoond dat er meestal geen sprake is van een echte productiedaling, maar dat de eieren verdwijnen in het strooisel of worden opgepeuzeld.
Binnen een koppel wordt de infectie vooral overgedragen door contact met eieren van besmette koppelgenoten. Het eten van deze eieren komt inderdaad veel voor. Kippen schijnen dat een lekkernij te vinden. Maar deze eieren zitten zowel van binnen als van buiten vol met het virus. 
EDS kan voor wat betreft de afwijkingen aan het ei lijken op Infectieuze Bronchitis, laagpathogene Aviaire Influenza of calciumgebrek in het voer. Het “Egg Drop syndrome” (EDS) is in 1976 voor het eerst door de Nederlandse pluimveedierenarts-onderzoeker Van Eck beschreven (bij wijze van grap dan ook wel als ‘Eck Drop Syndrome’ genoemd).
 
Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier