Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Watermaalse baardkriel

Watermaalse baardkriel
Antoine Dresse uit het Belgische Watermaal stond ruim honderd jaar geleden aan de wieg van de Watermaalse baardkriel, maar het is mede aan Nederlandse fokkers te danken dat het ras nog bestaat. 
 
In het diepste geheim ontstond de Watermaalse baardkriel. Antoine Dresse uit het Belgische Watermaal hield pottenkijkers op afstand. Dat hij iets anders wilde dan een Antwerpse baardkriel, zoveel was wel duidelijk. Menig fokker wordt gedreven door zich te onderscheiden, door iets eigens te creëren. Zo ook Antoine Dresse. Maar welk recept hij gebruikte, heeft hij nooit willen prijsgeven. Nog altijd gissen liefhebbers naar de ingrediënten waaruit deze kleine, charmante kriel is samengesteld. Dat de fokker uit het nabij Brussel gelegen Watermaal Antwerps bloed zou hebben gebruikt, moet zijn eer te na zijn geweest. Toch zien kenners in het profiel van de slanke, elegante Watermaalse baardkriel duidelijk trekjes van de forsere, compacte, meer gedrongen baardkriel uit Antwerpen. Toen het ras er in de jaren zeventig van de vorige eeuw beroerd voorstond, durfden fokkers dan ook met een gerust hart Antwerpse hennen en hanen van stal te halen om de Watermaalse te redden.

Wat maakt de Watermaalse baardkriel zo bijzonder? Het is om te beginnen één van de kleinste krielen die we kennen: een haan weegt ongeveer 600 gram, een hen tussen de 450 - 500 gram. Verder zitten aan de hals van de kriel behoorlijk wat veren – een opvallend raskenmerk – maar dit zogeheten ''halsbehang'' mag niet de vorm aannemen van een 'stierennek', zoals bij de Antwerpse baardkriel. Dan de houding: ook daarin moet de Watermaalse zich onderscheiden van de kriel uit de havenstad. Vooral de borst gaf en geeft nog altijd aanleiding tot discussies. Die mag niet zo ver  vooruit steken als bij de Antwerpse baardkriel. En de vleugels moeten, anders dan bij de ''concurrent'' die bijna een verticale stand hebben, schuin naar beneden worden gedragen. Tot de typische raskenmerken behoren verder de unieke driedoornige rozenkam, de volle, driedelige baard, het kleine kuifje en een smalle staart.
 
De Watermaalse baardkriel komt voor in maar liefst dertig kleurslagen. Teveel dus om op te noemen. Hoewel lang niet alle kleurslagen ruim vertegenwoordigd zijn, mag uit deze kleurenrijkdom wel worden afgeleid dat het ras er getalsmatig inmiddels weer aardig voorstaat. Dat is mede te danken aan fokkers uit Nederland die vielen voor de charmes van deze krielen, die graag de hele dag rondscharrelen en, aanhankelijk als ze zijn, zich zeer snel hechten aan hun verzorger. Hoewel er tussen fokkers aan beide zijden van de grens nog wel eens wat onenigheid is geweest over het gewenste type, zijn de Belgen de laatste tijd zeer in hun nopjes met de in Nederland gefokte Watermaalse baardkrielen.
 
Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier