Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Vogelgriep

Inenten tegen vogelgriep

uitbraak van VOGELGRIEP? alle info staat in het dossier. Klik hier 

Alle gedomesticeerde pluimveesoorten zijn gevoelig voor Aviaire Influenza (AI). Ook wel vogelgriep of vogelpest genoemd.

  • Hoenderachtigen, zoals kippen, kalkoenen, fazanten, kwartels, parelhoenders, patrijzen, pauwen, grootpoothoenders en hokko's
  • Eenden, ganzen en zwanen
  • Duiven
  • Loopvogels, zoals struisvogels, emoes en nandoes

Bij de grote uitbraak in 2003 van het hoogpathogene type H7N7 bleek dat ook hobbypluimvee op beperkte schaal besmet was geraakt. Onderzoek toonde aan dat het risico op besmetting en verspreiding van het virus bij hobbypluimvee vele malen kleiner is dan bij commercieel gehouden pluimvee. Het onderzoek van destijds is inmiddels bevestigd door nadere studies. Hoewel door uitstoot van stofdeeltjes met virus, persoonlijke contacten met besmette bedrijven en contacten met wilde vogels ook hobbypluimvee bij een uitbraak van vogelgriep besmet kan raken, speelt hobbypluimvee nauwelijks een rol in de verspreiding van het virus. Het kan daarom het best met rust worden gelaten. Deze beleidslijn is ook terug te vinden in het nieuwe beleidsdraaiboek AI.

Bij de uitbraak van het hoogpathogene type H5N8 in november 2014 hebben zich geen gevallen van besmetting bij hobbypluimvee voorgedaan. Maar in 2016 en 2017 zijn er onder hobbypluimvee wel weer dieren besmet geraakt. Ook tijdens de uitbraak van hoogpathogene vogelgriep H5N8 in 2020 is hobbypluimvee besmet geraakt. Deze besmettingen duiden erop dat het nuttig is hobbypluimvee af te schermen van wilde vogels, zolang het virus in het wild aanwezig is en vooral daar waar veel contact mogelijk is met wilde vogels. De uitbraken bij hobbypluimvee waren tot dusver voor de overheid geen reden toezichtsgebieden of beschermingsgebieden rond deze locaties in te stellen.

Overdracht van virus
Besmette wilde vogels (zoals smienten) kunnen het virus op pluimveebedrijven en bij hobbypluimveehouders introduceren via vogelpoep. Hoe meer virus aanwezig is in vogelpoep, hoe makkelijker het virus kan worden overgedragen op pluimvee. Het virus kan lang overleven in water (meer dan een week). Kippen kunnen makkelijk besmet raken door het drinken van water dat is besmet met vogelpoep. Denk hierbij ook aan plassen water op plekken waar kippen rondscharrelen.

Vaccinatie hobbypluimvee tegen vogelgriep
Ten tijde van de grote uitbraak in 2003 gold een vaccinatieverbod. Vanwege de wereldwijde verspreiding van het voor mensen gevaarlijke H5N1-virus is dit vaccinatieverbod op initiatief van de Nederlandse overheid in 2006 versoepeld. Hobbypluimvee mag sindsdien ingeënt worden tegen vogelgriep. Dat wil zeggen: de Nederlandse overheid moet daarvoor toestemming aanvragen in ''Brussel''. Deze toestemming wordt voor een nader te bepalen termijn afgegeven. Zolang er geen dreiging is en ook niet duidelijk is tegen welk type vogelgriep zou moeten worden ingeënt, heeft het weinig zin een dergelijke toestemming aan te vragen.

Het protocol dat voor preventieve vaccinatie aanvankelijk gold – tweemaal bloedonderzoek, exportverbod voor gevaccineerd hobbypluimvee, vaccinatie aan huis – is sinds 2007 gewijzigd. De bloedtest vooraf is niet meer nodig en ook ná vaccinatie wordt niet meer bij alle hobbyhouders verplicht bloed geprikt. Dat zal steekproefsgewijs gebeuren. Gevaccineerde dieren mogen vervoerd worden naar een andere lidstaat, mits die lidstaat daar geen bezwaar tegen heeft.

Vaccinatie van bedrijven is wel mogelijk, maar uit economische overwegingen nog steeds niet volledig geaccepteerd. Ook zou het bestaande vaccin niet snel genoeg werken om een uitbraak in een zeer pluimveedicht gebied snel te kunnen beheersen.

Meer over vaccinatie in het artikel: Waarom wordt er niet gevaccineerd tegen vogelgriep?

Ophokken/afschermen
De Nederlandse overheid maakt sinds 2006 ook onderscheid tussen commercieel gehouden pluimvee en hobbypluimvee wat betreft afschermen/ophokken. Bij een laag risico op besmetting mag het hobbypluimvee vrij rond lopen. Het Centraal Veterinair Instituut in Lelystad is erin geslaagd een nieuw, verbeterd en veilig vaccin te ontwikkelen tegen de vogelgriep. Het middel is geschikt voor grootschalige vaccinatie van pluimvee. Het vaccin wordt geproduceerd in de vorm van een poeder waardoor het ook nog eens zeer stabiel is. De vernevelde fijne poederdeeltjes kunnen geïnhaleerd worden door de kippen. In tegenstelling tot klassieke influenza vaccins hoeft nu dus niet elk individueel dier geïnjecteerd te worden en is grootschalige toediening (massa applicatie) mogelijk. Onderzoekers hebben aangetoond dat het vaccin beschermt tegen het gevaarlijke H5N1. Het is echter nog niet op grote schaal geproduceerd.

Zoönose
Vogelgriep is een zoönose. Mensen kunnen besmet raken door contact met besmette dieren. Dat is in het geval van H5N8 tot nu toe nog niet gebeurd, maar met andere H5-virussen wel. Ook H7N9, een laagpathogene variant voor kippen, bleek voor mensen in veel gevallen dodelijk.”
In 2003 overleed een dierenarts aan de gevolgen van een besmetting met H7N7. Ook medewerkers die betrokken waren bij het doden van pluimvee raakten besmet. Er meldden zich 453 personen met gezondheidsklachten, voornamelijk oogvliesontsteking. Antistoffen werden aangetroffen bij 59% van huisgenoten van bestrijders die een infectie met vogelpestvirus doormaakten. Circa 50% van de 500 onderzochte personen die tijdens de epidemie contact hadden met besmet pluimvee had antistoffen tegen vogelpestvirus.
Op gemengde bedrijven van varkens en pluimvee, bleken ook de varkens antistoffen te hebben. De autoriteiten vreesden dat in de intensieve veehouderij het virus niet meer te controleren zou zijn en zich zou mengen met andere virusstammen. Gesproken werd destijds over ''virusfabrieken''. 

Het beruchtste voorbeeld van een voor mensen gevaarlijke vogelgriep is de Spaanse Griep, die in 1918 wereldwijd voor zo’n 50 miljoen doden zorgde. Het verantwoordelijke virus, H1N1, was afkomstig uit vogels.

Onderzoek
Sinds de uitbraken van vogelgriep vindt er bij bedrijven geregeld onderzoek (monitoring) plaats. Ook wilde vogels worden onderzocht op de aanwezigheid van vogelgriep. Wereldwijd wordt er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan. Daaruit is onder meer gebleken dat het virus H5N1 geruime tijd buiten vogels kan overleven. Afhankelijk van de omstandigheden varieert de overlevingsduur van twee weken tot twee maanden. Hoe kouder en droger de lucht, hoe langer het virus in leven blijft.

Laagpathogeen en hoogpathogeen
Bij vogelgriep wordt onderscheid gemaakt tussen laagpathogeen en hoogpathogeen virus. Het laagpathogene virus is weinig ziekmakend, het hoogpathogene is zeer ziekmakend. Voor het laagpathogene virus geldt een andere aanpak dan voor het hoogpathogene virus. Bij een uitbraak van laagpathogeen virus wordt - wanneer het gaat om een type waarvoor een bestrijdingsplicht geldt (H7of H5) - alleen het besmette bedrijf geruimd, bij een uitbraak van het hoogpathogene virus worden ook bedrijven in de omgeving geruimd.
De Gezondheidsdienst voor Dieren verwoordt het verschil tussen hoog- en laagpathogeen zo:
''Laagpathogene H5 en H7 virussen vermeerderen zich in de cellen van de luchtwegen en de darm. Hoogpathogene virussen kunnen niet alleen de luchtweg- en darmcellen binnendringen, maar ook andere cellen van het lichaam, zoals die van de bloedvaten. Dat maakt een hoogpathogene variant zo gevaarlijk: er ontstaan bloedingen en het dier zal binnen korte tijd sterven.
Laagpathogene virussen veroorzaken over het algemeen niet zo veel problemen. ze kunnen geringe ziekteveroorzaken, waarbij de dieren minder eten en drinken. Ook kunnen ze leiden tot een eiproductiedaling en verhoogde gevoeligheid voor bijkomende bacteriële infecties. Een laagpathogeen virus is op zich niet zo gevaarlijk. Toch is het belangrijk dat ook deze varianten van het type H5 en H7 snel worden opgespoord en aangepakt. Tijdens het vermeerderen van het virus kan er namelijk 'per ongeluk' een hoogpathogeen virus ontstaan.''
 
In 2019 is in België het laagpathogene H3N1 op een groot aantal pluimveebedrijven aangetroffen. Voor dit virus geldt geen meldings- en bestrijdingsplicht, ook al gedraagt het zich agressiever dan andere laagpathogene vogelgriepvirussen. In de pluimveestallen werden grote aantallen dieren ziek, daalde de eiproductie en was er ook sprake van sterfte.
De ervaring leert dat H3N1 vooral wordt overgedragen via mensen en de wind, terwijl voor de H5-virussen ook de wilde vogels als bron worden gezien.

Ziekteverschijnselen
De meeste vogelgriepvirussen zijn van de milde variant (laag pathogene aviaire influenza, LPAI). Dieren geïnfecteerd met het milde vogelgriepvirus vertonen nauwelijks ziekteverschijnselen. Laag pathogeen kan echter veranderen in de zeer besmettelijke variant hoog pathogene aviaire influenza (HPAI). Hobbypluimvee kan ook direct geïnfecteerd raken met hoogpathogene vogelgriep, via wilde vogels bijvoorbeeld. Hiervan kunnen dieren ernstig ziek worden en sterven. Bovendien verspreidt het HPAI virus zich zeer snel. De volgende symptomen kunnen optreden:
  • plotselinge sterfte;
  • ademhalingsproblemen;
  • gebrek aan eet-/drinklust;
  • zenuwverschijnselen;
  • draaien met de nek
  • oogontstekingen;
  • verlaagde eierproductie;
  • windeieren en bleke schalen;
  • diarree;
  • sloomheid;
  • ruw verenkleed;
  • zwelling en blauwkleuring van de kam, lellen of poten.

Kunnen duiven vogelgriep krijgen?
In het draaiboek staat:
Het risico dat duiven worden geïnfecteerd met AI virussen is klein, maar het is niet uitgesloten. Er hebben zich wel gevallen van AI bij (wilde) duiven in onder andere Turkije, Roemenië en Zuidoost-Azië voorgedaan. De gevoeligheid van de duif kan ook per AI-virus variant anders zijn. Postduiven kunnen virus verspreiden indien zij zijn geïnfecteerd. Verder zouden zij ook via hun poten of veren virus kunnen meedragen en verspreiden als ze worden losgelaten of vliegen over gebieden waar HPAI voorkomt, bij tentoonstellingen en in geval van verzamelingen voordat de dieren op wedstrijdvlucht gaan. Grofweg vinden de tentoonstellingen plaats van november t/m januari en de wedvluchten van half maart t/m september. Vanaf juli zijn de wedvluchten voor de jonge duiven. 

De verzamelingen van pluimvee, waar ook de postduiven (columba livia) onder vallen zullen als eerste verboden worden in Nederland, dit betekent dat ook de wedstrijdvluchten in die periode verboden zullen zijn. Daarbij komt dat die wedstrijdvluchten over het algemeen via het buitenland gaan. Deze landen (voornamelijk België, Frankrijk en Spanje) zullen in eerste instantie het vervoer van postduiven uit de besmette gebieden (en wellicht uit het hele land) niet toestaan. Op basis van een risicoanalyse kunnen versoepelingen op deze maatregelen doorgevoerd worden. Bij een uitbraak van AI in een andere Lidstaat kan besloten worden om de wedvluchten van Nederlandse postduiven vanuit die Lidstaat op te schorten.
 

Terug naar:

Aanbevolen door Levende Have

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier