Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Salmonella gallinarum

Salmonella Gallinarum ('Kleinse ziekte') is een infectieuze ziekte van met name bruine leghennen. Schade ontstaat door de vaak hoog oplopende sterfte, als gevolg van ontstekingen van inwendige organen, bij oudere dieren speciaal van lever, milt, buikvlies en eierstok. Op dierniveau treedt de sterfte vaak plotseling op, in een koppel houdt deze soms lang aan.

Verschijnselen
De verschijnselen zijn koorts (de poten voelen erg warm aan), bolzitten, een bleke kam en eventueel diarree. Al snel na aanvang van de symptonen treedt sterfte op, waardoor de symptonen niet altijd worden opgemerkt. Opvallend is dat het legpercentage vaak op peil blijft, terwijl de uitval hoog oploopt (meer dan 50% is geen uitzondering).

Oorzaak
De bacterie Salmonella Gallinarum. In tegenstelling tot de meeste andere Salmonella’s die bij pluimvee voorkomen, is deze “gastheerspecifiek“. Dit komt er op neer dat de bacterie bij diersoorten anders dan hoenderachtigen niet goed aanslaat. Hierdoor is het risico voor de volksgezondheid verwaarloosbaar. De ziekte is vooral bekend bij kippen en kalkoenen maar de bacterie kan bij alle hoenderachtigen (parelhoen, fazant, pauw, kwartel) en andere vogelsoorten (spreeuwen, papagaaien) van nature voorkomen. Watervogels lijken resistent. Bij kippen bestaan grote verschillen in gevoeligheid tussen verschillende foklijnen. In Nederland zijn de afgelopen jaren enkel uitbraken bij bruine leghennen beschreven.

Besmettingsroute
De bacterie verspreidt zich vooral via mest en stof. Overdracht via het ei is theoretisch mogelijk, maar gebeurt in de praktijk zelden door het acute verloop met snelle sterfte. Hennen besmetten zich via de bek of eventueel via de luchtwegen. Ongedierte kan een rol spelen in de verspreiding tussen bedrijven, als drager (bijv. ratten) maar ook door versleping van mest of stof (bijv. vliegen).

Overleving
Salmonella Gallinarum is normaal gevoelig voor desinfectiemiddelen, maar overleeft goed indien beschermd door organisch materiaal zoals eiwit of mest. Ook in voerresten of ongedierte (muizen, insecten, bloedluizen) kunnen ze een wekenlange leegstand overleven. Zo is bekend dat een geïnfecteerde rat de kiem tot 4 maanden via de ontlasting uit kan blijven scheiden.
Temperatuur: groei vindt plaats tussen 5 en 45 ºC, de optimale groeitemperatuur ligt bij 37 ºC. De kiemen worden niet gedood door bevriezing. Dagelijks bevriezen en ontdooien overleven ze wekenlang. Salmonella's overleven dus goed bij normale stal- en buitentemperaturen.
Bron: GD

Heb je zelf kippen en heb je hier een vraag over? Stel ze in de vraagbaak

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier