Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Pseudo-vogelpest

Pseudo-vogelpest of New Castle Disease (NCD) wordt veroorzaakt door het virus van de familie Paramyxoviridae, genus Rubulavirus. NCD is in heel veel landen permanent aanwezig. De incubatietijd van pseudo-vogelpest is vier tot zes dagen.

Symptomen
De verschijnselen zijn hijgen, kuchen, laten hangen van de vleugels, draaien met de kop, verlamming, verminderde eiproductie, vervormde eieren, groenige, waterige diarree, zwelling rond de ogen en in de nek. Sterfte is afhankelijk van het soort pluimvee en het type virus.

Er is geen behandeling mogelijk.

Verspreiding
Het NCD-virus kan aanwezig zijn in bijna alle vogels, zowel gedomesticeerde als wilde vogels. Direct gevoelig voor het virus zijn kippen, kalkoenen, kwartels, duiven, struisvogels, kanaries, fazanten en papagaaiachtigen. Andere vogels zijn minder gevoelig en vertonen mildere ziekteverschijnselen. Minder gevoelige vogelsoorten kunnen het virus bij zich dragen en uitscheiden zonder ziekteverschijnselen te tonen. De overdracht van het virus vindt onder meer plaats via de uitwerpselen van besmette dieren. Ook de mens kan een rol spelen in de overdracht. 

Verspreiding van het New Castle Disease of Pseudo-vogelpest binnen een koppel verloopt via inhalatie van virus of de opname van water en/of voer dat besmet is door mest of secreta van hokgenoten. Verspreiding van een besmette koppel naar een gevoelige koppel is mogelijk via de lucht, besmette waterdruppeltjes en stofdeeltjes en via mechanische vectoren. Kleding, schoeisel van bezoekers, kratten, containers en eiertrays zijn hiervan de belangrijkste.
Andere verspreidingsvectoren zijn: andere dieren, inclusief vliegen, besmet strooisel en pluimveeproducten (vlees en eieren).
Verspreiding van virus vanuit een reservoir van wilde vogels is mogelijk bij direct contact tussen besmette wilde vogels en bedrijfspluimvee. Besmetting is ook mogelijk indien besmette wilde vogels zich in de directe nabijheid van de stal ophouden en de omstandigheden voor de verspreiding via de wind gunstig zijn. In dit kader zijn ook (post)duiven een potentiële besmettingsbron.

Vaccinatie
Voor Pseudo-vogelpest of Newcastle Disease geldt een verplichting tot vaccinatie voor bedrijfsmatige pluimveehouders, hobbypluimveehouders die met hun dieren naar tentoonstellingen gaan en houders van duiven die meedoen aan wedvluchten. Meerdere vaccins zijn vrij ter beschikking. Deze verplichte inenting moet door een dierenarts worden uitgevoerd.

Daarnaast mogen houders zelf hun dieren vrijwillig vaccineren. Deze inenting dient wel zorgvuldig te worden uitgevoerd. De oogdruppelmethode is de beste, daarna de spray-enting  en als laatste de drinkwater enting. Ervaren vogelhouders zullen de enting prima zelf uit kunnen voeren. Volg goed de instructies van de dierenarts. Niet iedere dierenarts heeft het vaccin op voorraad maar kan dit bestellen of bij een pluimveedierenarts betrekken. Het is noodzakelijk de vaccinatie na 14 dagen te herhalen. De dieren bouwen dan een goede weerstand op.

Volgens het bestrijdingsdraaiboek worden zieke dieren ge-euthanaseerd en de niet-zieke dieren worden 60 dagen opgehokt en gecontroleerd op ziekte. Na 30 en 60 dagen worden deze dieren door de NVWA bemonsterd voor NCD en daarna gevaccineerd. Is een lokatie vrij van ziekte, dan wordt deze na de 60 dagen vrijgegeven.

Bij duiven is een variant van pseudo-vogelpest aangetroffen die tot plotselinge sterfte zonder duidelijke afwijkingen leidt. Het gaat om het duiven-paramyxovirus 1. Dit virus zou te zijner tijd kunnen overgaan op kippen, waar het zich kan ontwikkelen tot een kwaadaardige variant. In koppels die een goede bescherming hebben tegen pseudo-vogelpest zal dit duivenvirus weinig schade kunnen aanrichten.

Heb je zelf kippen en heb je hier een vraag over? Stel ze in de vraagbaak

Terug naar: