Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Lakenvelder Hoen

Lakenvelder hoen
Het Lakenvelder hoen past in het rijtje van landbouwhuisdieren met een typische aftekening: runderen, geiten, konijnen, cavia's en ook varkens die een ''laken'' dragen, een witte band tussen schouders en dijen. Het opvallende kleurpatroon trekt de aandacht van fokkers en hobbyisten.
 
Een laken is niet typisch Nederlands en het valt te bezien of het Lakenvelder hoen wel tot de oorspronkelijke Nederlandse rassen behoort. Over de herkomst van het ras doen twee verhalen de ronde: een Nederlandse en een Duitse versie. De Nederlandse uitleg is gebaseerd op een oud, achttiende eeuws reisverhaal over het dorpje Lakenvelt, gepubliceerd in het tijdschrift "Het Buitenverblijf", april 1925. Volgens dit verhaal is de naam van het ras ontleend aan het buurtschap Lakenvelt waar in achttiende eeuw hoofdzake­lijk zwart en wit getekende hoenders werden gehouden. Het ras was in die tijd al beroemd vanwege zijn productie van vlees en eieren en de bijzondere veerkleur. Dat was opvallend, omdat de raspluim­veeteelt destijds nog in de kinderschoenen stond. Dat uiterlijke kenmerken werden benoemd, duidt erop dat men deze hoenders toen al als een bijzonderheid beschouwde.  
De Duitsers baseren de herkomst van de Lakenvelder op het feit dat het ras reeds jaren geleden in Westfalen voorkwam. In 1835 zou een zekere heer Wirz, douanebeambte uit Haldem, zich als pionier voor verbetering van het ras hebben ingezet. Zijn dieren werden in een tijdschrift als "prachtexemplaren" omschre­ven.  
 
Twee verhalen over de Lakenvelder
Dat er twee verhalen bestaan over de Lakenvelder zou erop kunnen wijzen dat het ras in beide landen onafhankelijk van elkaar is ontstaan. In het verleden bestonden er echter veel contacten tussen Westfalen en Nederland. Kooplieden en landarbeiders trokken in het voorjaar in grote aantallen naar ons land. Mogelijk dat via deze weg de Lakenvelder zijn weg van uit Nederland naar Westfalen heeft gevonden. De link met het buurtschap Lakervelt (gelegen tussen Meerkerk en Lexmond) is in elk geval een hele sterke aanwijzing dat de oorsprong in Nederland ligt. Een andere sterke aanwijzing is de zeventiende eeuwse Hollandse schilder Melchior de Hondecoeter, bekend van gedetailleerde afbeeldingen van hoenderhoven, die al in 1660 kippen met een Lakenvelder aftekening schilderde. 
Uiterlijke kenmerken
De bouw van de Lakenvelder vertoont kenmerken van het landhoen zoals die reeds eeuwen in ons land voorkomen. De rug is middellang, het achterdeel is goed ontwikkeld, terwijl de staart niet te laag wordt gedragen. Het ras heeft een enkele, middelgrote kam, witte oren en roodbruine of donker oranje ogen. De loopbenen zijn leiblauw. Hen en haan van het Lakenveder hoen hebben dezelfde tekening. Maar verder zijn er tussen beide geslachten duidelijke verschillen. De hen is wat kleiner dan de haan en de haan draagt een wat grotere kam op de kop en heeft bovendien wat meer uitbundige staartveren. Volgens de standaard is het gewicht van de haan 1,7 tot 2 kg en van de hen 1,4 tot 1,6 kg. Veel dieren zijn vermoedelijk zwaarder. Een aantal jaren geleden overschreden veel dieren de standaardgewichten.
 

kippenboek

 

Ontstaan van kleurpatroon
Zoals gezegd is vooral de tekening bijzonder. Kop, hals en staart van de Lakenvelder zijn fluweelzwart, in de standaard omschreven als glanzend diep zwart, de romp is wit. Hoe dit kleurpatroon is ontstaan, is niet duidelijk. Volgens de bekende pluimvee-expert Van Gink zou een kruising van kwartelkleu­rige met gepelde dieren, kleurslagen die beide in het verleden in ons land voorkwa­men, de basis voor het lakenvelder­patroon hebben gelegd.
Het fokken van Lakenvelder kippen is overigens verre van eenvoudig. De moeilijkheidsgraad zit 'm vooral in het zuiver houden van het zwarte en witte gedeelte. Helemaal wit is dat witte gedeelte trouwens niet: zowel hen als haan hebben slagpennen met een zwarte binnenvaan. Soms krijgen de hennen teveel wit in de zwarte hals, soms komen er teveel zwarte veren voor op de borst of rug. Een enkel fout veertje mag voor een tentoonstelling worden verwijderd, maar teveel miskleuren leiden onherroepelijk tot een afkeuring. 
 
Erg beweeglijk
De Lakenvelder staat te boek als ‘’makkelijk te houden’’, maar kenners betwisten dat. Deze hoenders zijn erg beweeglijk en druk, scharrelen graag de hele dag door en kunnen hoog vliegen. Ze hebben kortom nogal wat ruimte nodig, zoals een weiland of een vrije uitloop op een boerenerf. Kortwieken kan nodig zijn om wegvliegen te voorkomen.
Het ras bestaat in Nederland nog bij de gratie van een beperkt aantal serieuze fokkers. Zonder hen was de Lakenvelder tot een noodlijdend bestaan gedoemd. Gelukkig zijn er veel liefhebbers die de dieren voor de aardigheid houden. Wilt u een dier met een eigen kleurpatroon, een landhoen met een eigen karakter, niet al te rustig maar een plaatje om te zien, een kip ook die een behoorlijk aantal eieren legt? Overweeg dan eens de aanschaf van een paar Lakenvelders. 
 
Plussen en minnen
+ Opvallende aftekening en kleurpatroon
+ Legt flink wat eieren, ca. 180 per jaar
+ Landhoen met een eigen karakter
- Erg beweeglijk
- Kost enige moeite om ze handtam te maken
- Beperkt aantal fokkers
- Grote kam heeft in de winter extra zorg nodig
 
Lakenvelder krielen
De Lakenvelder komt ook voor als kriel. Deze zijn minstens even beweeglijk en actief als de grote hoenders en hebben dus ook veel ruimte en bij voorkeur een vrije uitloop nodig. De krielen hebben dezelfde aftekening als de grote Lakenvelders en zijn er eveneens in een lichtblauwe variant.

Zoek je meer informatie of een fokker? Neem dan contact op met de Lakenvelder Vorwerk club

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier