Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Kortwieken en leewieken

Leewieken en kortwieken hebben tot doel het wegvliegen van de vogel te beletten. Sinds 1 september 2005 is het niet meer toegestaan vogels te leewieken (verwijderen van het laatste vleugellid), uitgezonderd vogels, die bestemd zijn om te worden gehouden in een niet-overdekte ruimte. Per 2018 volgt een algeheel verbod op leewieken.
Kortwieken is het afknippen van een punt van de slagpennen, ongeveer een centimeter of vier is voldoende. De een laat de buitenste slagpennen bij het kortwieken ongemoeid, de ander zet de schaar in de buitenste tien grote slagpennen, die dus bij uitgespreide vleugel het verst van het lichaam liggen. Deze pennen worden ook wel de grote slagpennen genoemd.
 

Kortwieken is geen "lichamelijke ingreep". Alleen de veren worden geknipt en daarmee is de behandeling te vergelijken met het knippen van nagels of haren. Kortwieken is een tijdelijke oplossing, want na de rui groeien weer nieuwe slagpennen uit. Om wegvliegen te voorkomen moet deze behandeling dus steeds herhaald worden. Kortwieken was en blijft gewoon toegestaan. Kortwieken doet men altijd aan één vleugel, de kip raakt dan tijdens het vliegen uit balans. Je ontneemt hiermee het dier wel de mogelijkheid om in geval van gevaar weg te vluchten. Om die reden zijn er voorstanders van kortwieken aan beide vleugels: door volgels symmetrisch  te kortwieken worden balansproblemen. De vogel moet zijn vleugels gebruiken om zijn balans te houden bij de korte 'vluchten'. Door symmetrisch te kortwieken kan de vogel blijven vliegen, maar er is wel meer energie voor nodig is om omhoog te komen. Uiteraard zal de vogel wel beperkter zijn dan voorheen. Tevens kun je een ernstige discrepantie krijgen (in de ontwikkeling) van de borstspier als je vanaf jonge leeftijd eenzijdig kortwiekt. 

Leewieken is een lichamelijke ingreep, want hierbij wordt een middenhandsbeentje (met daaraan vast de slagpennen) geamputeerd. De duim, met daaraan drie slagpennen, blijft behouden. Dit is definitief en kan dus nooit meer aangroeien. De ingreep wordt uitgevoerd hij de zeer jonge vogel (tot drie weken).

Wie een geleewiekte vogel in een gesloten ruimte houdt, is strafbaar.
Ook een over palen bevestigd net valt onder een ‘’afgesloten ruimte’’. Het (voormalige) ministerie van LNV (nu ministerie van EZ) staat wel toe dat zieke geleewiekte vogels binnen worden verpleegd; tijdens tentoonstellingen legaal geleewiekte vogels tijdelijk in een gesloten ruimte worden gehouden; tijdens de eerste 4-5 weken geleewiekte vogels binnen worden gehouden ten behoeve van de opfok; geleewiekte vogels waarvan kan worden aangetoond dat ze niet bestand zijn tegen de Nederlandse winters, in die periode binnen worden gehouden, zoals bijvoorbeeld flamingo’s.

Heb je zelf ganzen en heb je hier een vraag over? Stel 'm in de vraagbaak

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier