Vogelgriep uitgebroken!

Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Kempens of Kempisch hoen

Kempens of Kempisch hoen

Het Kempens of Kempisch hoen hoort thuis in het rijtje: Brakel, Zottegems hoen, hoen van Nederbrakel, Chaams hoen en Kortrijks hoen - allemaal verwante Brakel hoenders die vroeger in een bepaalde streek werden gehouden. Het hoen van Nederbrakel is duidelijk een wat zwaarder hoen vergeleken met het Kempisch hoen. Dat heeft alles te maken met de grondsoort waarop de hoenders werden gehouden. Het Kempisch hoen, gehouden op arme zandgrond, is lichter en staat wat hoger op de poten. Het Kempisch hoen is uiteindelijk opgegaan in het Brakels hoen.

De genen zijn nog altijd terug te vinden in de Campine, een Engels hoen dat ook in Amerika furore maakte. Het oude type Campine had een uitstekende reputatie als leghoen en kreeg daarom in Engeland, net als het Hollands hoen, de prestigieuze titel ‘The Everyday Layer’. Ook het verfijnde vlees dat zelfs aan wild deed denken, vond gretig aftrek. In 1914 werd de Campine toegelaten tot de American Standard of Perfection door de APA (American Poultry Association). Een mijlpaal in het bestaan van het toen nog erg jonge ras.

Fokker Maarten Jacobs uit Deurne bij Antwerpen heeft de Campines weer terug gehaald naar de Kempen. De eerste kippen (eieren) kwamen uit de Verengde Staten, Engeland en Denemarken. Vanuit België zijn de eerste Kempische hoenders ook weer in de Nederlandse Kempen terecht gekomen, bij 't Rundal in Eersel

Kenmerken van de Campine
De Campine is gehard en weerbestendig heeft dus geen luxueus nachtverblijf nodig. Als het aan deze kip zelf ligt, verkiest hij een doodgewone boom als beschutting tegen weer en wind. Zo in de hoogte heeft hij niets te vrezen van natuurlijke vijanden als de vos.
De Campine zet voedsel op een erg efficiënte wijze om in groei en leg. Het hoen combineert voor zijn gewichtsklasse een fijn beendergestel met een erg vlezige borst. Het is een economische eter en zoekt zijn kostje graag zelf bijeen. Wat dat betreft, heeft hij nog veel kenmerken van zijn verre voorvader, het Bankiva boshoen. Die foerageert graag in de bosrand waar hij een uitgebreid dieet kan bijeenzoeken van beestjes, bessen en granen. Een groep Campines zou het dus goed doen op een terrein met afwisselende lage, middenhoge en hoge begroeiing waardoor de Campinehouder extra inkomsten kan verwerven uit bijvoorbeeld fruitteelt.
De Campine is verder een erg duurzaam ras dat bestand is tegen ziektes. De Campine heeft een constante leg wat betekent dat ie nauwelijks een winterstop inlast en dat het effect van de ruiperiode minimaal is. Ook is hij zijn 2e en 3e levensjaar nog een goede legkip waardoor de opfokkosten over langere periode gespreid kunnen worden.

Campine keert terug als Kempisch hoen
Fokkers werken aan de terugkeer van de Campine als ‘Kempisch hoen’. Ze hanteren strikte voorwaarden. Zo mag de  naam alleen gebruikt worden voor Campines die gedurende drie generaties gefokt worden binnen het gebied het oorspronkelijkeleefgebied van de gepelde Rassen. Een andere vereiste is dat ze als echte Campines/Kempische kippen leven, met zoveel mogelijk vrijheid. Bron: https://www.campines.be/

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier