Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Hollands hoen

Hollands hoen

Van het Hollands hoen zou je mogen verwachten dat het in Holland is ontstaan. Maar erg Hollands is het Hollands hoen niet. Er stroomt zeker Hollands bloed door de aderen van dit hoen, maar het is aan Engelse fokkers uit de negentiende eeuw te danken dat er een ’gepeld’ Hollands hoen ontstond.

Het Hollands hoen is een apart ras. Het kent verschillende verschijningsvormen (gepeld, geloverd en enkelkleurig) en het heeft een merkwaardige ontstaansgeschiedenis, die slechts voor een deel in Nederland en voor een ander, belangrijk deel in Engeland moet worden gezocht.

Hollandse Alledagsleggers – Dutch Every Day Layers – dat was de bijnaam van gepelde hoenders die in de negentiende eeuw door Hollandse handelaren werden verkocht aan Engeland. Deze naam hadden ze vermoedelijk te danken aan de uitbundige leg in het voorjaar en de zomer. Ze leken sterk op onze huidige Assendelfters, zowel wat type, kam en kleur betreft. Maar het zou, afgaande op afbeeldingen uit die tijd, net zo goed om andere West-Europese rassen kunnen gaan, zoals de Braekels en de Campines.

kippenboek

 

Nemen we aan dat in de negentiende eeuw, en vermoedelijk al veel eerder, diverse gepelde hoenders naar Engeland zijn overgebracht, dan zou het best zo kunnen zijn dat door de Engelsen in de loop van de tijd hieruit een hoenderras is gefokt dat wij tegenwoordig gepelde Hollandse Hoenders noemen. Zeer waarschijnlijk zijn er enkelkammige Campines ingekruist, die een fraaie bandtekening hadden. Het gebruik van de Campines bij de fok van onze huidige gepelde Hollandse Hoenders verklaart de hennenvederigheid bij de Hollandse hanen.

De hanen van het Hollands hoen wijken in tekening volledig af van de hennen. De goudpel hanen zijn over het gehele lichaam goudbruin terwijl de staart zwart is waarbij hoofd- en bijsikkels zwart zijn, omzoomd met een smal goudkleurig randje. In de slagpennen treft men ook enig zwart aan. De hennen daarentegen zijn warm goudgeel van kleur, waarbij - met uitzondering van de hals - de veren recht overdwars zijn getekend met groenzwarte streepjes. De zilverpellen en de citroenpellen lijken op de goudpellen. Bij de geelwitpellen is de kleur van de streepjes wit. Ook is er nog de goudblauwpel. Hierbij zijn de zwarte veerpartijen vervangen door blauwe.

Het aantal variaties binnen de populatie Hollandse Hoenders is groot. Ze zijn te herkennen aan hun enigszins opgerichte houding, met een iets aflopende rug en een rijk ontwikkelde staart. De brede borst heeft een fraaie ronde vorm, maar voor de rest is het Hollands hoen zeker als slank te typeren. Kenmerkend is verder de middelgrote rozenkam, die eindigt in een fijne punt. De oogkleur varieert - in samenhang met de kleur van de veren - van oranje, roodachtig bruin tot donkerbruin. De ogen zijn vrij groot, met een levendige uitdrukking. De oren zijn wit, middelgroot en rond.(1)
(1) Levende Have, oktober 2010

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier