Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Chabo

Chabo’s of Japanse krielen

De Chabo’s of Japanse krielen, zoals ze in het verleden ook wel werden genoemd, is een oud ras, afkomstig uit Japan. Hoewel ze pas in de negentiende eeuw als ras op de Europese shows verschenen, komt er op De Hoenderhof van Jan Steen uit 1660 een gele zwartstaart kriel voor, die exact lijkt op onze huidige Chabo’s. Het ras moet dus al zeer lang geleden door onze voorouders naar Nederland zijn gebracht. Daarna zijn ze echter uit beeld verdwenen.

Tokogawa dynastie
Vermoedelijk zijn de Chabo’s in Japan ontstaan tijdens de Tokogawa dynastie (1603-1867) uit dieren, afkomstig uit China. Al eeuwen worden ze in Japan gefokt volgens maatstaven die we thans ook nog kennen. In het verleden namen rijke Japanse dames deze kippen mee in kleine kooien of mandjes als ze naar de stad gingen. Ook zijn er verhalen bekend dat ze deze mandjes met Chabo’s en al ophingen in bomen als tuinversiering. Deze krielen waren in die tijd zoiets als schoothondjes voor de dames uit welgestelde kringen. Ze hoorden thuis in een omgeving van dwerg Ahorns en coniferen, bomen die in kleine tuintjes stonden waartussen de Chabo’s rondscharrelden.
 

Boeken over kippen

 

Engeland en Duitsland
Ze moeten dus al heel vroeg naar Europa zijn  gebracht, maar pas in 1860 is er sprake van een gedocumenteerde introductie van Chabo’s in Engeland. Daar verschenen de eerste witte kipjes op een tentoonstelling. Vervolgens hebben vooral de Duitsers zich ingezet om het ras naar Europa te halen. Verschillende vertegenwoordigers van de Duitse adel waren hierbij betrokken. Uit deze dieren is in de loop van de tijd een westerse Chabo ontstaan. In Engeland waren het vooral vrouwen die voor de verspreiding tot ver buiten de landsgrenzen zorgden.
De Chabo voorzag echt in een behoefte. Immers, wie wil niet iets bijzonders op het erf hebben lopen? Het ras komt met z’n afwijkende uiterlijk tegemoet aan de wens om anders te zijn dan anderen. De kleine kip met de korte pootjes bestaat alleen in de krielvorm, draagt de buik bijna tot op de bodem, terwijl de vleugeleinden net de grond aanraken: geen andere kip ziet eruit als deze Chabo.

 

Uiterlijke kenmerken
Door de korte pootjes bewegen de dieren zich schrijdend en parmantig voort. Deze pootjes dienen niet alleen kort maar ook tamelijk dik te  zijn en nauwelijks zichtbaar. Opvallend zijn ook de staart, die omhoog steekt (mag echter niet als een  eekhoornstaart worden gedragen), en de naar achteren buigende hals, waarbij vooral bij de hanen de hals en de staart elkaar raken. Verder zitten ze dik in de veren, waardoor ze groter lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Naast de normaal bevederde dieren zijn er krulvederigen en de zijdevederigen. Verder komen ze nog voor zonder staart: de zogenaamde bolstaarten. Japanners kennen ook Chabo’s met korte staarten en met sleepstaarten. Deze laatste hebben geen staartstuurveren of deze zijn nog slechts rudimentair aanwezig. Ook zijn er naast de Chabo’s met rode kopversierselen dieren met een zwarte kop, loopbenen, tenen en voetzolen. Bij de zwartkoppigen is de oogkleur bruinzwart.

Kleurslagen
Kortom, alleen al in  type keuze genoeg. Dan zijn er nog de 25 kleurslagen, waarbij de meest typische de witte en gele met een zwarte of een blauwe staart zijn, dat wil zeggen het lichaam is wit of geel terwijl alleen de staart een andere kleur heeft. Wel treft men zwart of blauw aan in de grote en kleine slagpennen. De sikkels van de haan behoren wit omzoomd te zijn en een lichte schacht te hebben. De bijsikkels zijn vaak helemaal wit. Bij de hennen horen de staartdekveren een wit zoompje te hebben.

Huisvesting
Door de korte poten waarbij het onderlichaam en vleugels bijna of helemaal de grond raken, stellen de Chabo’s bijzondere eisen aan de huisvesting. Die moet schoon en droog zijn om vervuiling van de dieren te voorkomen. Lopen de Chabo’s los rond in de tuin, dan is een goed gemaaid grasveld op zijn plaats. Ook hierbij geldt: alleen naar buiten als het droog is.

Karakter
De Chabo is een dier dat in een beperkte ruimte kan worden gehouden. Door zijn karakter en rust is het van oudsher een geweldig hobbydier. Ook nu nog hebben deze krielen, waarbij in de fokkerij al eeuwen rekening is gehouden met de vertrouwelijke omgang met mensen, dit karakter behouden. Een ander voordeel is dat de hanen weinig vechtlustig zijn. Je kunt ze veel gemakkelijker dan bij andere rassen bij elkaar laten lopen. Alleen oppassen dat je geen vreemde haan erbij zet, want dan is de kans op vechten zeer groot. Een ander punt dat bij dit ras soms voorkomt, is dat de hanen mee zorgen voor de  opfok van de kuikens.

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier