Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Brakel

Brakel

De Braekels behoren tot de groep gepelde landrassen, die in het verleden vooral voorkwamen in de kuststreken van Noordwest Europa. Op een of andere wijze hebben deze rassen zich goed aangepast aan het bij deze streken behorende klimaat. 

Dankzij een onderzoek uit 1898, uitgevoerd door de secretaris van de eerste Braekelclub, de heer Roger, weten we dat de Braekel in de streken rond Oudenaarde en Nederbrakel bekend was en dat er handel in Braekel-hoenders werd gedreven. In aangrenzend gebieden werden aanverwante rassen gehouden, zoals het Chaams hoen in het gebied ten zuiden van Breda en het Kempisch hoen in de Belgische Kempen. Dit ras was kleiner, aangezien het werd gehouden op de schrale zandgronden, terwijl de Braekel werd gehouden op de kleigronden in Vlaanderen. In Engeland werd de Braekel omgevormd tot de hennenvederige Campine, waarbij de haan en de hen een zelfde tekening hebben.

De Braekel is een vrij fors landhoen, gestrekt van bouw met een diepe brede borst en bij de hennen een diep achterlijf. Het hoen heeft een enkele kam, die bij de hen naar één kant omvalt. De kam is rood, maar heeft sporen van een donker pigment. De oren zijn wit, de ogen zwart, evenals de oogranden. De haan weegt 2,25 tot 2,75 kg en de hen2 tot 2,5 kg. Het ras is in Nederland erkend in  de kleurslagen zilver zwartgeband, goud zwartgeband en goud witgeband. 
De Braekel is een nogal onrustig landhoen, dat een vrije uitloop zeer op prijs zal stellen. Ze hebben een goede legcapaciteit van grote witte eieren en zijn vroegrijp.

Terug naar:

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier