Landelijk kennisnetwerk van houders van boerderijdieren

Assendelfts hoen

assendelfter
Het Assendelfts hoen is ontstaan in het gebied tussen Alkmaar en de huidige gemeente Zaanstad, in de provincie Noord-Holland. 
De Assendelfters zijn naar men aanneemt de voorouders geweest van onze hedendaagse Hollandse hoenders. Op een afbeelding uit 1853, gemaakt door de Engelsman Harrison Weir, staan goudpel Hollandse hoenders afgebeeld, die qua type en kleur sprekend lijken op onze huidige Assendelfters. In het verleden zijn dieren met het type van de huidige Assendelfter naar Engeland geëxporteerd vanwege hun grote legcapaciteit. Ze stonden bekend als alle-dag-leggers. 
Bij de Assendelfter is al vroeg scheikuikenteelt toegepast: door kruising van een goudpel haan met zilverpel hennen kan men de hanen en hennen direct van elkaar scheiden. De goudpellen zijn hennen, de zilverpellen de hanen. 
De Assendelfters hebben een landhoentype en komen qua vorm vrij sterk overeen met het Friese hoen. Het heeft een vrij brede borst, die iets minder hoog wordt gedragen dan bij het Friese Hoen. Het belangrijkste onderscheid tussen beide rassen is de vorm van de kam: de Assendelfter heeft een rozenkam, het Friese hoen een enkele kam. De rozenkam van de Assendelfters is niet aan een exact omschreven vorm gebonden, variatie is mogelijk. De oogkleur is oranjerood, de oren zijn wit en de poten leiblauw. 
De Assendelfter is erkend in drie kleurslagen: goudpel, zilverpel en citroenpel. De pelling bestaat  - evenals bij de Friese hoenders - uit drie of vier tarwekorrelvormige vlekjes op iedere veer, die los van de schacht of de veerrand liggen. Deze pellen komen alleen bij de hen voor.
Het is een landhoen, hetgeen betekent dat het niet direct tot de meest rustige rassen behoort. De Assendelfter heeft een levendig karakter dat een vrije uitloop op prijs stelt en de eigenaar voorziet van een behoorlijk aantal eieren.
 

kippenboek

 

Terug naar:

 

 

 

Bezoek ook onze Boekenpagina, klik hier